Categorie: Wens blog

wendingen die mij bezighouden

  • Over collectieve vergetelheid, en ons onvermogen om te leren van crises

    Over collectieve vergetelheid, en ons onvermogen om te leren van crises

    Zo’n anderhalve maand geleden zuchtte Europa onder extreem langdurige hittegolven, met allerlei directe gevolgen van dien. Op vrijdag 24 juli maakte de fotograaf Maximilien Lamy een foto op het strand van Moutchic, bij het meer van Lacanau in Frankrijk. Het plaatje toont twee badgasten op strandstoelen onder een parasol, die samen kijken naar een grote natuurbrand aan de overkant van het meer. Het is een apocalyptisch beeld, met een gigantische, onheilspellende, goud-zwarte rookwolk van een onbeheersbare bosbrand aan de horizon. Veel mensen die zich druk maken om de klimaatcrisis, zagen het beeld als de ultieme metafoor voor de onverschilligheid ten opzichte van klimaatverandering. Alsof de vakantiegangers ramptoeristen waren, of dachten: “of de wereld nou in brand staat of niet, wij willen gewoon vakantie vieren.” Niet heel vreemd om ze van deze gedachte te verdenken, want in de regio waar dit tafereel zich afspeelde was op dat moment de noodtoestand afgeroepen, en er waren al tienduizenden mensen geëvacueerd.

    Miljoenen mensen zagen die foto. Maar na een week of 4 zijn de branden geblust, is het extreme weer getemperd, is de media-aandacht verschoven naar de volgende actualiteit en zitten de vakantiegangers weer op kantoor. De buitenwereld gaat weer over tot de orde van de dag, en de verhalen en beelden van de gebeurtenissen verdwijnen uit ons collectieve geheugen, of worden geregistreerd als ‘dat ene heftige moment in die ene hete zomer’ (wanneer ook alweer?). Waarom is dat zo?

    Het gegeven dat media onze collectieve aandachtsspanne voor dit soort crises verkorten, heeft een naam. Het heet ‘presentisme’ en ik leerde erover tijdens mijn studie Sustainable Communication. Presentisme kan je ook wel “tijdblindheid” noemen. Omdat media vluchtig is, zeker sociale media, en de news feed op platforms constant ververst met de nieuwste content, worden we gevangen gehouden in een permanent heden. Als scroller reflecteer je niet op wat je net hebt gezien, omdat de volgende prikkel zich alweer aandient. Daardoor zijn we vooral gefixeerd op het directe nu, blijken we ons minder te herinneren van het verleden en zijn we ook niet echt bezig met de mogelijke toekomst.

    Niet alleen social mediaverslaafden vallen hieraan ten prooi. Ook de traditionele media overspoelen ons continu met nieuws en actualiteiten. We weten daardoor alles over wat er nú gebeurt, en je zou verwachten dat die focus op het heden ons hyperbewust, aanwezig en verbonden maakt met de actuale realiteit. De paradox is dat precies het omgekeerde gebeurt. Want we kunnen nog zoveel talrijke alarmerende berichten zien, maar zonder het voor onszelf te duiden, het te linken aan het verleden of een blik op de toekomst te richten, is al die informatie een momentopname, en enkele weken later weer naar de achtergrond verdwenen.

    Gisteravond zag ik op Linkedin een briljante vondst in dit kader: de zin “Een zomer om nooit te vergeten” onder een bewerking van het schilderij Kinderen der zee van Jozef Israëls, waar de iconische foto van Lamy in is verwerkt. Dit is natuurlijk ijzersterk, in het licht van presentisme. Want in plaats van mee te gaan in de vluchtige waan van de dag, nodigt deze slogan de kijker uit om terug én vooruit te denken:

    Ik vind deze advertentie van onder andere Natuur & Milieu ontzettend goed gevonden, want:

    • De advertentie activeert het terugdenken aan het (recente) verleden: het herkenbare beeld uit het recente verleden herinnert eenieder die de originele foto zag, aan de situatie van dat moment. De stelling eronder helpt mee, want het kan ook betekenen: die situatie mag niet vergeten worden;
    • de uitdrukking “…om nooit te vergeten” kaapt een nostalgisch cliché over het verleden: zo’n zinnetje gebruikt men normaal voor mooie herinneringen. In de nieuwe context krijgt deze uitdrukking juist een cynische lading met een hint naar ‘het nieuwe normaal’. Want die zojuist afgelopen bloedhete zomer, zou wel eens de koelste zomer van de rest van je leven kunnen zijn geweest;
    • het beeld dwingt je na te denken over de toekomst: de kinderen op het schilderij staan symbolisch voor de volgende generatie. Bij het zien van dit beeld dringt zich de vraag op: hoe onleefbaar worden de zomers voor hen?;
    • en de advertentie is in mijn ogen ook een aanklacht tegen het collectief geheugenverlies: die hittegolven en natuurbranden waren namelijk weliswaar kortstondige situaties, en is nu alweer ‘oud nieuws’. Maar de klimaatverandering die eraan ten grondslag ligt is dat niet. De mondiale temperaturen stijgen door, en dit hetere klimaat gaat niet meer weg. De crisis verdient dus een permanente plek in ons collectieve geheugen.

    Deze advertentie is dus enorm krachtig. Ik hoop dat hij gaat meehelpen aan een grote opkomst bij de klimaatmars die morgen in Nederland plaatsvindt. Voor onze eigen toekomst, en de toekomst van de volgende generaties.

  • Voorkomen dat je AOW volledig op gaat aan aardappels

    Voorkomen dat je AOW volledig op gaat aan aardappels

    Wil ik in 2060 met m’n rollator een beetje comfortabel de deur uit kunnen, om veilig en wel een krop sla te halen bij de plaatselijke Lidl, dan zal er echt nú wat gedaan moeten worden aan het beperken van klimaatverandering.

    Dit is technologisch en economisch mogelijk, maar… het wordt wel kantje boord. Ik wil niet pessimistisch doen, maar de uitstoot van CO₂ en andere broeikasgassen wereldwijd daalt nog steeds veel te langzaam. Fossiele brandstoffen worden nog steeds grootschalig gebruikt. Er is nog veel laf klimaatbeleid in landen met een grote voetafdruk. En als er maatregelen komen, zijn ze vaak te vrijblijvend of worden ze te traag doorgevoerd.

