Ben je de laatste jaren ook zo aan het genieten van het warmere weer? En maak je je tegelijkertijd ook zorgen over klimaatverandering? Je zorgen zijn terecht. Klimaatmodellen voorspellen de extremen, en alle statistieken laten zien dat warmere lentes en langdurige hittegolven nu al veel vaker voorkomen dan vroeger. Zonder klimaatverandering zouden de hoge temperaturen die we nu in Nederland zien, zeer zeldzaam zijn.
Door de opwarming van de aarde neemt de kans op warme lentes toe. De gemiddelde temperatuur in Nederland is al met zo’n 2°C gestegen sinds het pre-industriële tijdperk. Hierdoor beginnen warme periodes eerder in het jaar, duren ze langer en worden ze intenser. Door de hogere temperaturen verdampt er meer water uit de bodem en vegetatie. En dat er tegelijkertijd minder regen valt is extra problematisch, omdat het een kettingreactie van gevolgen veroorzaakt. Niet alleen ecologisch, maar ook economisch en maatschappelijk.
Bezorgdheid over klimaatverandering is normaal en legitiem. Het is een rationele en morele reactie op een reëel en urgent probleem, en kan prima bestaan naast de voldoening die het mooie weer je geeft. Sterker nog, het kan ook een motivator zijn.
Daarom ging ik op 20 juni doen wat ik heerlijk vind: een stuk fietsen op een warmte zomerdag, en gaf ik tegelijkertijd uiting aan mijn bezorgdheid. Ik ging weer deelnemen aan de Climate Classic. Dat is een fietstocht die jaarlijks wordt georganiseerd langs de ’toekomstige’ kustlijn van een door zeespiegelstijging veranderd Nederland. De reden voor mijn deelname: een signaal afgeven (samen met duizenden anderen) dat klimaatverandering serieus is en aandacht verdient.
Helemaal vanzelf gaat dat niet, achter mekaar 120 kilometer fietsen. Althans, een getrainde fietser draait daar zijn hand niet voor om, maar mijn basisconditie is vaak niet om over naar huis te schrijven. Dus van tevoren reed ik vele trainingsritjes (geen straf als je van fietsen houdt, wil afvallen en toevallig ook nog eens stapelverliefd bent op een man die 28 kilometer verderop woont), en via updates op Strava en andere social media probeerde ik mensen te mobiliseren om mee te doen. Wie niet mee wilde of kon fietsen, vroeg ik om mijn deelname te sponsoren en een financiële bijdrage te leveren. De opbrengsten gingen naar Justdiggit, een organisatie die actief is in gortdroge gebieden. Daar, in verdroogde grond waar regenwater normaal gesproken over wegstroomt, graven ze halvemaanvormige kuilen (‘bunds’) die regenwater vasthouden. Daardoor wordt plantengroei ineens weer mogelijk, en dit helpt daadwerkelijk de aarde afkoelen.
Dus op 20 juni reed ik, samen met duizenden anderen, allen gehuld in de iconische climate stripes, mee in de Climate Classic 2025. In mijn geval een rondje van 100 kilometer, wat voor mij precies de juiste lengte is om een klein beetje af te zien (wat voor mijn gevoel toch moet als je je laat sponsoren) en tegelijk te genieten.* Want wat een heerlijk en gezellig evenement is het elk jaar weer.
*En dat terwijl ik 10 dagen eerder de domste actie van de eeuw had uitgehaald door tijdens het fietsen op mijn telefoon te gluren en daarom bovenop een remmende auto te klappen. Met als gevolg een kapotte achterlichtkap aan zijn kant, en een gekneusde rib, wat schrammen, blauwe plekken en een gedeukt ego aan mijn kant. Maar dat mocht de pret op 20 juni allemaal niet drukken.
Na de finish even op de foto met de organisatie
Nabrander, 2 juli 2025 Heel veel DANK aan iedereen die mijn deelname aan de Climate Classic sponsorde! Met mijn actiepagina tinyurl.com/supportwen haalde ik maar liefst € 345 op voor Justdiggit!
Toevallig zag ik onlangs de VPRO Tegenlicht documentaire ‘Groen Goud’ waarin ook te zien is hoe relatief makkelijk het is om uitgeputte, kale grond te vergroenen. Zet er een schep in en hele ecosystemen kunnen herstellen en gebieden kunnen economisch weer floreren. Bekijk die docu hier: https://npo.nl/start/video/groen-goud_5/meer-informatie
Stel, je zit in een vve (vereniging van eigenaren) met een type dat jaren geleden naar de Cariben is vertrokken omdat zijn ‘deurtjes’ in Amsterdam en Utrecht, waaronder de woning onder de jouwe, prima renderen. Hij lijkt daar nogal druk te zijn met golfen, want telefonisch, via e-mail, appjes en Linkedinberichten is hij onbereikbaar. Moet ‘ie lekker doen natuurlijk, maar je zit in een vve met elkaar, en dan is contact toch soms nodig.
