Auteur: Wendela

  • Over collectieve vergetelheid, en ons onvermogen om te leren van crises

    Over collectieve vergetelheid, en ons onvermogen om te leren van crises

    Zo’n anderhalve maand geleden zuchtte Europa onder extreem langdurige hittegolven, met allerlei directe gevolgen van dien. Op vrijdag 24 juli maakte de fotograaf Maximilien Lamy een foto op het strand van Moutchic, bij het meer van Lacanau in Frankrijk. Het plaatje toont twee badgasten op strandstoelen onder een parasol, die samen kijken naar een grote natuurbrand aan de overkant van het meer. Het is een apocalyptisch beeld, met een gigantische, onheilspellende, goud-zwarte rookwolk van een onbeheersbare bosbrand aan de horizon. Veel mensen die zich druk maken om de klimaatcrisis, zagen het beeld als de ultieme metafoor voor de onverschilligheid ten opzichte van klimaatverandering. Alsof de vakantiegangers ramptoeristen waren, of dachten: “of de wereld nou in brand staat of niet, wij willen gewoon vakantie vieren.” Niet heel vreemd om ze van deze gedachte te verdenken, want in de regio waar dit tafereel zich afspeelde was op dat moment de noodtoestand afgeroepen, en er waren al tienduizenden mensen geëvacueerd.

    Miljoenen mensen zagen die foto. Maar na een week of 4 zijn de branden geblust, is het extreme weer getemperd, is de media-aandacht verschoven naar de volgende actualiteit en zitten de vakantiegangers weer op kantoor. De buitenwereld gaat weer over tot de orde van de dag, en de verhalen en beelden van de gebeurtenissen verdwijnen uit ons collectieve geheugen, of worden geregistreerd als ‘dat ene heftige moment in die ene hete zomer’ (wanneer ook alweer?). Waarom is dat zo?

    Het gegeven dat media onze collectieve aandachtsspanne voor dit soort crises verkorten, heeft een naam. Het heet ‘presentisme’ en ik leerde erover tijdens mijn studie Sustainable Communication. Presentisme kan je ook wel “tijdblindheid” noemen. Omdat media vluchtig is, zeker sociale media, en de news feed op platforms constant ververst met de nieuwste content, worden we gevangen gehouden in een permanent heden. Als scroller reflecteer je niet op wat je net hebt gezien, omdat de volgende prikkel zich alweer aandient. Daardoor zijn we vooral gefixeerd op het directe nu, blijken we ons minder te herinneren van het verleden en zijn we ook niet echt bezig met de mogelijke toekomst.

    Niet alleen social mediaverslaafden vallen hieraan ten prooi. Ook de traditionele media overspoelen ons continu met nieuws en actualiteiten. We weten daardoor alles over wat er nú gebeurt, en je zou verwachten dat die focus op het heden ons hyperbewust, aanwezig en verbonden maakt met de actuale realiteit. De paradox is dat precies het omgekeerde gebeurt. Want we kunnen nog zoveel talrijke alarmerende berichten zien, maar zonder het voor onszelf te duiden, het te linken aan het verleden of een blik op de toekomst te richten, is al die informatie een momentopname, en enkele weken later weer naar de achtergrond verdwenen.

    Gisteravond zag ik op Linkedin een briljante vondst in dit kader: de zin “Een zomer om nooit te vergeten” onder een bewerking van het schilderij Kinderen der zee van Jozef Israëls, waar de iconische foto van Lamy in is verwerkt. Dit is natuurlijk ijzersterk, in het licht van presentisme. Want in plaats van mee te gaan in de vluchtige waan van de dag, nodigt deze slogan de kijker uit om terug én vooruit te denken:

    Ik vind deze advertentie van onder andere Natuur & Milieu ontzettend goed gevonden, want:

    • De advertentie activeert het terugdenken aan het (recente) verleden: het herkenbare beeld uit het recente verleden herinnert eenieder die de originele foto zag, aan de situatie van dat moment. De stelling eronder helpt mee, want het kan ook betekenen: die situatie mag niet vergeten worden;
    • de uitdrukking “…om nooit te vergeten” kaapt een nostalgisch cliché over het verleden: zo’n zinnetje gebruikt men normaal voor mooie herinneringen. In de nieuwe context krijgt deze uitdrukking juist een cynische lading met een hint naar ‘het nieuwe normaal’. Want die zojuist afgelopen bloedhete zomer, zou wel eens de koelste zomer van de rest van je leven kunnen zijn geweest;
    • het beeld dwingt je na te denken over de toekomst: de kinderen op het schilderij staan symbolisch voor de volgende generatie. Bij het zien van dit beeld dringt zich de vraag op: hoe onleefbaar worden de zomers voor hen?;
    • en de advertentie is in mijn ogen ook een aanklacht tegen het collectief geheugenverlies: die hittegolven en natuurbranden waren namelijk weliswaar kortstondige situaties, en is nu alweer ‘oud nieuws’. Maar de klimaatverandering die eraan ten grondslag ligt is dat niet. De mondiale temperaturen stijgen door, en dit hetere klimaat gaat niet meer weg. De crisis verdient dus een permanente plek in ons collectieve geheugen.

    Deze advertentie is dus enorm krachtig. Ik hoop dat hij gaat meehelpen aan een grote opkomst bij de klimaatmars die morgen in Nederland plaatsvindt. Voor onze eigen toekomst, en de toekomst van de volgende generaties.

  • Voorkomen dat je AOW volledig op gaat aan aardappels

    Voorkomen dat je AOW volledig op gaat aan aardappels

    Wil ik in 2060 met m’n rollator een beetje comfortabel de deur uit kunnen, om veilig en wel een krop sla te halen bij de plaatselijke Lidl, dan zal er echt nú wat gedaan moeten worden aan het beperken van klimaatverandering.

    Dit is technologisch en economisch mogelijk, maar… het wordt wel kantje boord. Ik wil niet pessimistisch doen, maar de uitstoot van CO₂ en andere broeikasgassen wereldwijd daalt nog steeds veel te langzaam. Fossiele brandstoffen worden nog steeds grootschalig gebruikt. Er is nog veel laf klimaatbeleid in landen met een grote voetafdruk. En als er maatregelen komen, zijn ze vaak te vrijblijvend of worden ze te traag doorgevoerd.

    Bovendien dreigen kantelpunten in het klimaatsysteem al snel bereikt te zullen worden, en die versnellen en verergeren de boel. Zo dreigt de Atlantische Golfstroom (AMOC) stil te vallen door klimaatopwarming. Dit oceaancirculatiesysteem transporteert warm en koud zeewater over de aarde, en speelt een cruciale rol in het reguleren van het klimaat, vooral in Europa en Noord-Amerika. Omdat het warm water van de tropen naar het noorden van de Atlantische Oceaan stuurt, en via een bocht koud water terugbrengt naar het zuiden, hebben wij hier bijv. een milder klimaat dan in Oost-Canada, dat op gelijke hoogte met Nederland ligt.