    Bovendien dreigen kantelpunten in het klimaatsysteem al snel bereikt te zullen worden, en die versnellen en verergeren de boel. Zo dreigt de Atlantische Golfstroom (AMOC) stil te vallen door klimaatopwarming. Dit oceaancirculatiesysteem transporteert warm en koud zeewater over de aarde, en speelt een cruciale rol in het reguleren van het klimaat, vooral in Europa en Noord-Amerika. Omdat het warm water van de tropen naar het noorden van de Atlantische Oceaan stuurt, en via een bocht koud water terugbrengt naar het zuiden, hebben wij hier bijv. een milder klimaat dan in Oost-Canada, dat op gelijke hoogte met Nederland ligt.

    De AMOC wordt aangedreven door temperatuur- en zoutverschillen in de oceaan. Door het smelten van ijs verandert die samenstelling. En als de AMOC vertraagt, worden de winters hier veel kouder en natter, krijgen we meer wind en buien, meer stormen en overstromingen, en langere droge periodes in de zomer.

    Geschat wordt dat landbouwopbrengsten in Noord-Europa door de langere periodes van vorst en extreem weer tot 30% kunnen afnemen. Dat werkt natuurlijk door naar de consument. De prijzen van basisproducten zoals graan en aardappelen zullen stijgen. Maar in tegenstelling tot een tijdelijke crisis, zoals in 2022 toen de export van graan uit Oekraïne en Rusland stokte, staat ons dan structurele schaarste te wachten. Het zal mij benieuwen hoe de gemiddelde fitfluencer tzt het koolhydraatarm dieet gaat promoten.

    Bron: Nieuwsuur, 26 augustus 2025

    De hamvraag blijft natuurlijk: wat kunnen we eraan doen – technologisch en economisch? Individuele acties zoals minder vlees eten, energie besparen, minder consumeren en spullen recyclen zijn natuurlijk top, maar de opwarming van de aarde is een gigantisch probleem en vraagt om een fundamentele systeemverandering. Klimaatverandering komt voort uit hoe we onze economie, energievoorziening, landbouw en transport hebben ingericht. En zonder politieke en economische hervormingen, en drastische maatregelen voor de grootste uitstoters en vervuilers, gaat dat systeem niet veranderen.

    Het is HOOG tijd om collectief veranderingen af te dwingen! Stem jij straks op een politieke partij die strengere regels en CO₂-belastingen wil voor de industrie? Spreek je je uit op social media? Doe je mee aan burgerinitiatieven? Steun je klimaatprotesten? Of praat je erover met anderen om anderen bewust te maken van dit probleem? Zodat zij misschien ook op die klimaatbewuste partij stemmen? Dit heeft zoveel meer impact dan slechts in stilte je eigen gedrag aanpassen. Let’s go!

    Opdat we over 35 jaar nog gewoon een zakje aardappels in het mandje van onze scootmobiel kunnen laden, zonder daarvoor bij de kassa een nier te hoeven afstaan.

  • Dankbaar voor de airco van de natuur

    Dankbaar voor de airco van de natuur

    “Bedankt boom,” dacht ik toen ik vandaag met 31°C bij een bushalte moest wachten, en daar heerlijk in de schaduw kon staan. Nee, ik had geen behoefte om ‘m te knuffelen en ook droeg ik geen geitenwollensokken. Maar ik was me wel bewust van de dienst die deze boom mij bewees: de stralingswarmte van de volle zon tegenhouden, schaduw bieden en de luchttemperatuur verlagen door verdamping van water. Hierdoor daalt zowel de gevoelstemperatuur als de daadwerkelijke temperatuur onder die boom – enkele graden!

    Als meer mensen zich bewust worden van dit soort ecosysteemdiensten* van groen, gaan ze misschien ook beter inzien dat we de natuur moeten koesteren. Je hoeft heus geen hippie op blote voeten en met paars haar te zijn, om het op waarde te schatten. Ga eens naar het bos tijdens een hittegolf, dan ondervind je het zelf.

    *Ecosysteemdiensten zijn alle voordelen die mensen halen uit de natuur, de ecosystemen. Dit omvat zowel tastbare producten, zoals voedel en hout, als immateriële voordelen zoals schone lucht en water, bestuiving van gewassen, klimaatregulatie en recreatiemogelijkheden. Dat alles is essentieel voor onze gezondheid, economische welvaart en cultureel welzijn.

    Mijn bericht op Linkedin

  • Hoe iedereen kan bijdragen aan de energietransitie

    Hoe iedereen kan bijdragen aan de energietransitie

    Kan jij net zo blij worden als ik bij het zien van windmolens langs de snelweg, die zwaai na zwaai gigantisch veel groene energie opwekken? Zou jij daar ook wel aan bij willen dragen, de energietransitie willen verder helpen, maar kan je bijvoorbeeld geen energie opwekken op jouw huis? Is een elektrische auto ook niet voor jou weggelegd? Of heb je jouw groene droombaan nog niet kunnen vinden? Overweeg dan eens lid te worden van een energiecoöperatie.

    Een energiecoöperatie is een vereniging van inwoners in een bepaalde regio, die samen duurzame energie willen opwekken. Als lid van zo’n vereniging steun je het opwekken van schone energie, kan je op eenvoudige wijze investeren in duurzaamheid, en vaak kan je als lid meebeslissen in de Algemene Ledenvergadering en zo bijvoorbeeld meebepalen wat er met de opbrengsten gebeurt. Ook kan je met je inleg vaak meer rente krijgen dan de bank over je spaargeld uitbetaalt.

    Ik werd zelf lid bij het Utrechtse Rijne Energie in november 2021, aangemoedigd door twee Utrechtse collega’s. Door mijn enthousiasme heb ik een tijdje met veel plezier wat vrijwilligerswerk voor de vereniging gedaan. Ik ontmoette er ook allerlei leuke, groene doeners. En had lol in mijn betrokkenheid bij zo’n positieve club.

    Via mijn lidmaatschap investeerde ik ook twee keer een bedrag voor de lening die de vereniging nodig heeft om windmolens te realiseren langs de snelweg bij Utrecht. Best spannend, want op het moment van schrijven ben ik al zo’n twee jaar lid en Rijne Energie is al enkele jaren bezig met onderzoeken, ontwerpen, vergunningen aanvragen, overleggen, lobbyen en leden werven… Lang werd er weinig concreet. Tot mei dit jaar, toen het college van B&W; van de gemeente Utrecht besloot om de vergunning te verlenen voor vier windmolens met 50% lokaal eigendom. Dat betekende dat leden nu echt konden gaan investeren.