Bijvoorbeeld als de huurders een lekkage melden die mogelijk van boven komt, en zij kunnen hun huisbaas ook niet bereiken. Of als je het dak wil gebruiken voor zonnepanelen, of als je nieuwe geïsoleerde ramen in kozijnen zitten waar een schilder voor moet komen, en de vve verplicht je om over het dak, de fundering en de gevels contact te hebben. Je bent natuurlijk bereid om alles zelf te regelen, graag zelfs want het betreft ook jouw huis, maar de vriendelijke vriend moet af en toe wel een teken van leven geven. Zeker als je het potje voor (noodzakelijk) onderhoud aan het pand moet benutten.
Maar goed, omdat meneer dus te druk is met golfen op een tropisch eiland schakelt hij nog wel eens een vriendje of zwager in, als er dan écht iets is met de woning of met de huurders. Iemand die even dat gezeur kan oplossen met die kneuterige sukkels daar in dat regenachtige Nederland.
Lekkage bij de onderburen
Over het Nederlandse klimaat gesproken. In die woning is geen centrale verwarming, alleen een gaskachel in de woonkamer en een geiser voor het warme tapwater. De omloop van huurders is daarom kort, langer dan één winter houden ze het vaak niet vol. Immers, niet alle huurders weten dat ze recht hebben op dubbelglas maar als je meer dan € 1.000 huur per maand betaalt en desondanks ‘s-winters met een trui aan naar bed moet, voelt dat naast oncomfortabel toch ook een tikje onrechtvaardig. Woningtekort of niet.
Het laatste stel dat er woont vertelt ons bij hun vertrek in mei 2022 dat er verbouwplannen met de woning schijnen te zijn. Met de energiecrisis en de hoge gasprijzen vanwege de Russische invasie van Oekraïne, zou het natuurlijk een uitstekend idee zijn om dit huis meteen te elektrificeren, en we zijn graag bereid om de pandjesbaas hierover (ongevraagd) te adviseren. Bovendien heeft een renovatie waarschijnlijk ook betrekking op de vve, en we horen natuurlijk sowieso graag over de plannen zodat we ons kunnen voorbereiden op eventuele overlast. Maar meneer is natuurlijk onbereikbaar als we hem eens bellen.
Tot je belt vanaf een ander nummer, gewoon als experiment. En ja hoor, hij neemt direct op. De verbouwplannen zijn er inderdaad, maar hij heeft geen oren naar (gratis) adviezen over een slimme, duurzame renovatie en toont ook geen enkele interesse in onze ervaringen met het aardgasvrij maken van ons huis. Wat boeit hem klimaatverandering immers. Hooguit heeft hij zich misschien na een decennium huurders uitbuiten gerealiseerd dat mensen opzich recht hebben op een verwarming in de woning die je aan hen verhuurt.
Maandenlang staat de woning onder de mijne leeg. Midden in Utrecht, midden in een woningcrisis. Een aannemer vinden is misschien lastig op afstand. Of misschien hebben de vriendjes en zwagers het momenteel te druk. Wanneer we met de hele straat willen meedoen aan de geveltuinburendag, en we eigenlijk vanuit de vve zouden moeten overleggen of we ook een geveltuintje voor onze gezamenlijke gevel aan de straatkant willen, nemen we de moeite niet om het de rentenier op de Antillen te vragen. Hij zal het vermoedelijk toch compleet triviaal vinden.
Geveltuintjes in de straat
En dan ineens op een donderdagochtend in oktober staat er een bus voor de deur en een tuinman in het groene postzegeltje achter het huis. De beste man rukt bloeiende hortensia’s uit de grond, zaagt een rododendron om en snoeit de overhangende hedera, waar vaak merels in nestelen, volledig terug tot het randje van de schutting. Daarna verdwijnt ook de rest van het plantenmateriaal uit het tuintje, en binnen een paar uur liggen tientallen slachtoffers in de aanhanger achter de bus. Schitterende, levende planten. Ik zie nog zo voor me hoe de onderbuuf een deel hiervan aan het planten was, en haar gehuurde tuin verzorgde alsof het de hare was.
De dag erna verschijnt een pallet met grote tegels en emmers met voeg. Het resultaat: onderhoudsarmoe. Je gaat er maar eens een kijkje nemen, in de hoop dat er tenminste is nagedacht over afschot. De tuinman is net toevallig aan het testen met een tuinslang waar water uit ligt te gutsen. Helaas, het voegen is nog niet gebeurd dus het water sijpelt weg tussen de tegels. Er is ook geen regenton geplaatst, laat staan dat er een ondergronds opslagvat of infiltratiesysteem is aangelegd onder de tegels. En ja, hij vond het ook jammer van de planten. Maar dit was nu eenmaal de opdracht die hij had gekregen.