    De AMOC wordt aangedreven door temperatuur- en zoutverschillen in de oceaan. Door het smelten van ijs verandert die samenstelling. En als de AMOC vertraagt, worden de winters hier veel kouder en natter, krijgen we meer wind en buien, meer stormen en overstromingen, en langere droge periodes in de zomer.

    Geschat wordt dat landbouwopbrengsten in Noord-Europa door de langere periodes van vorst en extreem weer tot 30% kunnen afnemen. Dat werkt natuurlijk door naar de consument. De prijzen van basisproducten zoals graan en aardappelen zullen stijgen. Maar in tegenstelling tot een tijdelijke crisis, zoals in 2022 toen de export van graan uit Oekraïne en Rusland stokte, staat ons dan structurele schaarste te wachten. Het zal mij benieuwen hoe de gemiddelde fitfluencer tzt het koolhydraatarm dieet gaat promoten.

    Bron: Nieuwsuur, 26 augustus 2025

    De hamvraag blijft natuurlijk: wat kunnen we eraan doen – technologisch en economisch? Individuele acties zoals minder vlees eten, energie besparen, minder consumeren en spullen recyclen zijn natuurlijk top, maar de opwarming van de aarde is een gigantisch probleem en vraagt om een fundamentele systeemverandering. Klimaatverandering komt voort uit hoe we onze economie, energievoorziening, landbouw en transport hebben ingericht. En zonder politieke en economische hervormingen, en drastische maatregelen voor de grootste uitstoters en vervuilers, gaat dat systeem niet veranderen.

    Het is HOOG tijd om collectief veranderingen af te dwingen! Stem jij straks op een politieke partij die strengere regels en CO₂-belastingen wil voor de industrie? Spreek je je uit op social media? Doe je mee aan burgerinitiatieven? Steun je klimaatprotesten? Of praat je erover met anderen om anderen bewust te maken van dit probleem? Zodat zij misschien ook op die klimaatbewuste partij stemmen? Dit heeft zoveel meer impact dan slechts in stilte je eigen gedrag aanpassen. Let’s go!

    Opdat we over 35 jaar nog gewoon een zakje aardappels in het mandje van onze scootmobiel kunnen laden, zonder daarvoor bij de kassa een nier te hoeven afstaan.

  • Dankbaar voor de airco van de natuur

    Dankbaar voor de airco van de natuur

    “Bedankt boom,” dacht ik toen ik vandaag met 31°C bij een bushalte moest wachten, en daar heerlijk in de schaduw kon staan. Nee, ik had geen behoefte om ‘m te knuffelen en ook droeg ik geen geitenwollensokken. Maar ik was me wel bewust van de dienst die deze boom mij bewees: de stralingswarmte van de volle zon tegenhouden, schaduw bieden en de luchttemperatuur verlagen door verdamping van water. Hierdoor daalt zowel de gevoelstemperatuur als de daadwerkelijke temperatuur onder die boom – enkele graden!

    Als meer mensen zich bewust worden van dit soort ecosysteemdiensten* van groen, gaan ze misschien ook beter inzien dat we de natuur moeten koesteren. Je hoeft heus geen hippie op blote voeten en met paars haar te zijn, om het op waarde te schatten. Ga eens naar het bos tijdens een hittegolf, dan ondervind je het zelf.

    *Ecosysteemdiensten zijn alle voordelen die mensen halen uit de natuur, de ecosystemen. Dit omvat zowel tastbare producten, zoals voedel en hout, als immateriële voordelen zoals schone lucht en water, bestuiving van gewassen, klimaatregulatie en recreatiemogelijkheden. Dat alles is essentieel voor onze gezondheid, economische welvaart en cultureel welzijn.

    Mijn bericht op Linkedin

  • Klimaatzorg is geen spelbreker maar een aanjager

    Klimaatzorg is geen spelbreker maar een aanjager

    Ben je de laatste jaren ook zo aan het genieten van het warmere weer? En maak je je tegelijkertijd ook zorgen over klimaatverandering? Je zorgen zijn terecht. Klimaatmodellen voorspellen de extremen, en alle statistieken laten zien dat warmere lentes en langdurige hittegolven nu al veel vaker voorkomen dan vroeger. Zonder klimaatverandering zouden de hoge temperaturen die we nu in Nederland zien, zeer zeldzaam zijn.

    Door de opwarming van de aarde neemt de kans op warme lentes toe. De gemiddelde temperatuur in Nederland is al met zo’n 2°C gestegen sinds het pre-industriële tijdperk. Hierdoor beginnen warme periodes eerder in het jaar, duren ze langer en worden ze intenser. Door de hogere temperaturen verdampt er meer water uit de bodem en vegetatie. En dat er tegelijkertijd minder regen valt is extra problematisch, omdat het een kettingreactie van gevolgen veroorzaakt. Niet alleen ecologisch, maar ook economisch en maatschappelijk.

    Bezorgdheid over klimaatverandering is normaal en legitiem. Het is een rationele en morele reactie op een reëel en urgent probleem, en kan prima bestaan naast de voldoening die het mooie weer je geeft. Sterker nog, het kan ook een motivator zijn.

    Daarom ging ik op 20 juni doen wat ik heerlijk vind: een stuk fietsen op een warmte zomerdag, en gaf ik tegelijkertijd uiting aan mijn bezorgdheid. Ik ging weer deelnemen aan de Climate Classic. Dat is een fietstocht die jaarlijks wordt georganiseerd langs de ’toekomstige’ kustlijn van een door zeespiegelstijging veranderd Nederland. De reden voor mijn deelname: een signaal afgeven (samen met duizenden anderen) dat klimaatverandering serieus is en aandacht verdient.

    Helemaal vanzelf gaat dat niet, achter mekaar 120 kilometer fietsen. Althans, een getrainde fietser draait daar zijn hand niet voor om, maar mijn basisconditie is vaak niet om over naar huis te schrijven. Dus van tevoren reed ik vele trainingsritjes (geen straf als je van fietsen houdt, wil afvallen en toevallig ook nog eens stapelverliefd bent op een man die 28 kilometer verderop woont), en via updates op Strava en andere social media probeerde ik mensen te mobiliseren om mee te doen. Wie niet mee wilde of kon fietsen, vroeg ik om mijn deelname te sponsoren en een financiële bijdrage te leveren. De opbrengsten gingen naar Justdiggit, een organisatie die actief is in gortdroge gebieden. Daar, in verdroogde grond waar regenwater normaal gesproken over wegstroomt, graven ze halvemaanvormige kuilen (‘bunds’) die regenwater vasthouden. Daardoor wordt plantengroei ineens weer mogelijk, en dit helpt daadwerkelijk de aarde afkoelen.

    Dus op 20 juni reed ik, samen met duizenden anderen, allen gehuld in de iconische climate stripes, mee in de Climate Classic 2025. In mijn geval een rondje van 100 kilometer, wat voor mij precies de juiste lengte is om een klein beetje af te zien (wat voor mijn gevoel toch moet als je je laat sponsoren) en tegelijk te genieten.* Want wat een heerlijk en gezellig evenement is het elk jaar weer.