    In 2021 werd ook € 100.000 opgehaald maar op de één of andere manier stond ik er toen nog niet zo bij stil dat dit projecten kunnen zijn van een héle lange adem. Inmiddels weet ik veel beter hoe moeizaam het kan lopen en hoe langdurig dit soort trajecten zijn. En dan is inleggen ineens een stuk spannender.

    Toch kan ik een lidmaatschap bij een energiecoöperatie iedereen aanraden. Of het nou voor de gezelligheid is, voor de groene energie in jouw dorp, stad of regio, of als interessante financiële optie.

    In Utrecht willen we naast de vier windmolens langs de snelweg ook zonnevelden in een liefst zo natuurlijk mogelijke, groene omgeving. Daar blijft Rijne Energie zich hard voor maken. Wil je hier ook aan meedoen? Word dan lid!

    Ik woon niet in Utrecht maar wil ook bij een energiecoöperatie, wat nu?

    Vind de energiecoöperatie die bij jou past op energiesamen.nu.

  • Look who’s talking: over het hypocrisieverwijt

    Look who’s talking: over het hypocrisieverwijt

    “Wat je zegt ben je zelf!” Bij zo’n uitspraak zie ik een verontwaardigd kind op een schoolplein voor me, dat een vergeefse poging doet om een beschimping te pareren. Gek genoeg zijn het regelmatig volwassenen die een dergelijk soort argument gebruiken in discussies over de klimaatcrisis en de energietransitie. En dan natuurlijk net iets anders verwoord. Sterker, in de eerste instantie klinkt zo’n tegenwerping vaak aannemelijk of zelfs gerechtvaardigd. En zo kan het je nog van je à propos brengen ook.

    We hebben het hier over een drogreden (voor een superleuk boekje daarover, zie: drogredenen.nl), een misleidend argument in een discussie. De jij-bak is een persoonlijke aanval waarmee niet inhoudelijk gereageerd wordt op het argument van de ander, die geen weerlegging betreft van het gezegde, maar in plaats daarvan juist afleidt van de inhoud terwijl geprobeerd wordt om iemands geloofwaardigheid aan te tasten. Een aantal voorbeelden:

    Scholieren bij de McDonald’s tijdens een klimaatdemonstratie in Den Haag

    Toen in februari 2019 meer dan 15.000 scholieren op het Malieveld bijeen kwamen om te demonstreren voor steviger maatregelen tegen klimaatverandering, vond een verslaggever van het AD/Haagsche Courant de lunch van de scholieren kennelijk groter nieuws. Hoewel ze hier van een objectief feit verslag doet, is het natuurlijk niet een erg relevant feit. Er stonden geen 15.000 scholieren in de McDonald’s, immers. Bovendien zegt ze impliciet met dit hitserige tweetje: “Kijk! Hypocriet hoor, demonstreren voor het klimaat, maar voor een hamburger schuiven ze massaal hun idealen aan de kant!”

    …en jawel hoor, het krantje van bekrompen Nederland vond deze “ontmaskering” van de klimaatspijbelaars ook meteen het belangrijkste om te vermelden over de demonstratie. “Ze hebben nog veel te leren,” zo verkondigt de schrijver van dit Telegraafartikel zelfgenoegzaam in de inleiding.

    Greta Thunberg zit te eten terwijl ze in de trein zit

    Greta Thunberg kan erover meepraten. Een foto van haar lunch in de internationale trein, op weg naar de VN-klimaatactietop in Parijs, is kennelijk al voldoende voor een sneue poging om haar in diskrediet te brengen: “Moet je zien hoe al dat plastic rond haar ontbijttafel! Ja hoor, zij is hetzelfde meisje dat zich bij de VN mocht uitspreken over klimaatverandering!” Alsof ze niet meer geloofwaardig is omdat haar lunch in plastic verpakt was.

    Een vinnig dialoogje op Twitter tussen mij en een ex-collega.

    Een ex-collega van mij vond het kennelijk alleen redelijk als je de uitspraken van een bestuurslid van een luchtvaartmaatschappij bekritiseert, wanneer je zelf nooit meer in een vliegtuig stapt. Ik refereer in mijn antwoord aan een uitspraak die ze eerder in levende lijve deed, toen we nog collega’s waren. Ze merkte toen droogjes op dat het niet erg “groen” van me was hoe ik elke week tussen werk en mijn balletles in de trein een kant-en-klaarsalade at. Want die maaltijden zijn in plastic verpakt. Ja, Greta, I can relate!

    CDA Kamerlid vindt dat de directeur van Milieudefensie niet mag barbecueën

    CDA-kamerlid Henri Bontenbal vond het onzuiver dat Donald Pols, op het moment dat uitzonderlijke weersextremen voor overstromingen in de Benelux zorgden, zijn volgers op Twitter herinnerde aan uitspraken die demissionair premier Mark Rutte een jaar geleden ongeveer had gedaan. Prima om daar kritiek op te uiten, maar hij ontkracht zijn eigen argument door zijn afkeuring over het feit dat er geen datum boven het screenshot stond kracht bij te zetten, en Pols er fijntjes op te wijzen dat hij directeur van Milieudefensie is en nota bene ook van barbecueën houdt. Alsof dat ter zake doet?

    Het verwijt van schijnheiligheid of hypocrisie wordt ook wel een jij-bak genoemd, en is een variant van de ad hominem. Het werkt als volgt: degene die zo’n uitspraak doet wijst zijn gesprekspartner erop dat z’n kritiek net zo goed voor hemzelf geldt, omdat hij zelf niet handelt naar zijn uitspraken of overtuigingen. Wat je bekritiseert doe je zelf ook, dus eigenlijk heb jij daardoor dus geen recht van spreken. Deze drogreden wordt regelmatig uit de kast getrokken wanneer mensen het oneens zijn met een standpunt, maar geen inhoudelijk verweer meer hebben. Het enige dat nog kan is de opponent in diskrediet proberen te brengen en zo monddood te maken. Toch redelijk triest.