Stel he, stel dat dit je overkomt, als klimaatverandering, zoetwatertekorten en biodiversiteitsverlies je aan het hart gaan. Als je zelf juist zo je best doet voor geveltuintjes in de straat, je liefdevol de biologisch geteelde planten voor de insecten op je dakterras verzorgt, en je zo geniet van het jaarlijkse merelgezinnetje in de klimop onder je balkon. Als je wéét dat het momentum voor verduurzamingsmaatregelen niet wordt benut uit pure gemakzucht en desinteresse. En als er precies het tegenovergestelde met een tuin in de stad wordt gedaan van wat nodig is, met heftiger neerslag door klimaatverandering en wateroverlast tot gevolg, en steeds hetere zomers en hittestress in de versteende omgeving tot gevolg.
Ik heb serieus wat tranen moeten wegslikken. F*cking hufter daar aan de overkant van de oceaan.
Een tuin is een begrensd stuk grond, meestal bij een huis, waar bloemen, planten en bomen groeien of gewassen worden verbouwd. Een ‘onderhoudsarme’ tuin lijken mensen echter te vertalen als 100% betegeld, hooguit met een klein stukje nepgras voor het groene effect. Het Twitteraccount @onderhoudsarmoe neemt dit soort tuinen op de hak.
Op maandag 20 juni 2022 fietste ik mee in de Climate Classic. Samen met zo’n 1.250 wielrenners en fietsenthousiastelingen vroegen we met deze fietstocht aandacht voor de gevolgen van klimaatverandering, en lieten we zien dat je met samenwerking, snelheid en doorzettingsvermogen heel veel kan bereiken.
Dat bleek ook wel onderweg: dankzij mijn collega Robin was de eerste 65 kilometer niet alleen gezellig maar ook prima haalbaar voor mij, omdat hij zijn snelheid aan de mijne aanpaste. Door het juiste tempo te kiezen konden we moeiteloos samen naar de mueslibollen in Den Bosch fietsen.
Daarna fietste ik een stuk alleen en kreeg ik het zwaarder. De wind waaide loeihard en even wilde ik opgeven. Mijn knieën begonnen te zeuren, ik voelde een klein pijntje in mijn rechterkuit, en ik moet ook nog een balletvoorstelling op spitzen dansen binnenkort… In Zaltbommel nota bene, waar ik bijna was gearriveerd en waar ik het station prima weet te vinden. De verleiding was groot om eenmaal daar de handdoek in de ring te gooien.
Doorzettingsvermogen
Maar toen kwam Henk ineens in mijn gedachten langs. Hij zette zich de afgelopen jaren ondermoeibaar in voor een betere wereld, onder meer als medeoprichter van de energiecoöperatie Duurzaam Beilen en als lid bij burgercoöperatie Land van Ons. Henk was een vastbijter en een doorzetter. Enkele dagen voor de Climate Classic stierf hij totaal onverwacht. Door zijn overlijden en de geplande uitvaart heb ik zelfs even getwijfeld of ik überhaupt wel aan deze fietstocht moest gaan meedoen. Maar de plotselinge gedachte aan hem, en juist aan zijn enorme doorzettingsvermogen, was op dit moment de belangrijkste reden om stug verder te trappen. Nee, ik wilde echt niet opgeven.
Henk van Santen de Hoog, in memoriam
Samenwerking
Vlak voor Zaltbommel was daar ineens een team van Waterschap Brabantse Delta dat mij inhaalde. De man op kop riep heel lief: “haak maar aan hoor!” en dat deed ik dankbaar. In dit peloton was echt sprake van samenwerking: de renners hielden elkaar uit de wind, de koppositie werd af en toe gewisseld, iedereen hield elkaar goed in de gaten, en ik werd als verstekeling zomaar opgenomen en meegenomen. De wind was inmiddels meedogenloos hard aan het waaien, maar dankzij hen kon ik ook deel 2 van de route voltooien.
Met een brok in de keel kwam ik aan in mijn eigen stad Utrecht. Bij de finish ging ik nog even stoer op de foto, hoewel ik redelijk kapot was, om daarna gauw een welverdiend stuk appeltaart te halen. Ik had het volbracht. Voor het klimaat, voor Henk, voor mezelf.
Carbon Commitment
Met deze tocht vroegen we aandacht voor klimaatverandering. Maar met aandacht alleen verandert er weinig, we moeten van bewustwording naar actie. Dat is wat Henk deed, wat ikzelf al jaren doe, en wat vele deelnemers aan deze fietstocht ook deden en wel met een zogenaamde carbon commitment, een belofte om ook echt in actie te komen tegen klimaatverandering.
Mijn carbon commitment? Ik ga nog minder vlees en zuivel eten dan ik nu al doen, en minder nieuwe spullen kopen.
Heb je zelf niet meegefietst, maar wil je toch nog een bijdrage leveren? Doe dan ook een carbon commitment. Word bijvoorbeeld lid van een energiecoöperatie (Rijne Energie als je in de omgeving Utrecht woont of Duurzaam Beilen als je in de omgeving Beilen woont), koop een stuk grond bij Land van Ons, zet concrete stappen om je huis verder te verduurzamen, plan je eerstvolgende vakantie met de trein of stel op je werk eens aan de orde wat daar duurzamer kan. En vertel hier welke commitment jij hebt gedaan, zodat we de uitgespaarde CO2 kunnen optellen: cycling4climate.nl/commitment.