    *En dat terwijl ik 10 dagen eerder de domste actie van de eeuw had uitgehaald door tijdens het fietsen op mijn telefoon te gluren en daarom bovenop een remmende auto te klappen. Met als gevolg een kapotte achterlichtkap aan zijn kant, en een gekneusde rib, wat schrammen, blauwe plekken en een gedeukt ego aan mijn kant. Maar dat mocht de pret op 20 juni allemaal niet drukken.

    Na de finish even op de foto met de organisatie

    Nabrander, 2 juli 2025
    Heel veel DANK aan iedereen die mijn deelname aan de Climate Classic sponsorde! Met mijn actiepagina tinyurl.com/supportwen haalde ik maar liefst € 345 op voor Justdiggit!

    Toevallig zag ik onlangs de VPRO Tegenlicht documentaire ‘Groen Goud’ waarin ook te zien is hoe relatief makkelijk het is om uitgeputte, kale grond te vergroenen. Zet er een schep in en hele ecosystemen kunnen herstellen en gebieden kunnen economisch weer floreren. Bekijk die docu hier: https://npo.nl/start/video/groen-goud_5/meer-informatie

  • Hoe iedereen kan bijdragen aan de energietransitie

    Hoe iedereen kan bijdragen aan de energietransitie

    Kan jij net zo blij worden als ik bij het zien van windmolens langs de snelweg, die zwaai na zwaai gigantisch veel groene energie opwekken? Zou jij daar ook wel aan bij willen dragen, de energietransitie willen verder helpen, maar kan je bijvoorbeeld geen energie opwekken op jouw huis? Is een elektrische auto ook niet voor jou weggelegd? Of heb je jouw groene droombaan nog niet kunnen vinden? Overweeg dan eens lid te worden van een energiecoöperatie.

    Een energiecoöperatie is een vereniging van inwoners in een bepaalde regio, die samen duurzame energie willen opwekken. Als lid van zo’n vereniging steun je het opwekken van schone energie, kan je op eenvoudige wijze investeren in duurzaamheid, en vaak kan je als lid meebeslissen in de Algemene Ledenvergadering en zo bijvoorbeeld meebepalen wat er met de opbrengsten gebeurt. Ook kan je met je inleg vaak meer rente krijgen dan de bank over je spaargeld uitbetaalt.

    Ik werd zelf lid bij het Utrechtse Rijne Energie in november 2021, aangemoedigd door twee Utrechtse collega’s. Door mijn enthousiasme heb ik een tijdje met veel plezier wat vrijwilligerswerk voor de vereniging gedaan. Ik ontmoette er ook allerlei leuke, groene doeners. En had lol in mijn betrokkenheid bij zo’n positieve club.

    Via mijn lidmaatschap investeerde ik ook twee keer een bedrag voor de lening die de vereniging nodig heeft om windmolens te realiseren langs de snelweg bij Utrecht. Best spannend, want op het moment van schrijven ben ik al zo’n twee jaar lid en Rijne Energie is al enkele jaren bezig met onderzoeken, ontwerpen, vergunningen aanvragen, overleggen, lobbyen en leden werven… Lang werd er weinig concreet. Tot mei dit jaar, toen het college van B&W; van de gemeente Utrecht besloot om de vergunning te verlenen voor vier windmolens met 50% lokaal eigendom. Dat betekende dat leden nu echt konden gaan investeren.

    In 2021 werd ook € 100.000 opgehaald maar op de één of andere manier stond ik er toen nog niet zo bij stil dat dit projecten kunnen zijn van een héle lange adem. Inmiddels weet ik veel beter hoe moeizaam het kan lopen en hoe langdurig dit soort trajecten zijn. En dan is inleggen ineens een stuk spannender.

    Toch kan ik een lidmaatschap bij een energiecoöperatie iedereen aanraden. Of het nou voor de gezelligheid is, voor de groene energie in jouw dorp, stad of regio, of als interessante financiële optie.

    In Utrecht willen we naast de vier windmolens langs de snelweg ook zonnevelden in een liefst zo natuurlijk mogelijke, groene omgeving. Daar blijft Rijne Energie zich hard voor maken. Wil je hier ook aan meedoen? Word dan lid!

    Ik woon niet in Utrecht maar wil ook bij een energiecoöperatie, wat nu?

    Vind de energiecoöperatie die bij jou past op energiesamen.nu.

  • OMG, they paved paradise!

    OMG, they paved paradise!

    Stel, je zit in een vve (vereniging van eigenaren) met een type dat jaren geleden naar de Cariben is vertrokken omdat zijn ‘deurtjes’ in Amsterdam en Utrecht, waaronder de woning onder de jouwe, prima renderen. Hij lijkt daar nogal druk te zijn met golfen, want telefonisch, via e-mail, appjes en Linkedinberichten is hij onbereikbaar. Moet ‘ie lekker doen natuurlijk, maar je zit in een vve met elkaar, en dan is contact toch soms nodig.

    Bijvoorbeeld als de huurders een lekkage melden die mogelijk van boven komt, en zij kunnen hun huisbaas ook niet bereiken. Of als je het dak wil gebruiken voor zonnepanelen, of als je nieuwe geïsoleerde ramen in kozijnen zitten waar een schilder voor moet komen, en de vve verplicht je om over het dak, de fundering en de gevels contact te hebben. Je bent natuurlijk bereid om alles zelf te regelen, graag zelfs want het betreft ook jouw huis, maar de vriendelijke vriend moet af en toe wel een teken van leven geven. Zeker als je het potje voor (noodzakelijk) onderhoud aan het pand moet benutten.

    Maar goed, omdat meneer dus te druk is met golfen op een tropisch eiland schakelt hij nog wel eens een vriendje of zwager in, als er dan écht iets is met de woning of met de huurders. Iemand die even dat gezeur kan oplossen met die kneuterige sukkels daar in dat regenachtige Nederland.

    Lekkage bij de onderburen

    Over het Nederlandse klimaat gesproken. In die woning is geen centrale verwarming, alleen een gaskachel in de woonkamer en een geiser voor het warme tapwater. De omloop van huurders is daarom kort, langer dan één winter houden ze het vaak niet vol. Immers, niet alle huurders weten dat ze recht hebben op dubbelglas maar als je meer dan € 1.000 huur per maand betaalt en desondanks ‘s-winters met een trui aan naar bed moet, voelt dat naast oncomfortabel toch ook een tikje onrechtvaardig. Woningtekort of niet.

    Het laatste stel dat er woont vertelt ons bij hun vertrek in mei 2022 dat er verbouwplannen met de woning schijnen te zijn. Met de energiecrisis en de hoge gasprijzen vanwege de Russische invasie van Oekraïne, zou het natuurlijk een uitstekend idee zijn om dit huis meteen te elektrificeren, en we zijn graag bereid om de pandjesbaas hierover (ongevraagd) te adviseren. Bovendien heeft een renovatie waarschijnlijk ook betrekking op de vve, en we horen natuurlijk sowieso graag over de plannen zodat we ons kunnen voorbereiden op eventuele overlast. Maar meneer is natuurlijk onbereikbaar als we hem eens bellen.