    En meestal onterecht. Ik schrijf bewust “meestal”, want natuurlijk mag je anderen op inconsequenties wijzen. Zo ga ik ook niet vrijuit. Inderdaad vlieg ik zo nu en dan naar verre oorden, eet ik af en toe vlees, vis en zuivel, en leef ik over het algemeen volgens de luxe levensstandaard die we hier in het rijke Nederland kennen. En toch pleit ik gepassioneerd voor het oplossen van de klimaatcrisis met alle mogelijkheden die we hebben. Maar het feit dat iemand niet altijd naar zijn of haar eigen stelling handelt, doet dan ook niets af aan de waarde van die stelling zelf. Natuurlijk willen we dat mensen staan voor hun idealen en doen waar ze voor staan, maar om heel menselijke redenen kan bepaald gedrag niet in lijn zijn met die overtuigingen. Niemands gedrag is consequent, er is geen idealist die volledig naar zijn idealen leeft.

    Nog een nuancering: ik kan situaties verzinnen waarin de jij-bak meer terecht is. Als iemand zegt: “we moeten echt minder vliegen” terwijl hij zelf 20 keer per jaar in een vliegtuig stapt, dan klinkt dat toch minder geloofwaardig dan wanneer die persoon eens in de drie jaar in het vliegtuig stapt. Het blijft flauw om het als argument in te zetten tegen krimp van luchtvaart, in plaats van juist die inhoud van het argument zelf aan te vallen. Maar het wordt wel begrijpelijker om het aan te voeren als onderdeel van je bezwaar.

    Vast staat dat het een discussie verstoort als je een persoonlijke aanval in een discussie gebruikt. Als we naar elkaar blijven wijzen schiet niemand daar wat mee op.

    De in 2020 overleden antropoloog David Graeber introduceerde in zijn boek ‘Bullshit Jobs’ de term ‘moral envy’, oftewel morele afgunst. In een interview in het NRC vertelde hij hierover: “Ik had een vriend, een activist die zijn leven lang armoede bestreed. Andere activisten namen hem kwalijk dat hij voor zijn ex-vrouw en zijn kind een appartement betaalde. Hoezo gaf hij dat geld niet aan de armen? Terwijl hij al bijna al zijn geld weggaf. Wanneer je goed doet, moet je aan een absurd hoge standaard voldoen. Je moet perfect zijn.”

    Ik heb het zelf vaker dan eens meegemaakt, maar als de anonieme tweep @Piet68 met zo’n verwijt komt laat je het zo van je af glijden. En is het geen Twitter troll maar een (vage) bekende met zo’n kortzichtige mening, dan heb ik er tegenwoordig wel een goed antwoord op. Als het echter een dierbare is die jou in een live gesprek de maat neemt, dan voelt dat heel anders. Zoals die ene keer na een feestelijk etentje. Ik geef toe, de wijnen hadden rijkelijk gevloeid die avond. Terwijl de jongste kinderen op bed lagen was het overgebleven gezelschap in een hartstochtelijke discussie beland over de ernst van de klimaatcrisis en de mogelijkheden om er iets aan te doen. Dat was boeiend, tot het moment dat het ineens persoonlijk werd. Want ineens werd mij vanuit een hoek van de kamer toegebeten dat ik wel wat mocht dimmen vanwege de vliegreis die wij ruim een jaar eerder maakten naar de Verenigde Staten. Dat deed pijn. Je wil jezelf verdedigen: “Ho eens, niemand is perfect” of nog inhoudelijker: “maar die retourvlucht hebben we gecompenseerd!” en het is zelfs verleidelijk om gauw wat dingen op te noemen waarin je je sowieso verantwoordelijker gedraagt dan die ander. Maar… dat alles kwam er niet uit want je voelt je op dat moment inderdaad monddood gemaakt. Bovendien had zo’n verdediging ook totaal geen zin gehad. Het was een überhaupt geen geldend argument in het gesprek en als je erin mee gaat, en je laat uitdagen tot een potje moreel verplassen, ben je eigenlijk net zo stom bezig.

    Niemands gedrag is consequent, er is geen idealist die volledig naar zijn idealen leeft

    Inmiddels ken ik mezelf goed genoeg, en ben ik overtuigd genoeg van de keuzes die ik maak (en waarover ik praat) dat ik me niet meer zo van de wijs laat brengen. Ik ben nu eenmaal niet die meebeweger die als gevolg gemakkelijk in de omgang is. Mijn rechtvaardigheidsgevoel is te sterk, en in veel gevallen sta ik ook echt vierkant voor mijn principes. Ik kan me best voorstellen dat het vooral irritant overkomt als zo iemand als ik vol is van haar eigen gelijk (zeker als je zelf wat onzeker bent over jouw eigen handelen, of als het jou confronteert met je eigen keuzes). Deze karaktereigenschap heeft me al vaak impopulair gemaakt. Op de basisschool ben ik gepest, op de middelbare school viel ik buiten het populaire groepje, tijdens mijn studie werden er grappen gemaakt over mij-en-mijn-stokpaardjes, toen ik ging werken hoorde ik vaker dan eens dat ik “soms wel een wat sterke mening heb” en “hoekig” kan overkomen, op social media werd ik uitgemaakt voor “klimaatdrammer” en dit hypocrisieverwijt hoor ik dus ook al jaren.

    Toch blijf ik trouw aan mijn waarden, ook al kost dat iets van een reputatie bij de mensen die daar niet zo goed mee om kunnen gaan. Het zal een enkeling misschien ook kunnen inspireren. En aan degenen die het vooral stoort zou ik willen zeggen: misschien goed om eens naar jezelf te kijken en je eigen geweten onder de loep te nemen. Als je inhoudelijke argumenten op zijn, zou het namelijk wel eens kunnen zijn dat je ernaast zit.

  • Wat de IPCC cijfers voor Nederland betekenen

    Wat de IPCC cijfers voor Nederland betekenen

    Vandaag presenteerde het KNMI het Klimaatsignaal ’21, een (tussentijds) beeld van de actuele stand van klimaatverandering in Nederland. Het rapport is gebaseerd op het zesde rapport van het IPCC dat in augustus verscheen, aangevuld met eigen waarnemingen, onderzoeksresultaten en inzichten over zeespiegelstijging, extreme neerslag, droogte en het stedelijk klimaat in Nederland. En het slechte nieuws: we blijken er minder goed voor te staan dan de laatste keer dat het KNMI dit beeld schetste (in 2014).

    De live stream had ik wederom in mijn agenda genoteerd, en ik was blij verrast dat deze presentatie een stuk professioneler verliep dan die op 9 augustus met het IPCC. Na een korte introductie werd onderstaande animatie ingestart, en hoewel deze vermoedelijk niet op dezelfde doelgroep is gericht als de kijkers die nu waren ingeschakeld, vond ik het alvast een mooie samenvatting van de staat van het klimaat in ons land.