Ongeveer een jaar voordat mijn ouders trouwden bracht de Club van Rome het rapport ‘De grenzen aan de groei’ uit. Een groep Europese wetenschappers had een studie gedaan naar grote wereldproblemen in onderling verband: de mondiale bevolkingsgroei ten opzichte van de voedselproductie en industrialisatie, en de uitputting van grondstoffen en milieuvervuiling als gevolg daarvan. In het onderzoek werd gekeken naar de trends in deze variabelen van 1900 tot 1970, en hun mogelijke ontwikkeling naar de toekomst vanaf 1970.
De uitkomsten van de studie waren schokkend. In het rapport werd gesteld dat, als de westerse maatschappij in hetzelfde tempo zou blijven groeien en de bevolking op hetzelfde tempo bleef consumeren, de rek er binnen honderd jaar uit zou zijn. Vervuiling zou toenemen, natuurlijke bronnen zouden uitgeput raken. Dat nieuws zorgde wereldwijd voor commotie, en leidde tot een groter mondiaal milieubewustzijn.
NRC Handelsblad – Ramp bedreigt wereld, 31 augustus 1971
Het rapport had ook impact op mijn ouders. Een tijdlang overwogen ze niet aan kinderen te beginnen. In de jaren ’80 waren ze toch overstag gegaan, maar hun bezorgdheid over de toekomst van de planeet werd hun twee dochters met de paplepel ingegoten. Dat zij van de naoorlogse generatie zijn, zal ongetwijfeld ook hebben meegespeeld. Wij leerden te genieten van de kleine dingen, zuinig te zijn op spullen, geen voedsel te verspillen, niet ongebreideld te consumeren en respectvol om te gaan met onze omgeving. Mijn moeder, vogelkenner en professioneel genieter van de natuur, raapte tijdens het honduitlaten zwerfafval terwijl ze de ijsvogel spotte. Mijn vader, zeiler en uitvinder, filosofeerde hardop over energieopwekking door de stroming van de rivier, en verzon manieren waarop accu’s een veel langere levensduur zouden hebben. Dit alles legde het fundament voor de waarden die ik vandaag de dag naleef.
Mede door deze opvoeding, en door mijn sterke rechtvaardigheidsgevoel, ben ik zelf inmiddels ook het grootste deel van mijn leven bezig met dit onderwerp. In de tijd dat ik communicatie studeerde zat ik bijvoorbeeld aan de buis gekluisterd wanneer VPRO Tegenlicht weer een inspirerende aflevering uitzond. Zoals Afval = voedsel over het Cradle-to Cradleprincipe, waarin werd getoond hoe de grootste fabriek van Ford volledig duurzaam en kosteneffectief was gemaakt en er tegelijkertijd een kwalitatieve, duurzame en gezonde werkomgeving was gecreëerd. “Hier moet ik wat mee, hier wil ik later mijn kennis over communicatie voor inzetten…!” dacht ik dan steeds. Want hoewel ik lange tijd niet precies wist wat ik met mijn studie zou gaan doen, wist ik wel zeker dat marketing niet bij mij paste. Ik zag mezelf geen reclame maken voor fast-moving consumer goods of de retail in gaan, zeg maar. In plaats daarvan schreef ik voor het vak ethiek een essay over idealisme, koos ik voor de minor strategieformulering het agentschap SenterNovem (een uitvoeringsorganisatie van de overheid gericht op het stimuleren van innovatie en duurzame ontwikkeling), en bedacht ik voor het vak corporate communicatie een logo, slogan en advertentie voor een fictieve groene-energieleverancier.
In mijn afstudeerjaar volgde ik via de Radboud Universiteit Nijmegen masterclasses over maatschappelijk verantwoord ondernemen, een vorm van ondernemen gericht op economische prestaties, maar met respect voor de sociale kant en binnen ecologische randvoorwaarden. Tijdens deze masterclasses werden studenten uitgedaagd om mee te denken over casussen hoe bedrijven MVO konden toepassen. Initiatiefnemer hiervan, hoogleraar duurzaam ondernemen aan de RU prof. dr. Jan Jonker, werd een nieuwe inspiratiebron voor me. Met de scriptie die ik schreef over burgerparticipatie in het kader van het planologische programma ‘Ruimte voor de rivier’, dong ik mee naar de MVO Scriptieprijs die tevens door de Radboud Universiteit werd uitgeschreven. Hierna wist ik het zeker: ik ga niet terechtkomen in de commercie. Ik wil “iets met duurzaamheid”.