    Tot je belt vanaf een ander nummer, gewoon als experiment. En ja hoor, hij neemt direct op. De verbouwplannen zijn er inderdaad, maar hij heeft geen oren naar (gratis) adviezen over een slimme, duurzame renovatie en toont ook geen enkele interesse in onze ervaringen met het aardgasvrij maken van ons huis. Wat boeit hem klimaatverandering immers. Hooguit heeft hij zich misschien na een decennium huurders uitbuiten gerealiseerd dat mensen opzich recht hebben op een verwarming in de woning die je aan hen verhuurt.

    Maandenlang staat de woning onder de mijne leeg. Midden in Utrecht, midden in een woningcrisis. Een aannemer vinden is misschien lastig op afstand. Of misschien hebben de vriendjes en zwagers het momenteel te druk. Wanneer we met de hele straat willen meedoen aan de geveltuinburendag, en we eigenlijk vanuit de vve zouden moeten overleggen of we ook een geveltuintje voor onze gezamenlijke gevel aan de straatkant willen, nemen we de moeite niet om het de rentenier op de Antillen te vragen. Hij zal het vermoedelijk toch compleet triviaal vinden.

    Geveltuintjes in de straat

    En dan ineens op een donderdagochtend in oktober staat er een bus voor de deur en een tuinman in het groene postzegeltje achter het huis. De beste man rukt bloeiende hortensia’s uit de grond, zaagt een rododendron om en snoeit de overhangende hedera, waar vaak merels in nestelen, volledig terug tot het randje van de schutting. Daarna verdwijnt ook de rest van het plantenmateriaal uit het tuintje, en binnen een paar uur liggen tientallen slachtoffers in de aanhanger achter de bus. Schitterende, levende planten. Ik zie nog zo voor me hoe de onderbuuf een deel hiervan aan het planten was, en haar gehuurde tuin verzorgde alsof het de hare was.

    De dag erna verschijnt een pallet met grote tegels en emmers met voeg. Het resultaat: onderhoudsarmoe. Je gaat er maar eens een kijkje nemen, in de hoop dat er tenminste is nagedacht over afschot. De tuinman is net toevallig aan het testen met een tuinslang waar water uit ligt te gutsen. Helaas, het voegen is nog niet gebeurd dus het water sijpelt weg tussen de tegels. Er is ook geen regenton geplaatst, laat staan dat er een ondergronds opslagvat of infiltratiesysteem is aangelegd onder de tegels. En ja, hij vond het ook jammer van de planten. Maar dit was nu eenmaal de opdracht die hij had gekregen.

    Stel he, stel dat dit je overkomt, als klimaatverandering, zoetwatertekorten en biodiversiteitsverlies je aan het hart gaan. Als je zelf juist zo je best doet voor geveltuintjes in de straat, je liefdevol de biologisch geteelde planten voor de insecten op je dakterras verzorgt, en je zo geniet van het jaarlijkse merelgezinnetje in de klimop onder je balkon. Als je wéét dat het momentum voor verduurzamingsmaatregelen niet wordt benut uit pure gemakzucht en desinteresse. En als er precies het tegenovergestelde met een tuin in de stad wordt gedaan van wat nodig is, met heftiger neerslag door klimaatverandering en wateroverlast tot gevolg, en steeds hetere zomers en hittestress in de versteende omgeving tot gevolg.

    Ik heb serieus wat tranen moeten wegslikken. F*cking hufter daar aan de overkant van de oceaan.

    Een tuin is een begrensd stuk grond, meestal bij een huis, waar bloemen, planten en bomen groeien of gewassen worden verbouwd. Een ‘onderhoudsarme’ tuin lijken mensen echter te vertalen als 100% betegeld, hooguit met een klein stukje nepgras voor het groene effect. Het Twitteraccount @onderhoudsarmoe neemt dit soort tuinen op de hak.

    Bron: https://www.trouw.nl/duurzaamheid-economie/onderhoudsarmoe-bindt-de-strijd-aan-mettegeltuinterreur

  • Look who’s talking: over het hypocrisieverwijt

    Look who’s talking: over het hypocrisieverwijt

    “Wat je zegt ben je zelf!” Bij zo’n uitspraak zie ik een verontwaardigd kind op een schoolplein voor me, dat een vergeefse poging doet om een beschimping te pareren. Gek genoeg zijn het regelmatig volwassenen die een dergelijk soort argument gebruiken in discussies over de klimaatcrisis en de energietransitie. En dan natuurlijk net iets anders verwoord. Sterker, in de eerste instantie klinkt zo’n tegenwerping vaak aannemelijk of zelfs gerechtvaardigd. En zo kan het je nog van je à propos brengen ook.

    We hebben het hier over een drogreden (voor een superleuk boekje daarover, zie: drogredenen.nl), een misleidend argument in een discussie. De jij-bak is een persoonlijke aanval waarmee niet inhoudelijk gereageerd wordt op het argument van de ander, die geen weerlegging betreft van het gezegde, maar in plaats daarvan juist afleidt van de inhoud terwijl geprobeerd wordt om iemands geloofwaardigheid aan te tasten. Een aantal voorbeelden:

    Scholieren bij de McDonald’s tijdens een klimaatdemonstratie in Den Haag

    Toen in februari 2019 meer dan 15.000 scholieren op het Malieveld bijeen kwamen om te demonstreren voor steviger maatregelen tegen klimaatverandering, vond een verslaggever van het AD/Haagsche Courant de lunch van de scholieren kennelijk groter nieuws. Hoewel ze hier van een objectief feit verslag doet, is het natuurlijk niet een erg relevant feit. Er stonden geen 15.000 scholieren in de McDonald’s, immers. Bovendien zegt ze impliciet met dit hitserige tweetje: “Kijk! Hypocriet hoor, demonstreren voor het klimaat, maar voor een hamburger schuiven ze massaal hun idealen aan de kant!”

    …en jawel hoor, het krantje van bekrompen Nederland vond deze “ontmaskering” van de klimaatspijbelaars ook meteen het belangrijkste om te vermelden over de demonstratie. “Ze hebben nog veel te leren,” zo verkondigt de schrijver van dit Telegraafartikel zelfgenoegzaam in de inleiding.

    Greta Thunberg zit te eten terwijl ze in de trein zit

    Greta Thunberg kan erover meepraten. Een foto van haar lunch in de internationale trein, op weg naar de VN-klimaatactietop in Parijs, is kennelijk al voldoende voor een sneue poging om haar in diskrediet te brengen: “Moet je zien hoe al dat plastic rond haar ontbijttafel! Ja hoor, zij is hetzelfde meisje dat zich bij de VN mocht uitspreken over klimaatverandering!” Alsof ze niet meer geloofwaardig is omdat haar lunch in plastic verpakt was.