    Hierna werden enkele highlights uit het rapport gepresenteerd. Samenvattend komt het hier op neer: klimaatverandering is hier nu. Voorheen werden hittegolven elders en orkanen ver weg steeds vaker in verband gebracht met de opwarming van de aarde. Maar dit jaar was Nederland aan de beurt, met uitzonderlijke weersomstandigheden als de vernietigende valwinden in Leersum en overstromingen in de zomer door bizarre regenbuien in Limburg. En zo kon het gebeuren dat een internationaal team van wetenschappers niet anders kon dan stellen dat klimaatverandering ook hier merkbaar is geworden.

    Een andere belangrijke conclusie die vandaag werd gepresenteerd, werd na afloop vooral door de kranten gecommuniceerd: als de wereld op hetzelfde tempo broeikasgassen blijft uitstoten, zal Nederland sneller onder water komen te staan dan enkele jaren geleden werd berekend. Dan zou in het jaar 2100 de zee namelijk 1,20 meter hoger staan dan aan het begin van deze eeuw. En als de ijskappen van Antarctica en Groenland versneld zouden smelten, kan daar zelfs nog twee meter bij komen.

    Met deze infographic vat het KNMI goed samen welke impact klimaatverandering op Nederland gaat hebben. Wat vooral tot de verbeelding spreekt: de zeespiegel zal stijgen – en mogelijk nog meer dan voorheen gedacht, rivieren staan steeds vaker ‘s-zomers te laag en ‘s-winters te hoog, de kans op droogte wordt groter maar ook de kans op extreme neerslag, en in de steden wordt het vaker te heet en te droog of juist veel te nat. Klik op de infographic om ‘m te vergroten. (Bron)

    Over een week is de 26e VN-conferentie over klimaatverandering, de COP26. Laten we hopen dat de vertegenwoordigers van Nederland deze laatste kennis meenemen naar Glasgow, met name die kennis die we nu opdoen over de mogelijk desastreuze zeespiegelstijging op korte termijn voor ons land. Bijzonder hoogleraar Dynamica van het Klimaat, Sybren Drijfhout (prachtig aptoniem trouwens) kon het tijdens deze presentatie van het KNMI niet treffender zeggen: “dát is het gevoel van urgentie dat ik de COP delegatie ook wil meegeven: als we niet genoeg doen, dan is het in het komende millennium einde Koninkrijk der Nederlanden.”

    Bekijk het rapport KNMI Klimaatsignaal ’21 (pdf)

    Relevant danwel interessant
    Het jaar 2100… Dat klinkt best ver weg toch? Voor de snelle rekenaars hebben we het dus over 79 jaar vanaf nu. Ik leef dan waarschijnlijk zelf niet meer, tenzij ik de respectabele leeftijd van 116 mag bereiken, maar er leeft nu al een generatie Nederlanders die er waarschijnlijk dan ook nog is: de tieners van nu zijn dan bejaard. En dit is wat ze dan misschien wel aantreffen. Of waar ze dan al voor zijn weggevlucht. Omdat de generaties vóór hen, degenen die enkele decennia eerder nog beslisten over dit land, willens en wetens niet (voldoende) in actie zijn gekomen toen dat nog kon:

    Op deze kaart van het Europees Milieuagentschap (EEA) zie je hoe Nederland er zonder bescherming uit zou zien bij overstromingen door zeespiegelstijging van 1 tot 6 meter boven het huidige gemiddelde zeeniveau. Er staat wel een soort disclaimer bij, namelijk dat Nederland maatregelen neemt tegen overstromingen langs de kust en in het rivierengebied, bijvoorbeeld door dijken te bouwen en op te hogen, met dammen en duinen en strandsuppleties. Maar het Deltaprogramma houdt rekening met een maximale gemiddelde zeespiegelstijging van 1 meter eind deze eeuw, en houdt Nederland tot 2050 veilig. Dat lijkt dus niet voldoende, als je het meest pessimistische scenario in acht neemt en iets verder kijkt naar het jaar 2100. (Bron)
  • Het effect van taal op klimaatberichtgeving

    Het effect van taal op klimaatberichtgeving

    Er was een tijd dat het woord ‘groen’ een positieve connotatie had. Maakte een bekend merk het logo groen, dan probeerde het daarmee haar imago op te vijzelen. Groen stond voor ecologisch verantwoord, milieuvriendelijk, duurzaam, biologisch, schoon, jong en fris. Op een dag kwam daar de associatie met het klimaat bij. Maar zoals het klimaat veranderde, evolueerde ook de waarde van het woord ‘groen’. Toen er in het kader van klimaatverandering bijvoorbeeld ook werd gesproken over ‘groene maatregelen’, kreeg het woord een negatievere bijklank. Ineens was ‘groen doen’ niet meer louter iets moois en goeds, maar werd het ook in verband gebracht met een voorschrift voor noodzakelijk handelen. En de gevoelswaarde van het woord werd nog negatiever toen Thierry Baudet eind 2018, in debat over het Klimaatakkoord, de woorden ‘groene gekte’ in de mond nam. Tegenstanders van klimaatmaatregelen grepen deze beeldspraak dankbaar aan. De ‘boomknuffelaars’ van weleer werden ‘groene gekkies’. Zo kreeg het woord ‘groen’ ineens een heel andere lading.

    Dat politici dag in, dag uit dit soort retoriek gebruiken is vrij algemeen bekend. Ze houden zich veelal bezig met debatteren in de Tweede Kamer en optreden in de media, en weten maar al te goed dat het er niet alleen toe doet wát ze zeggen, maar ook hóe ze iets zeggen. Zo verscheen in januari 2019 een interview met VVD-fractieleider Klaas Dijkhoff over het Klimaatakkoord in de Telegraaf. In dat interview waarschuwde hij voor ‘drammers’ die de burger maatregelen door de strot zouden duwen. In december 2018 was het woord ‘klimaatdrammer’ al eens op Twitter gestaan. Had Dijkhoff dit gelezen en gebruikte hij het woord nu bewust twee keer? Had hij erop gegokt dat allerlei media juist dit citaat uit het interview zouden gebruiken? Want zo geschiedde: verschillende kranten schreven inderdaad over het interview met Dijkhoff en herhaalden juist deze sentiment-oproepende term ‘drammer’. De NOS maakte er zelfs ‘klimaatdrammer’ van en zette dit woord boven een artikel erover, tussen aanhalingstekens waardoor het leek alsof Dijkhoff dat woord zelf had gebruikt. En Rob Jetten nam het vervolgens zelf over, om de beschimping naar zijn hand te zetten en er een geuzennaam van te maken. Hetzelfde jaar nog nam de Dikke Vandale het op in haar woordenboek.