Tijdens mijn eerste banen bij enkele sociaalmaatschappelijke organisaties, specialiseerde ik mij in voorlichting, campagnevoeren en gedragspsychologie. Intussen bleef ik zoeken naar die ene baan waar mijn hart sneller van zou kloppen. Zo solliciteerde ik onder meer bij MVO Nederland, Greenpeace, Milieu Centraal en Stichting Natuur en Milieu. Intussen nam mijn leven nieuwe wendingen, leerde ik nieuwe mensen kennen die mijn zorgen over het milieu en klimaat deelden, of die mijn hart op andere wijzen sneller deden kloppen, en mijn interesse in duurzaamheid groeide en groeide. Zo’n 4 jaar na mijn afstuderen en wat werkervaring rijker, was ik inmiddels vastberaden om mijn carrièrepad in die richting te duwen.
Bij een smeltende gletsjer in Canada, 2017
De Athabasca-gletsjer is een van de zes uitlopers van het Columbia-ijsveld in de Canadese Rocky Mountains. De gletsjer is ongeveer 6 km lang, het ijs is tussen de 90 en 300 meter dik. Dit was de eerste gletsjer die ik ooit (in 2017) in levende lijve zag. Het verbaasde me dat hij helemaal zwart van kleur leek. Door klimaatopwarming verliest deze gletsjer momenteel diepte met een snelheid van ongeveer 5 meter per jaar en hij heeft in de afgelopen 125 jaar meer dan de helft van zijn volume verloren.
Toen ik solliciteerde bij de Vereniging voor Energie, Milieu en Water, belangenbehartiger voor de energie-intensieve industrie, merkte de directeur op dat mijn brief wel een erg “groene insteek” had. Of ik mij wel realiseerde dat de bedrijven waarvoor VEMW de belangen behartigde in veel gevallen verre van duurzaam waren? Ik antwoorde dat de energietransitie toch echt gaande was, en dat iedereen daar vroeg of laat in mee zal moeten gaan, ook de grote bedrijven. Kennelijk was dit het juiste antwoord, want ik werd aangenomen. Zo rolde ik de energiewereld in. Terwijl ik mijn best deed om me staande te houden in een organisatie die mij eigenlijk totaal niet paste, zo wist ik al gauw, leerde ik intussen waanzinnig veel over de complexe wereld van energie. Toen de directeur ook inzag dat ik hier eigenlijk niet thuis hoorde, had ik gelukkig voldoende basiskennis opgedaan en zelfvertrouwen gekregen om verder te solliciteren in de duurzame energiesector. Dat leidde tot mijn droombaan bij TKI Urban Energy, een organisatie die verduurzamingsinnovaties voor de gebouwde omgeving stimuleert.
Toen ik net bij TKI was aangenomen volgde ik een masterclass over de energietransitie in de gebouwde omgeving. Dit sloot perfect aan bij mijn nieuwe baan. Initiatiefnemer Jan Sjerps vertelde daar over zijn plan om een beweging te starten vanuit het idee dat een jongere generatie mee zou moeten praten over het klimaat- en energieakkoord. Want waarom zitten er eigenlijk alleen maar grijze koppen aan de klimaattafels? Het gaat daar immers ook over de toekomst van de generaties Y en Z. Ik gaf direct aan te willen helpen, en voor ik het wist zat ik in het kernteam van de Klimaat- en Energiekoepel, een netwerkorganisatie van young professionals die werken in en aan de energietransitie. Enige tijd zette ik mij bij KEK vrijwillig in om deze organisatie groter en bekender te laten worden, en later nam ik nog een tijdje zitting in de Raad van Advies. Samen met generatiegenoten.
In april 2018, tijdens een meeting over de oprichting van de Klimaat- en Energiekoepel, op bezoek bij GreenHome in Amsterdam
Omdat ik mij tegenwoordig professioneel in mag zetten voor een duurzamere wereld voelt het alsof ik mijn doel heb bereikt, op carrièregebied dan. Maar het klimaatprobleem is groots en complex. Door er veelvuldig over te lezen, te praten en te schrijven leerde ik meer over de oorzaken van klimaatverandering, over welke natuurkundige verschijnselen een rol spelen, over de gevolgen voor de biodiversiteit, over zogenaamde tipping points, maar ook leerde ik hoe partijen met tegengestelde belangen het publiek op het verkeerde been proberen te zetten met desinformatie, en hoe het politieke discours vooruitgang in de energietransitie kan dwarsbomen uit angst voor verlies van kiezers. Eigenlijk kwam ik tot de conclusie dat de ontwrichting van het klimaat, hét thema is van deze tijd. Des te meer frustreert het mij dat heel veel mensen in mijn omgeving, zoals vrienden en familie, maar ook daarbuiten, regeringsleiders, CEO’s van grote bedrijven, niet altijd even doordrongen lijken van de urgentie van het probleem.