    Een vinnig dialoogje op Twitter tussen mij en een ex-collega.

    Een ex-collega van mij vond het kennelijk alleen redelijk als je de uitspraken van een bestuurslid van een luchtvaartmaatschappij bekritiseert, wanneer je zelf nooit meer in een vliegtuig stapt. Ik refereer in mijn antwoord aan een uitspraak die ze eerder in levende lijve deed, toen we nog collega’s waren. Ze merkte toen droogjes op dat het niet erg “groen” van me was hoe ik elke week tussen werk en mijn balletles in de trein een kant-en-klaarsalade at. Want die maaltijden zijn in plastic verpakt. Ja, Greta, I can relate!

    CDA Kamerlid vindt dat de directeur van Milieudefensie niet mag barbecueën

    CDA-kamerlid Henri Bontenbal vond het onzuiver dat Donald Pols, op het moment dat uitzonderlijke weersextremen voor overstromingen in de Benelux zorgden, zijn volgers op Twitter herinnerde aan uitspraken die demissionair premier Mark Rutte een jaar geleden ongeveer had gedaan. Prima om daar kritiek op te uiten, maar hij ontkracht zijn eigen argument door zijn afkeuring over het feit dat er geen datum boven het screenshot stond kracht bij te zetten, en Pols er fijntjes op te wijzen dat hij directeur van Milieudefensie is en nota bene ook van barbecueën houdt. Alsof dat ter zake doet?

    Het verwijt van schijnheiligheid of hypocrisie wordt ook wel een jij-bak genoemd, en is een variant van de ad hominem. Het werkt als volgt: degene die zo’n uitspraak doet wijst zijn gesprekspartner erop dat z’n kritiek net zo goed voor hemzelf geldt, omdat hij zelf niet handelt naar zijn uitspraken of overtuigingen. Wat je bekritiseert doe je zelf ook, dus eigenlijk heb jij daardoor dus geen recht van spreken. Deze drogreden wordt regelmatig uit de kast getrokken wanneer mensen het oneens zijn met een standpunt, maar geen inhoudelijk verweer meer hebben. Het enige dat nog kan is de opponent in diskrediet proberen te brengen en zo monddood te maken. Toch redelijk triest.

    En meestal onterecht. Ik schrijf bewust “meestal”, want natuurlijk mag je anderen op inconsequenties wijzen. Zo ga ik ook niet vrijuit. Inderdaad vlieg ik zo nu en dan naar verre oorden, eet ik af en toe vlees, vis en zuivel, en leef ik over het algemeen volgens de luxe levensstandaard die we hier in het rijke Nederland kennen. En toch pleit ik gepassioneerd voor het oplossen van de klimaatcrisis met alle mogelijkheden die we hebben. Maar het feit dat iemand niet altijd naar zijn of haar eigen stelling handelt, doet dan ook niets af aan de waarde van die stelling zelf. Natuurlijk willen we dat mensen staan voor hun idealen en doen waar ze voor staan, maar om heel menselijke redenen kan bepaald gedrag niet in lijn zijn met die overtuigingen. Niemands gedrag is consequent, er is geen idealist die volledig naar zijn idealen leeft.

    Nog een nuancering: ik kan situaties verzinnen waarin de jij-bak meer terecht is. Als iemand zegt: “we moeten echt minder vliegen” terwijl hij zelf 20 keer per jaar in een vliegtuig stapt, dan klinkt dat toch minder geloofwaardig dan wanneer die persoon eens in de drie jaar in het vliegtuig stapt. Het blijft flauw om het als argument in te zetten tegen krimp van luchtvaart, in plaats van juist die inhoud van het argument zelf aan te vallen. Maar het wordt wel begrijpelijker om het aan te voeren als onderdeel van je bezwaar.

    Vast staat dat het een discussie verstoort als je een persoonlijke aanval in een discussie gebruikt. Als we naar elkaar blijven wijzen schiet niemand daar wat mee op.

    De in 2020 overleden antropoloog David Graeber introduceerde in zijn boek ‘Bullshit Jobs’ de term ‘moral envy’, oftewel morele afgunst. In een interview in het NRC vertelde hij hierover: “Ik had een vriend, een activist die zijn leven lang armoede bestreed. Andere activisten namen hem kwalijk dat hij voor zijn ex-vrouw en zijn kind een appartement betaalde. Hoezo gaf hij dat geld niet aan de armen? Terwijl hij al bijna al zijn geld weggaf. Wanneer je goed doet, moet je aan een absurd hoge standaard voldoen. Je moet perfect zijn.”

    Ik heb het zelf vaker dan eens meegemaakt, maar als de anonieme tweep @Piet68 met zo’n verwijt komt laat je het zo van je af glijden. En is het geen Twitter troll maar een (vage) bekende met zo’n kortzichtige mening, dan heb ik er tegenwoordig wel een goed antwoord op. Als het echter een dierbare is die jou in een live gesprek de maat neemt, dan voelt dat heel anders. Zoals die ene keer na een feestelijk etentje. Ik geef toe, de wijnen hadden rijkelijk gevloeid die avond. Terwijl de jongste kinderen op bed lagen was het overgebleven gezelschap in een hartstochtelijke discussie beland over de ernst van de klimaatcrisis en de mogelijkheden om er iets aan te doen. Dat was boeiend, tot het moment dat het ineens persoonlijk werd. Want ineens werd mij vanuit een hoek van de kamer toegebeten dat ik wel wat mocht dimmen vanwege de vliegreis die wij ruim een jaar eerder maakten naar de Verenigde Staten. Dat deed pijn. Je wil jezelf verdedigen: “Ho eens, niemand is perfect” of nog inhoudelijker: “maar die retourvlucht hebben we gecompenseerd!” en het is zelfs verleidelijk om gauw wat dingen op te noemen waarin je je sowieso verantwoordelijker gedraagt dan die ander. Maar… dat alles kwam er niet uit want je voelt je op dat moment inderdaad monddood gemaakt. Bovendien had zo’n verdediging ook totaal geen zin gehad. Het was een überhaupt geen geldend argument in het gesprek en als je erin mee gaat, en je laat uitdagen tot een potje moreel verplassen, ben je eigenlijk net zo stom bezig.

    Niemands gedrag is consequent, er is geen idealist die volledig naar zijn idealen leeft

    Inmiddels ken ik mezelf goed genoeg, en ben ik overtuigd genoeg van de keuzes die ik maak (en waarover ik praat) dat ik me niet meer zo van de wijs laat brengen. Ik ben nu eenmaal niet die meebeweger die als gevolg gemakkelijk in de omgang is. Mijn rechtvaardigheidsgevoel is te sterk, en in veel gevallen sta ik ook echt vierkant voor mijn principes. Ik kan me best voorstellen dat het vooral irritant overkomt als zo iemand als ik vol is van haar eigen gelijk (zeker als je zelf wat onzeker bent over jouw eigen handelen, of als het jou confronteert met je eigen keuzes). Deze karaktereigenschap heeft me al vaak impopulair gemaakt. Op de basisschool ben ik gepest, op de middelbare school viel ik buiten het populaire groepje, tijdens mijn studie werden er grappen gemaakt over mij-en-mijn-stokpaardjes, toen ik ging werken hoorde ik vaker dan eens dat ik “soms wel een wat sterke mening heb” en “hoekig” kan overkomen, op social media werd ik uitgemaakt voor “klimaatdrammer” en dit hypocrisieverwijt hoor ik dus ook al jaren.