    NOS introduceert het woord 'klimaatdrammer'
    NOS introduceert het woord ‘klimaatdrammer’

    “Het gaat er niet om wat je zegt, maar hoe je het zegt,” kopte The Guardian in het kader van de Amerikaanse verkiezingen waarin Donald Trump werd verkozen. Het artikel haalt cognitief wetenschapper George Lakoff aan die het boek ‘Don’t think of an elephant’ schreef. Daarin gaat hij in op het fenomeen framing: het slim kiezen van woorden (en eventueel beelden) die bepaalde gevoelens oproepen, om je boodschap te kleuren. Zo kan je invloed uitoefenen op de ontvangst van de boodschap. Lakoff zag hoe succesvol Donald Trump was in het framen van Hillary Clinton, door allerlei beweringen over haar te doen en deze woorden eindeloos te herhalen. Zo schold Trump zijn opponent steeds uit voor ‘Crooked Hillary’. Lakoff adviseerde het democratische campagneteam om diezelfde woorden niet te herhalen, in een poging om ze onderuit te halen. Herhaling van Trumps woorden, door te zeggen: “Hillary is helemaal niet Crooked!”, zou dat frame juist alleen maar bekrachtigen.

    Een frame geeft een boodschap lading, het roept beelden en associaties op die tot een bepaalde interpretatie van de boodschap leiden. En het schijnt dat onze redenering daardoor zelfs kan worden beïnvloed. Logisch ook eigenlijk, als je bedenkt dat framing voortdurend wordt toegepast. Niet alleen door politici en populisten, maar ook door marketeers, opiniemakers, activisten en opvoeders. Framing gebeurt actief doordat de boodschapper het zo bedoeld had, of passief doordat communicatiekanalen het eeuwig herhalen, en framing gebeurt zelfs regelmatig onbedoeld.

    Een bekend voorbeeld van onbedoelde framing, is het statement dat oud-minister-president Balkenende in 2006 wilde maken met zijn uitspraken over de ‘VOC-mentaliteit’. Hij zag de VOC als een bedrijf met handelsgeest, daadkracht en durf, en wilde de economische groei en de opbloei van de werkgelegenheid in Nederland prijzen door te zeggen: “Laten wij optimistisch zijn! Laten we zeggen: Nederland kan het weer! Die VOC-mentaliteit, over grenzen heen kijken!” Maar hij sloeg hij de plank nogal mis, omdat zijn toehoorders een heel andere associatie hadden bij de VOC, namelijk die van de slavernij, onderdrukking en uitbuiting. Hierdoor ontstond een onbedoeld frame dat na 15 jaar nóg aan dit citaat kleeft.

    In 2010 werd George Lakoff geïnterviewd over framing in het kader van klimaatverandering, in All Things Considered, een bekend nieuwsprogramma op de Amerikaanse radio. Volgens Lakoff is het problematisch dat er jarenlang is gesproken met geruststellende woorden over klimaatverandering, in plaats van over de crisissituatie waar daadwerkelijk sprake van is. Een conservatieve Amerikaan ontdekte in 2004 dat het mensen alarmeerde als er gesproken werd over ‘wereldwijde opwarming’, terwijl het een stuk minder heftig overkwam als je het woord ‘klimaatverandering’ gebruikte. Een verandering is immers iets dat regelmatig gewoon gebeurt, dat klinkt heel feitelijk, zonder emotie in zich en zonder dat je daar echt een verantwoordelijke voor kunt aanwijzen. En ‘klimaat’ is ook een mooi woord. Het geeft een soort beeld van lekker warm weer en palmbomen, in tegenstelling tot de orkanen, sneeuwstormen en overstromingen waar eigenlijk sprake van is. En zo kon het gebeuren dat vele mensen, vele jaren lang zich niet vreselijke zorgen gingen maken als ze ergens hoorden of lazen dat het klimaat aan het veranderen is. Onterecht natuurlijk.

    Daarom besloot de Britse krant The Guardian in 2019 voortaan vaker te schrijven in de alarmerende termen die een crisissituatie verdient. “De woorden ‘klimaatverandering’ en ‘opwarming’ worden niet in de ban gedaan, maar als wetenschappers spreken van een catastrofe voor de mensheid zou de media er ook als zodanig over moeten schrijven,” zo lichtte de eindredacteur destijds toe. Dus schreef de krant voortaan in ernstiger bewoording. Wereldwijd waren wetenschappers, lokale overheden en zelfs de paus ook gestart met het uitroepen van de ‘klimaatnoodtoestand’. Het idee hierachter was dat als je zo stevig verklaart dat de opwarming van de aarde tot een kritieke situatie leidt, je ook meer druk kunt zetten op het treffen van maatregelen.

    Helaas duurt het in de Nederlandse media langer voor we hier verandering in zien. Het was nog dit jaar dat diverse Nederlandse kranten en nieuwsuitzendingen beelden toonden van badgasten en mensen die vrolijk in de stadsfontein aan het poedelen waren, bij berichtgeving over een abnormale hittegolf in Noord-Amerika, terwijl deze weersomstandigheden onomstotelijk in verband werden gebracht met klimaatverandering. Na kritiek paste het NRC de afbeelding bij een online artikel hierover aan, maar in de eerste instantie was dus niet voor een plaatje gekozen dat de ramp illustreerde. In tegendeel, het zag er allemaal wel gezellig uit.

    Komt dat door onze cultuur van “doe nou maar normaal”, omdat je het Nederlandse volk zou kunnen classificeren als nuchter en van oudsher calvinistisch star in onze waarden en principes? Zo klonk NRC hoofdredacteur René Moerland in ieder geval wel een beetje toen hij in 2019 reageerde op het besluit van The Guardian. Hij is geen ontkenner van het probleem, maar was wel van mening dat het er niet echt toe deed welke woorden je kiest, “de feiten worden er niet minder ernstig door“. Misschien baseert Moerland zich op onderzoek naar de impact van taal in het klimaatdebat. Daaruit bleek namelijk dat krachtige woorden zoals ‘klimaatcrisis’ en ‘catastrofe’ niet direct aanzetten tot actie noch meer betrokkenheid creëren. Toch kan zulke taal helpen om de nodige bezorgdheid te creëren. En bovendien kan je weldegelijk motiverende frames inzetten. Volgens George Lakoff moet je dan vooral woorden gebruiken die onbewuste emoties oproepen die aansluiten bij waarden die voor de meeste mensen belangrijk zijn. Bijvoorbeeld:

    • Roep niet op tot ‘(klimaat)actie’ maar tot het nemen van ‘(klimaat)verantwoordelijkheid’ (voor jezelf, je familie en de gemeenschap);
    • heb het niet over ‘een duurzame samenleving’ maar over ‘groene welvaart’;
    • niet over ‘klimaatmaatregelen’ maar over ‘klimaatredding’ of ‘klimaathulp’ (bron).