De laatste jaren leerde ik ook veel over de oplossingen om de duizelingwekkend snelle opwarming van de aarde af te remmen. En ik ben hoopvol en optimistisch, dat ligt in mijn aard. Dus die dingen wil ik ook delen. Tegelijkertijd voel ik mij af en toe wanhopig over de staat van het klimaat en de snelheid van de energietransitie. Ik uit mijn frustraties erover dan op Twitter, maar ik heb gemerkt dat ik vaak meer dan 280 tekens nodig heb om mijn punt te maken. Bovendien bereik ik daar maar een beperkt publiek. Daarom ga ik het hier van mij afschrijven, mijn frustraties maar ook mijn ideeën voor een toekomstige duurzamere wereld. Zo zal het de ene keer drammerig overkomen, maar is het een volgende keer misschien wel heel praktisch? Ik kan er niks aan doen, het onderwerp gaat mij nu eenmaal aan het hart.
In korte tijd is ‘vliegschaamte’ een bekend begrip geworden. Het begon in Zweden, waar bekende frequente vliegers publiekelijk aan de schandpaal werden genageld onder vermelding van de term ‘flygskam’. Het woord wordt in het Nederlands volgens mij wat anders gebruikt, meer als de schaamte die je zelf ervaart als je gaat vliegen om op reis te gaan, omdat je weet dat je daarmee bijdraagt aan een enorme CO2-uitstoot. Je vertoont immoreel gedrag tegen beter weten in, misschien wel zelfs tegen je eigen idealen in, en dat leidt tot de zelfbewuste emotie schaamte. Vliegschaamte.
Toen ik begin 2019 eens de uitstoot van mijn eigen vlieggedrag berekende, schrok ik enorm. Ik telde de vliegreizen sinds het moment dat ik met zakgeld of salaris vliegtickets kocht, plus die ene keer met mijn ouders, en kwam uit op een gemiddelde van zo’n 2,5 (enkele) vliegreizen per jaar tot dat moment, met in totaal grofweg 25 ton CO2-uitstoot van toen tot nu tot gevolg. En daar zaten bestemmingen tussen waarvoor minder milieubelastende alternatieven zijn om er te komen binnen acceptabele tijdspanne. Als ik het internet moet geloven is die totale uitstoot vergelijkbaar met die van een dieselauto die 150.000 kilometer rijdt. Om dat te compenseren moeten 1.250 bomen een jaar lang groeien. Deze rekensom leidde bij mij wel tot enige schaamte, dus die emotie herken ik wel. Maar eigenlijk leidde het nog meer tot een wens om de schade te herstellen. Hoe kan ik dit nog goedmaken?
CO2-uitstoot in gram per reizigerskilometer (bron)
Uit de jaarlijkse analyse van de carbon footprint van de Nederlandse vakantieganger in 2018, door Breda University of Applied Sciences, bleek dat de CO2-emissies van reislustige landgenoten zo’n tien procent van de totale Nederlandse emissies vormden. Ouch. Een pijnlijke realisatie dat ik hier met mijn eigen toeristische uitspattingen aan heb bijgedragen. Het schijnt bovendien dat twee procent van de wereldwijde CO2-uitstoot komt van de luchtvaart. Dat percentage zal alleen maar toenemen, aangezien de wereldbevolking groeit, de welvaart stijgt en daardoor het vliegverkeer groei. Sterker nog, de verwachting is dat de CO2-uitstoot van de luchtvaart in 2050 hoger is dan de huidige uitstoot (zo berekende het PBL). Het lijkt mij daarom heel goed als er een trend ontstaat die helpt deze zorgelijke ontwikkeling te remmen. Maar of dat zo’n negatief frame van schaamte moet hebben, betwijfel ik.
Gelukkig zijn er diverse manieren waarmee je de pijn van het vliegen kunt verzachten, die mensen ook steeds meer ontdekken. Want wil je toch heel graag die ene droombestemming bezoeken, dan kan je de bijbehorende CO2-uitstoot van de retourvlucht compenseren. Bijvoorbeeld door te investeren in natuurbeschermingsprojecten, zoals herbebossing of het adopteren van een stuk regenwoud. Of je koopt CO2-rechten die je door Carbonkiller laat vernietigen, om zo de prijs van emissierechten op te drijven en zo het emissiehandelssysteem aan te scherpen. Je kunt er ook voor kiezen om de reis te compenseren door geen vlees meer te eten. Ook al verandert er niets aan de daadwerkelijke hoeveelheid CO2-emissies van je vlucht, in ieder geval draag je op dat soort manieren indirect óók bij aan natuurbeheer, -behoud en -bescherming, of minder CO2-uitstoot in z’n algemeenheid. En door er überhaupt mee bezig te zijn word je vanzelf bewuster van de keuzes die je in de toekomst maakt (of laat).