    Toch blijf ik trouw aan mijn waarden, ook al kost dat iets van een reputatie bij de mensen die daar niet zo goed mee om kunnen gaan. Het zal een enkeling misschien ook kunnen inspireren. En aan degenen die het vooral stoort zou ik willen zeggen: misschien goed om eens naar jezelf te kijken en je eigen geweten onder de loep te nemen. Als je inhoudelijke argumenten op zijn, zou het namelijk wel eens kunnen zijn dat je ernaast zit.

  • Carbon committed op de fiets voor het klimaat

    Carbon committed op de fiets voor het klimaat

    Op maandag 20 juni 2022 fietste ik mee in de Climate Classic. Samen met zo’n 1.250 wielrenners en fietsenthousiastelingen vroegen we met deze fietstocht aandacht voor de gevolgen van klimaatverandering, en lieten we zien dat je met samenwerking, snelheid en doorzettingsvermogen heel veel kan bereiken.

    Pauzeplek in Den Bosch

    Dat bleek ook wel onderweg: dankzij mijn collega Robin was de eerste 65 kilometer niet alleen gezellig maar ook prima haalbaar voor mij, omdat hij zijn snelheid aan de mijne aanpaste. Door het juiste tempo te kiezen konden we moeiteloos samen naar de mueslibollen in Den Bosch fietsen.

    Daarna fietste ik een stuk alleen en kreeg ik het zwaarder. De wind waaide loeihard en even wilde ik opgeven. Mijn knieën begonnen te zeuren, ik voelde een klein pijntje in mijn rechterkuit, en ik moet ook nog een balletvoorstelling op spitzen dansen binnenkort… In Zaltbommel nota bene, waar ik bijna was gearriveerd en waar ik het station prima weet te vinden. De verleiding was groot om eenmaal daar de handdoek in de ring te gooien.

    Over de brug bij Hedel

    Doorzettingsvermogen

    Maar toen kwam Henk ineens in mijn gedachten langs. Hij zette zich de afgelopen jaren ondermoeibaar in voor een betere wereld, onder meer als medeoprichter van de energiecoöperatie Duurzaam Beilen en als lid bij burgercoöperatie Land van Ons. Henk was een vastbijter en een doorzetter. Enkele dagen voor de Climate Classic stierf hij totaal onverwacht. Door zijn overlijden en de geplande uitvaart heb ik zelfs even getwijfeld of ik überhaupt wel aan deze fietstocht moest gaan meedoen. Maar de plotselinge gedachte aan hem, en juist aan zijn enorme doorzettingsvermogen, was op dit moment de belangrijkste reden om stug verder te trappen. Nee, ik wilde echt niet opgeven.

    Henk van Santen de Hoog, in memoriam
    Achter de dames van het Waterschap Brabantse Delta

    Samenwerking

    Vlak voor Zaltbommel was daar ineens een team van Waterschap Brabantse Delta dat mij inhaalde. De man op kop riep heel lief: “haak maar aan hoor!” en dat deed ik dankbaar. In dit peloton was echt sprake van samenwerking: de renners hielden elkaar uit de wind, de koppositie werd af en toe gewisseld, iedereen hield elkaar goed in de gaten, en ik werd als verstekeling zomaar opgenomen en meegenomen. De wind was inmiddels meedogenloos hard aan het waaien, maar dankzij hen kon ik ook deel 2 van de route voltooien.

    Met een brok in de keel kwam ik aan in mijn eigen stad Utrecht. Bij de finish ging ik nog even stoer op de foto, hoewel ik redelijk kapot was, om daarna gauw een welverdiend stuk appeltaart te halen. Ik had het volbracht. Voor het klimaat, voor Henk, voor mezelf.

    Carbon Commitment

    Met deze tocht vroegen we aandacht voor klimaatverandering. Maar met aandacht alleen verandert er weinig, we moeten van bewustwording naar actie. Dat is wat Henk deed, wat ikzelf al jaren doe, en wat vele deelnemers aan deze fietstocht ook deden en wel met een zogenaamde carbon commitment, een belofte om ook echt in actie te komen tegen klimaatverandering.

    Mijn carbon commitment? Ik ga nog minder vlees en zuivel eten dan ik nu al doen, en minder nieuwe spullen kopen.

    Heb je zelf niet meegefietst, maar wil je toch nog een bijdrage leveren? Doe dan ook een carbon commitment. Word bijvoorbeeld lid van een energiecoöperatie (Rijne Energie als je in de omgeving Utrecht woont of Duurzaam Beilen als je in de omgeving Beilen woont), koop een stuk grond bij Land van Ons, zet concrete stappen om je huis verder te verduurzamen, plan je eerstvolgende vakantie met de trein of stel op je werk eens aan de orde wat daar duurzamer kan. En vertel hier welke commitment jij hebt gedaan, zodat we de uitgespaarde CO2 kunnen optellen: cycling4climate.nl/commitment.

    De Utrechtse finish behaald
  • Wat de IPCC cijfers voor Nederland betekenen

    Wat de IPCC cijfers voor Nederland betekenen

    Vandaag presenteerde het KNMI het Klimaatsignaal ’21, een (tussentijds) beeld van de actuele stand van klimaatverandering in Nederland. Het rapport is gebaseerd op het zesde rapport van het IPCC dat in augustus verscheen, aangevuld met eigen waarnemingen, onderzoeksresultaten en inzichten over zeespiegelstijging, extreme neerslag, droogte en het stedelijk klimaat in Nederland. En het slechte nieuws: we blijken er minder goed voor te staan dan de laatste keer dat het KNMI dit beeld schetste (in 2014).

    De live stream had ik wederom in mijn agenda genoteerd, en ik was blij verrast dat deze presentatie een stuk professioneler verliep dan die op 9 augustus met het IPCC. Na een korte introductie werd onderstaande animatie ingestart, en hoewel deze vermoedelijk niet op dezelfde doelgroep is gericht als de kijkers die nu waren ingeschakeld, vond ik het alvast een mooie samenvatting van de staat van het klimaat in ons land.

    Hierna werden enkele highlights uit het rapport gepresenteerd. Samenvattend komt het hier op neer: klimaatverandering is hier nu. Voorheen werden hittegolven elders en orkanen ver weg steeds vaker in verband gebracht met de opwarming van de aarde. Maar dit jaar was Nederland aan de beurt, met uitzonderlijke weersomstandigheden als de vernietigende valwinden in Leersum en overstromingen in de zomer door bizarre regenbuien in Limburg. En zo kon het gebeuren dat een internationaal team van wetenschappers niet anders kon dan stellen dat klimaatverandering ook hier merkbaar is geworden.