    Hoe je een verhaal verwoordt en illustreert kan dus een groot effect hebben op de betekenis van de boodschap voor de toehoorder. Dat betekent ook dat journalisten, columnisten, opiniemakers, influencers, marketeers… eigenlijk iedereen die naar een publiek communiceert over klimaatverandering, zich bewust moet zijn van de kracht van frames en het risico van framing, en van de verantwoordelijkheid die je draagt wanneer je nieuws over klimaatverandering brengt. Zeker omdat het een crisissituatie betreft.

    Werk je zelf in de energietransitie, ben je actief bij een klimaatbeweging of zet je je op een andere manier in voor dit onderwerp? Neem dit gegeven dan mee als je erover vertelt of schrijft. Want woorden doen ertoe.

  • IPCC rapport nr. 6: bekende info die toch inslaat als een bom

    IPCC rapport nr. 6: bekende info die toch inslaat als een bom

    Op maandagochtend 9 augustus 2021 zat ik er klaar voor: de live stream waarin het klimaatpanel van de VN, IPCC, een nieuw rapport zou presenteren over de huidige staat van de wereldwijde klimaatopwarming. Ik verwachtte weinig nieuws te horen, trouwens. Als je dagelijks met klimaat en energie bezig bent, de kranten altijd eerst scant op artikelen hierover, en je op social media een ‘echo chamber’ rond deze thema’s hebt gecreëerd, ben je wel op de hoogte van de dramatische staat waarin het klimaat op aarde zich anno 2021 bevindt. Maar toch zette ik me schrap voor deze persconferentie. Op 23 juni dit jaar lekte er namelijk al een deel van het rapport uit, waarover The Guardian berichtte: “Klimaatwetenschappers maken zich steeds meer zorgen dat de mondiale opwarming kantelpunten in de natuurlijke systemen van de aarde zal veroorzaken, wat zal leiden tot wijdverbreide en mogelijk onherroepelijke rampen, tenzij dringend actie wordt ondernomen. De gevolgen zijn waarschijnlijk veel dichterbij dan de meeste mensen zich realiseren (…), en zullen het leven in de komende decennia fundamenteel veranderen, zelfs als de uitstoot van broeikasgassen onder controle wordt gebracht.” Laat de woorden even op je inwerken: wijdverbreide en mogelijk onherroepelijke rampen, tenzij dringend actie wordt ondernomen, en je begrijpt: hier is echt iets aan de hand.

    Bron: The Guardian – IPCC steps up warning on climate tipping points in leaked draft report, 23 juni 2021

    In de afgelopen 30 jaar bracht het panel al vijf vergelijkbare rapporten uit, nu volgde de zesde publicatie. In het eerste IPCC-rapport dat in 1990 verscheen, konden de klimaatwetenschappers met zekerheid stellen dat de gemiddelde temperatuur op aarde steeg, maar er bestond toen nog onzekerheid over de rol van de mens daarin. Zes jaar later, in het tweede rapport, was het IPCC daar iets stelliger in maar nog steeds bleef het bij een voorzichtige conclusie rond waarneembare menselijke invloed op het wereldwijde klimaat. In de drie rapporten daarna werd dit steeds duidelijker en waarschijnlijker. In het rapport uit 2014 werd het zelfs ‘extreem waarschijnlijk’ genoemd (95 procent zeker) dat de huidige klimaatverandering door de mens wordt veroorzaakt. Inmiddels noemt het IPCC de rol van de mens ‘indisputable’, oftewel: onbetwistbaar.

    Voor het zesde rapport analyseerden 234 wetenschappers van over de hele wereld samen duizenden recente onderzoeken en nieuwe wetenschappelijke artikelen over de waargenomen temperatuurstijging, de menselijke invloed en de rol van broeikasgassenuitstoot. Ook de gevolgen werden bestudeerd, zoals de toename van droogte- en hitteperioden, extreme neerslag, het smelten van de ijskappen, het stijgen van de zeespiegel, uitsterven van diersoorten en afname van biodiversiteit. En natuurlijk het meest beangstigende: de zogenaamde ‘tipping points’ oftewel kantelpunten in het klimaatsysteem, die leiden tot dat een domino-effect van desastreuze gevolgen. Bijvoorbeeld het smelten van permafrost, waardoor extra broeikasgassen vrij kunnen komen en de opwarming ook weer versnelt. Dit alles werkt toe naar verschillende toekomstscenario’s: als we de opwarming willen beperken tot een temperatuurstijging van A (dat deze stijgt staat dus, nogmaals, buiten kijf), dan zullen we de uitstoot van broeikasgassen moeten reduceren tot X. Doen we Y, dan leidt dat tot B, etc.

    Bron: IPCC Press Conference, live stream op Youtube, 9 augustus 2021
    Bron: RTL Nieuws, 9 augustus 2021

    In 2015 brachten wetenschappers aan het licht hoe desastreus de impact zou zijn van meer dan 1,5°C temperatuurstijging. Eind jaren tachtig was de conclusie van Amerikaans onderzoek nog dat het klimaat nog maximaal 2°C zou mogen opwarmen voordat er echt grote veranderingen optreden. Die 2-gradengrens werd nog jaren gehanteerd als maximum. Maar in 2015 kwam men dus tot de conclusie dat temperatuurstijgingen van meer dan 2°C veel verstrekkendere gevolgen zou hebben. Tijdens de beroemde klimaattop van Parijs werd daarom afgesproken dat de opwarming van de aarde beperkt moest blijven tot ruim onder 2°C – bij voorkeur tot maximaal 1,5°C.