Certificaat van geadopteerd regenwoud Stichting Work With Nature, Costa Rica
Via www.adopteerregenwoud.nl kan je een stukje (of stuk) Costa Ricaans regenwoud adopteren. Het betreffende stuk tropisch woud wordt beheerd door stichting Work With Nature, die in het leven is geroepen en gerund wordt door een stel jonge Nederlanders. Zij beheren en beschermen het oerbos en zorgen voor heraanplant, maken zo ook werkgelegenheid voor de lokale bevolking mogelijk, ze laten er Nederlandse studenten stagelopen, organiseren er werkvakanties en donateurs ontvangen ze met open armen voor rondleidingen en een hapje mee-eten. Ik was daar eind 2019 om “mijn” 80m² te bekijken en was onder de indruk van het project. Wil je dus een dergelijk project steunen, dan kan ik de vrienden van Work With Nature van harte aanraden!
De Zweedse milieupsycholoog Patrik Sörqvist zegt dat compenseren voor het vliegen een averechts effect zou hebben. Door hun schuldgevoel op deze manier af te kopen, zo stelt de psycholoog, kunnen mensen met geld juist blijven doen wat slecht is voor het milieu. Daarmee houd je volgens Sörqvist niet-duurzame beslissingen juist in stand. Ik snap zijn punt, maar ben ik het niet geheel met hem eens. Ik denk dat het niet zo is dat mensen die zoeken naar manieren om hun schadelijke gedrag te compenseren, niet ineens heel vaak in het vliegtuig zullen gaan stappen. Maar inderdaad, wie het klimaat niet wil belasten kan beter helemaal niet het vliegtuig pakken. En toch, aangezien we dit toch massaal doen (de verwachting is zelfs dat de vraag naar luchtverkeer voorlopig alleen maar blijft toenemen): dan kan je toch beter de uitstoot compenseren dan er überhaupt verder niet over nadenken?
Ik zie wel een ander risico van deze compensatie, namelijk dat dat tientje bovenop de ticketprijs helemaal niets uithaalt. Hoewel dat onderbuikgevoel is, dat geef ik toe. Maar KLM heeft bijvoorbeeld de compensatiedienst CO2ZERO waarmee passagiers tegen een kleine vergoeding hun vlucht “neutraal” zouden maken. Met de bijdragen van hun klanten koopt KLM zogeheten CO2-credits, of carbon credits, van herbebossingsprojecten. Zo’n CO2-credit is een certificaat dat aantoont dat 1.000 kilo uitstoot is opgenomen uit de atmosfeer. Dit alles wordt gecertificeerd door onafhankelijke en erkende bureaus, en de projecten moeten jaarlijks over hun voortgang rapporteren. Maar: werkt dat…?
Je hoort gelukkig steeds vaker verhalen over mensen die minder vliegen en daar anderen toe willen inspireren, om zo de luchtvaartgroei te beperken. Ik vind het een geruststelling dat steeds meer mensen er bewuster mee om gaan dan, zeg, 10 jaar geleden. Maar of dat nu komt door de emotie schaamte, of samenhangt met een oproep van anderen om je moreel te gedragen… Want vooralsnog lijkt er weinig vliegschaamte af te lezen aan de vakantieplannen van de gemiddelde Nederlander. Van de overheid hoeven we het ook niet te hebben, moet ik helaas constateren. In 2019 werd een kleine nationale belastingheffing op kerosine aangekondigd voor 2021, waarvan is aangetoond dat het uitstoot zou schelen en de economie als geheel niet schaadt. Per passagier die vanaf een Nederlandse luchthaven vertrekt moet de luchtvaartmaatschappij ongeveer €7,85 per persoon per vlucht aan belasting betalen. Het geldt niet voor transferpassagiers. Deze regeling is dus niet van harte. Het kabinet is dan ook van mening dat de burger liever “bewuster wordt van de gevolgen van al zijn luchtreizen voor de planeet.”
De belangrijkste les die ik leerde over gedragsbeïnvloeding is dat je je in ieder geval niet moet blindstaren op bewustwording. Net als dat de klassieke theorie van ‘kennis, houding, gedrag’ (het opdoen van kennis over een onderwerp zou leiden tot het aanpassen van je houding ten opzichte daarvan, wat weer kan leiden tot gedragsverandering) allang omver is geworpen door de gedragswetenschappers van nu. Erkennen dat je je schaamt lijkt me een vrij bewust proces, het desondanks kopen van een vliegticket ook. En mensen wéten inmiddels allemaal prima dat uitlaatgassen van vervoersmiddelen schadelijk zijn. Dat leidt echter nog niet automatisch tot het mijden van dat vervoer. Nee, bewustwording over de gevolgen van vliegen, noch schaamte voor je eigen aandeel daarin, lijken me daarom niet genoeg voor een verandering van ons massale vlieggedrag.