    Een andere belangrijke conclusie die vandaag werd gepresenteerd, werd na afloop vooral door de kranten gecommuniceerd: als de wereld op hetzelfde tempo broeikasgassen blijft uitstoten, zal Nederland sneller onder water komen te staan dan enkele jaren geleden werd berekend. Dan zou in het jaar 2100 de zee namelijk 1,20 meter hoger staan dan aan het begin van deze eeuw. En als de ijskappen van Antarctica en Groenland versneld zouden smelten, kan daar zelfs nog twee meter bij komen.

    Met deze infographic vat het KNMI goed samen welke impact klimaatverandering op Nederland gaat hebben. Wat vooral tot de verbeelding spreekt: de zeespiegel zal stijgen – en mogelijk nog meer dan voorheen gedacht, rivieren staan steeds vaker ‘s-zomers te laag en ‘s-winters te hoog, de kans op droogte wordt groter maar ook de kans op extreme neerslag, en in de steden wordt het vaker te heet en te droog of juist veel te nat. Klik op de infographic om ‘m te vergroten. (Bron)

    Over een week is de 26e VN-conferentie over klimaatverandering, de COP26. Laten we hopen dat de vertegenwoordigers van Nederland deze laatste kennis meenemen naar Glasgow, met name die kennis die we nu opdoen over de mogelijk desastreuze zeespiegelstijging op korte termijn voor ons land. Bijzonder hoogleraar Dynamica van het Klimaat, Sybren Drijfhout (prachtig aptoniem trouwens) kon het tijdens deze presentatie van het KNMI niet treffender zeggen: “dát is het gevoel van urgentie dat ik de COP delegatie ook wil meegeven: als we niet genoeg doen, dan is het in het komende millennium einde Koninkrijk der Nederlanden.”

    Bekijk het rapport KNMI Klimaatsignaal ’21 (pdf)

    Relevant danwel interessant
    Het jaar 2100… Dat klinkt best ver weg toch? Voor de snelle rekenaars hebben we het dus over 79 jaar vanaf nu. Ik leef dan waarschijnlijk zelf niet meer, tenzij ik de respectabele leeftijd van 116 mag bereiken, maar er leeft nu al een generatie Nederlanders die er waarschijnlijk dan ook nog is: de tieners van nu zijn dan bejaard. En dit is wat ze dan misschien wel aantreffen. Of waar ze dan al voor zijn weggevlucht. Omdat de generaties vóór hen, degenen die enkele decennia eerder nog beslisten over dit land, willens en wetens niet (voldoende) in actie zijn gekomen toen dat nog kon:

    Op deze kaart van het Europees Milieuagentschap (EEA) zie je hoe Nederland er zonder bescherming uit zou zien bij overstromingen door zeespiegelstijging van 1 tot 6 meter boven het huidige gemiddelde zeeniveau. Er staat wel een soort disclaimer bij, namelijk dat Nederland maatregelen neemt tegen overstromingen langs de kust en in het rivierengebied, bijvoorbeeld door dijken te bouwen en op te hogen, met dammen en duinen en strandsuppleties. Maar het Deltaprogramma houdt rekening met een maximale gemiddelde zeespiegelstijging van 1 meter eind deze eeuw, en houdt Nederland tot 2050 veilig. Dat lijkt dus niet voldoende, als je het meest pessimistische scenario in acht neemt en iets verder kijkt naar het jaar 2100. (Bron)
  • Het effect van taal op klimaatberichtgeving

    Het effect van taal op klimaatberichtgeving

    Er was een tijd dat het woord ‘groen’ een positieve connotatie had. Maakte een bekend merk het logo groen, dan probeerde het daarmee haar imago op te vijzelen. Groen stond voor ecologisch verantwoord, milieuvriendelijk, duurzaam, biologisch, schoon, jong en fris. Op een dag kwam daar de associatie met het klimaat bij. Maar zoals het klimaat veranderde, evolueerde ook de waarde van het woord ‘groen’. Toen er in het kader van klimaatverandering bijvoorbeeld ook werd gesproken over ‘groene maatregelen’, kreeg het woord een negatievere bijklank. Ineens was ‘groen doen’ niet meer louter iets moois en goeds, maar werd het ook in verband gebracht met een voorschrift voor noodzakelijk handelen. En de gevoelswaarde van het woord werd nog negatiever toen Thierry Baudet eind 2018, in debat over het Klimaatakkoord, de woorden ‘groene gekte’ in de mond nam. Tegenstanders van klimaatmaatregelen grepen deze beeldspraak dankbaar aan. De ‘boomknuffelaars’ van weleer werden ‘groene gekkies’. Zo kreeg het woord ‘groen’ ineens een heel andere lading.

    Dat politici dag in, dag uit dit soort retoriek gebruiken is vrij algemeen bekend. Ze houden zich veelal bezig met debatteren in de Tweede Kamer en optreden in de media, en weten maar al te goed dat het er niet alleen toe doet wát ze zeggen, maar ook hóe ze iets zeggen. Zo verscheen in januari 2019 een interview met VVD-fractieleider Klaas Dijkhoff over het Klimaatakkoord in de Telegraaf. In dat interview waarschuwde hij voor ‘drammers’ die de burger maatregelen door de strot zouden duwen. In december 2018 was het woord ‘klimaatdrammer’ al eens op Twitter gestaan. Had Dijkhoff dit gelezen en gebruikte hij het woord nu bewust twee keer? Had hij erop gegokt dat allerlei media juist dit citaat uit het interview zouden gebruiken? Want zo geschiedde: verschillende kranten schreven inderdaad over het interview met Dijkhoff en herhaalden juist deze sentiment-oproepende term ‘drammer’. De NOS maakte er zelfs ‘klimaatdrammer’ van en zette dit woord boven een artikel erover, tussen aanhalingstekens waardoor het leek alsof Dijkhoff dat woord zelf had gebruikt. En Rob Jetten nam het vervolgens zelf over, om de beschimping naar zijn hand te zetten en er een geuzennaam van te maken. Hetzelfde jaar nog nam de Dikke Vandale het op in haar woordenboek.

    NOS introduceert het woord 'klimaatdrammer'
    NOS introduceert het woord ‘klimaatdrammer’

    “Het gaat er niet om wat je zegt, maar hoe je het zegt,” kopte The Guardian in het kader van de Amerikaanse verkiezingen waarin Donald Trump werd verkozen. Het artikel haalt cognitief wetenschapper George Lakoff aan die het boek ‘Don’t think of an elephant’ schreef. Daarin gaat hij in op het fenomeen framing: het slim kiezen van woorden (en eventueel beelden) die bepaalde gevoelens oproepen, om je boodschap te kleuren. Zo kan je invloed uitoefenen op de ontvangst van de boodschap. Lakoff zag hoe succesvol Donald Trump was in het framen van Hillary Clinton, door allerlei beweringen over haar te doen en deze woorden eindeloos te herhalen. Zo schold Trump zijn opponent steeds uit voor ‘Crooked Hillary’. Lakoff adviseerde het democratische campagneteam om diezelfde woorden niet te herhalen, in een poging om ze onderuit te halen. Herhaling van Trumps woorden, door te zeggen: “Hillary is helemaal niet Crooked!”, zou dat frame juist alleen maar bekrachtigen.