Ben je zelf bereid om minder te vliegen, doe je dat dan ook? Met andere woorden, gedraag je je consistent met je voornemens? Durf je dan ook publiekelijk aan dat voornemen te committeren. Niet door alleen te vertellen dat je je schaamt, maar door ook daadwerkelijk voor je eerstvolgende vakantie een treinticket te boeken. En deel dan vooral je positieve ervaringen met anderen. De sociale psychologie wijst namelijk uit dat mensen sneller bereid zijn om hun gedrag aan te passen als anderen het ook doen. Dus heb je een positieve ervaring met een internationale treinreis? Ben je met een groep vrienden gaan road trippen in Europa? Deel het dan vooral met de wereld. Vertel erover op feestjes, schrijf er een blog over, en deel je vrolijke selfies op sociale media. En benadruk de haalbaarheid van zo’n prachtvakantie dichterbij huis, van je avonturen binnen Europa en het feit dat een vlucht daar niet voor nodig was. Bleek de treinrit boeken een fluitje van een cent? Of verrassend goedkoop? Laat zien dat het kan. Ben je met een elektrische auto over de grens gegaan? Deel je route langs de laadstations, en vertel wat een lol het je opleverde.
Op fietsvakantie naar Oostenrijk, september 2015
Dus: laten we het vliegtuig mijden in een positief frame zetten. En laat het een trend worden, zodat steeds meer mensen de vliegloze reis als de norm gaan zien en we het juist ongewoon gaan vinden als mensen niet-duurzaam op vakantie gaan, of voor een zakelijke afspraak de wereld over vliegen. Het alternatief is namelijk haalbaar, betaalbaar, eenvoudig te regelen en ontzettend leuk. Let’s go!
Relevant danwel interessant Jelmer Mommers, journalist en schrijver over democratie & klimaat bij De Correspondent schreef een geweldig goed stuk getiteld ‘Duurzaam vliegen bestaat niet. Tijd om ermee te stoppen’. Lees of beluister het op De Correspondent
Aanvulling 19 augustus 2021 Ik schreef hierboven over milieupsycholoog Sörqvist, die zegt dat compenseren averechts kan werken en niet-duurzame beslissingen juist in stand kan werken. Vanochtend op Linkedin kwam ik een soortgelijke theorie tegen, die is gebaseerd op een recente studie naar (groen) consumentengedrag. Gedragswetenschapper Reint Jan Renes schrijft erover op Linkedin:
Een klein beetje ‘groen’ is voor veel consumenten groen genoeg.
Een studie naar consumentengedrag, onlangs verschenen in PLOS ONE , stelt dat veel consumenten – vaak onbewust – aan greenwashing doen. Ze gebruiken één enkel ethisch aspect van een product (‘gemaakt van puur biologisch katoen’) als excuus voor minder moreel gedrag met betrekking tot andere aspecten van hetzelfde product (‘slechte werkomstandigheden’).
Een van de auteurs van de studie legt het als volgt uit: “Mensen die in één opzicht bewust winkelen, beschouwen dit vaak als een blanco cheque om andere waarden te negeren. Een beetje goed blijkt goed genoeg te zijn. Een voorbeeld om dit te illustreren is de consument die boodschappen doet bij de biologische supermarkt en vervolgens naar huis rijdt in zijn of haar SUV. Dit gebeurt waarschijnlijk geheel zonder een slecht geweten.”
Één enkel ethisch correct aspect wordt aldus gebruikt als een morele vrijbrief (‘moral licensing’) om een tweede ethisch aspect niet meer in overweging te nemen. Of zoals de onderzoekers stellen: “Een enkele, kleine verbetering van het product is voldoende om een hoog moreel zelfbeeld te ontwikkelen en zichzelf als een ethisch handelend persoon te beschouwen.”
Mag deze site cookies plaatsen?
Om te zorgen dat deze site een beetje soepel werkt, wordt hier gebruikgemaakt van cookies. Hiermee onthoudt de website de voorkeuren van reageerders, en wordt inzichtelijk hoe bezoekers de site gebruiken en welke pagina's populair zijn. Geef je liever geen toestemming? Dat kan, maar bepaalde functies zullen dan mogelijk minder goed werken.
Functioneel
Altijd actief
De technische opslag of toegang is strikt noodzakelijk voor het legitieme doel het gebruik mogelijk te maken van een specifieke dienst waarom de abonnee of gebruiker uitdrukkelijk heeft gevraagd, of met als enig doel de uitvoering van de transmissie van een communicatie over een elektronisch communicatienetwerk.
Voorkeuren
De technische opslag of toegang is noodzakelijk voor het legitieme doel voorkeuren op te slaan die niet door de abonnee of gebruiker zijn aangevraagd.
Statistieken
De technische opslag of toegang die uitsluitend voor statistische doeleinden wordt gebruikt.De technische opslag of toegang die uitsluitend wordt gebruikt voor anonieme statistische doeleinden. Zonder dagvaarding, vrijwillige naleving door uw Internet Service Provider, of aanvullende gegevens van een derde partij, kan informatie die alleen voor dit doel wordt opgeslagen of opgehaald gewoonlijk niet worden gebruikt om u te identificeren.
Marketing
De technische opslag of toegang is nodig om gebruikersprofielen op te stellen voor het verzenden van reclame, of om de gebruiker op een site of over verschillende sites te volgen voor soortgelijke marketingdoeleinden.