    Een frame geeft een boodschap lading, het roept beelden en associaties op die tot een bepaalde interpretatie van de boodschap leiden. En het schijnt dat onze redenering daardoor zelfs kan worden beïnvloed. Logisch ook eigenlijk, als je bedenkt dat framing voortdurend wordt toegepast. Niet alleen door politici en populisten, maar ook door marketeers, opiniemakers, activisten en opvoeders. Framing gebeurt actief doordat de boodschapper het zo bedoeld had, of passief doordat communicatiekanalen het eeuwig herhalen, en framing gebeurt zelfs regelmatig onbedoeld.

    Een bekend voorbeeld van onbedoelde framing, is het statement dat oud-minister-president Balkenende in 2006 wilde maken met zijn uitspraken over de ‘VOC-mentaliteit’. Hij zag de VOC als een bedrijf met handelsgeest, daadkracht en durf, en wilde de economische groei en de opbloei van de werkgelegenheid in Nederland prijzen door te zeggen: “Laten wij optimistisch zijn! Laten we zeggen: Nederland kan het weer! Die VOC-mentaliteit, over grenzen heen kijken!” Maar hij sloeg hij de plank nogal mis, omdat zijn toehoorders een heel andere associatie hadden bij de VOC, namelijk die van de slavernij, onderdrukking en uitbuiting. Hierdoor ontstond een onbedoeld frame dat na 15 jaar nóg aan dit citaat kleeft.

    In 2010 werd George Lakoff geïnterviewd over framing in het kader van klimaatverandering, in All Things Considered, een bekend nieuwsprogramma op de Amerikaanse radio. Volgens Lakoff is het problematisch dat er jarenlang is gesproken met geruststellende woorden over klimaatverandering, in plaats van over de crisissituatie waar daadwerkelijk sprake van is. Een conservatieve Amerikaan ontdekte in 2004 dat het mensen alarmeerde als er gesproken werd over ‘wereldwijde opwarming’, terwijl het een stuk minder heftig overkwam als je het woord ‘klimaatverandering’ gebruikte. Een verandering is immers iets dat regelmatig gewoon gebeurt, dat klinkt heel feitelijk, zonder emotie in zich en zonder dat je daar echt een verantwoordelijke voor kunt aanwijzen. En ‘klimaat’ is ook een mooi woord. Het geeft een soort beeld van lekker warm weer en palmbomen, in tegenstelling tot de orkanen, sneeuwstormen en overstromingen waar eigenlijk sprake van is. En zo kon het gebeuren dat vele mensen, vele jaren lang zich niet vreselijke zorgen gingen maken als ze ergens hoorden of lazen dat het klimaat aan het veranderen is. Onterecht natuurlijk.

    Daarom besloot de Britse krant The Guardian in 2019 voortaan vaker te schrijven in de alarmerende termen die een crisissituatie verdient. “De woorden ‘klimaatverandering’ en ‘opwarming’ worden niet in de ban gedaan, maar als wetenschappers spreken van een catastrofe voor de mensheid zou de media er ook als zodanig over moeten schrijven,” zo lichtte de eindredacteur destijds toe. Dus schreef de krant voortaan in ernstiger bewoording. Wereldwijd waren wetenschappers, lokale overheden en zelfs de paus ook gestart met het uitroepen van de ‘klimaatnoodtoestand’. Het idee hierachter was dat als je zo stevig verklaart dat de opwarming van de aarde tot een kritieke situatie leidt, je ook meer druk kunt zetten op het treffen van maatregelen.

    Helaas duurt het in de Nederlandse media langer voor we hier verandering in zien. Het was nog dit jaar dat diverse Nederlandse kranten en nieuwsuitzendingen beelden toonden van badgasten en mensen die vrolijk in de stadsfontein aan het poedelen waren, bij berichtgeving over een abnormale hittegolf in Noord-Amerika, terwijl deze weersomstandigheden onomstotelijk in verband werden gebracht met klimaatverandering. Na kritiek paste het NRC de afbeelding bij een online artikel hierover aan, maar in de eerste instantie was dus niet voor een plaatje gekozen dat de ramp illustreerde. In tegendeel, het zag er allemaal wel gezellig uit.

    Komt dat door onze cultuur van “doe nou maar normaal”, omdat je het Nederlandse volk zou kunnen classificeren als nuchter en van oudsher calvinistisch star in onze waarden en principes? Zo klonk NRC hoofdredacteur René Moerland in ieder geval wel een beetje toen hij in 2019 reageerde op het besluit van The Guardian. Hij is geen ontkenner van het probleem, maar was wel van mening dat het er niet echt toe deed welke woorden je kiest, “de feiten worden er niet minder ernstig door“. Misschien baseert Moerland zich op onderzoek naar de impact van taal in het klimaatdebat. Daaruit bleek namelijk dat krachtige woorden zoals ‘klimaatcrisis’ en ‘catastrofe’ niet direct aanzetten tot actie noch meer betrokkenheid creëren. Toch kan zulke taal helpen om de nodige bezorgdheid te creëren. En bovendien kan je weldegelijk motiverende frames inzetten. Volgens George Lakoff moet je dan vooral woorden gebruiken die onbewuste emoties oproepen die aansluiten bij waarden die voor de meeste mensen belangrijk zijn. Bijvoorbeeld:

    • Roep niet op tot ‘(klimaat)actie’ maar tot het nemen van ‘(klimaat)verantwoordelijkheid’ (voor jezelf, je familie en de gemeenschap);
    • heb het niet over ‘een duurzame samenleving’ maar over ‘groene welvaart’;
    • niet over ‘klimaatmaatregelen’ maar over ‘klimaatredding’ of ‘klimaathulp’ (bron).

    Hoe je een verhaal verwoordt en illustreert kan dus een groot effect hebben op de betekenis van de boodschap voor de toehoorder. Dat betekent ook dat journalisten, columnisten, opiniemakers, influencers, marketeers… eigenlijk iedereen die naar een publiek communiceert over klimaatverandering, zich bewust moet zijn van de kracht van frames en het risico van framing, en van de verantwoordelijkheid die je draagt wanneer je nieuws over klimaatverandering brengt. Zeker omdat het een crisissituatie betreft.

    Werk je zelf in de energietransitie, ben je actief bij een klimaatbeweging of zet je je op een andere manier in voor dit onderwerp? Neem dit gegeven dan mee als je erover vertelt of schrijft. Want woorden doen ertoe.