    Terug naar 9 augustus 2021. Gewend aan de gelikte persconferenties die we het afgelopen jaar rond de coronapandemie zagen, hadden we iets meer verwacht dan dit beeld:

    Toch werd na enkele slecht verstaanbare introducties al gauw duidelijk hoe slecht we ervoor staan met z’n allen:

    Unless there are immediate, rapid, and large-scale reducations in greenhouse gas emissions, limiting warming to 1.5°C will be beyond reach.
    It is indisputable that human activities are causing climate change, making extreme climate events, including heat waves, heavy rainfall, and droughts, more frequent and severe.

    Hoewel dit tijdens de ietwat knullige persconferentie nogal feitelijk werd gebracht, liegen deze cijfers er natuurlijk niet om: slaagt de mensheid erin haar CO₂-uitstoot terug te brengen tot netto nul in 2050 (wat betekent dat we over 28,5 jaar wereldwijd niet méér CO₂ uitstoten dan alle bossen op de wereld kunnen opnemen), dan kan de opwarming bij 1,5 graden tot stilstand gebracht worden. Het duurt dan nog wel zeker twintig tot dertig jaar voordat de temperaturen wereldwijd zijn gestabiliseerd, maar de temperatuur zou zelfs weer wat kunnen zakken tot 1,4 graden hoger. De weersextremen wereldwijd zullen blijven, vergelijkbaar met nu, en ook zal de zeespiegel een centimeter of 40 stijgen. Maar dit is dus wel het meest optimistische scenario, waar waanzinnig maatregelen voor nodig zijn. In scenario 2, waarin we er pas in slagen om ná 2050 de uitstoot echt terug te dringen, loopt de gemiddelde temperatuur op tot 1,8 graden aan het einde van de eeuw. Het derde scenario gaat uit van geen daling van de uitstoot tot halverwege deze eeuw. De temperatuur zou 2,7 graden stijgen. Daarna volgen nog 2 scenario’s die leiden tot 3,6 graden respectievelijk 4,4 graden stijging wereldwijd tot 2100. Die toekomstscenario’s zien er zo dramatisch uit dat ik er niet eens over kán nadenken. De wereld zou – voor velen – onleefbaar worden.

    Op dit moment is de wereldtemperatuur al 1,2°C hoger dan aan het begin van de industriële revolutie. Zonder drastisch ingrijpen fietsen we de 1,5 graad zó voorbij met gigantische, onomkeerbare gevolgen. De hele wereld moet dus aan de bak, alles op alles zetten om zo snel mogelijk de uitstoot van broeikasgassen te minimaliseren. Doen we dat niet, dan is de aarde echt f*cked.

    Kijk de IPCC persconferentie van 9 augustus 2021 op Youtube terug.

    Relevant danwel interessant
    In het HUMAN- en VPRO-programma Argos dat op zaterdagmiddag 21 augustus op NPO Radio 1 werd uitgezonden, reageerden een viertal interessante mensen op de publicatie van het IPCC-rapport. De voorzitter van het voortgangsoverleg over het Klimaatakkoord: oud-minister en VVD-fractieleider Ed Nijpels was erbij, klimaatwetenschapper Heleen de Coninck, kunsthistorica Eva Rovers mede namens Extinction Rebellion en klimaatjournalist Jelmer Mommers van De Correspondent waren in de studio. Luister het terug op NPO Radio 1.

  • Prinsjesdag: hopelijk een koffertje vol klimaatambitie

    Prinsjesdag: hopelijk een koffertje vol klimaatambitie

    De zomer van 2018 leek er een van relatieve rust en stilte. Waar in het voorjaar nog keihard was gewerkt en onderhandeld aan de klimaattafels om op 10 juli 2018 de resultaten aan het kabinet te presenteren, volgde er ineens die zinderende hittegolf waarin alles stil leek te liggen. Drie weken lang stond de zon aan een strakblauwe lucht boven Nederland, en even was het zo heet dat we klimaatverandering aan den lijve dachten te ondervinden.

    Ondanks deze hittestress zaten de young profs van de Klimaat- en Energiekoepel niet stil. Zo organiseerden we verschillende ‘KEK On Tour’ bijeenkomsten, waarbij geïnteresseerden werden bijgepraat over wat er aan de KEK Sectortafels was besproken en tot welk advies over de hoofdlijnen van het klimaatakkoord we waren gezamenlijk waren gekomen. Ook werkte KEK zich in het zweet om in augustus een bundeling van deze adviezen aan de SER te kunnen opleveren. Vele ambassadeurs van KEK gaven, al dan niet vanuit hun vakantieadres, input voor dat stuk middels een vragenlijst die we per mail rondstuurden. En KEK werkte intussen ook nog aan een strategie om ervoor te zorgen dat de millennial ook in de toekomst over het klimaat en de energietransitie kan meepraten.

    KEK was niet de enige die hard doorwerkte deze zomer. Het Planbureau voor de Leefomgeving startte met het doorrekenen van de effecten van de maatregelen uit het voorstel voor hoofdlijnen van het klimaatakkoord (een hele mond vol, maar zo noemde men het nu eenmaal). De minister van Economische Zaken en Klimaat, Eric Wiebes, verscheen in Zomergasten en vertelde daar onder meer over zijn voorliefde voor vooruitgang, over de Tesla, over de gaswinning in Groningen, over warmtepompen en robotisering. En de ministeries van Financiën en Algemene Zaken werkten intussen aan de voorbereidingen voor Prinsjesdag. Net als de minister-president trouwens, die de belangrijkste plannen van de regering voor het komende jaar beschreef in de troonrede die Koning Willem-Alexander op de derde dinsdag van september voordraagt.

    Minister Eric Wiebes in VPRO Zomergasten, seizoen 2018

    En daar zijn we nu, halverwege september. Morgen is het Prinsjesdag, de dag van het beroemde koffertje met de Miljoenennota en de rijksbegroting, en de dag van de hoedjes en de troonrede. Ik hoop dat de Koning dit jaar wat meer zal stilstaan bij het klimaat en de energietransitie. In 2017 noemde hij in de troonrede alleen kort de reductie van CO₂-uitstoot als een internationale opgave. Daar mag dit jaar wel wat meer tekst en uitleg over volgen, wat meer urgentiebesef graag, of misschien wat meer bezieling en optimisme? Het zal mij benieuwen. Belangrijker nog: in dat koffertje van de minister Wopke Hoekstra van Financiën mag ook wel een serieuze paragraaf over het klimaat en de energietransitie zijn opgenomen.

    De vraag ‘wie betaalt wat’ hangt als een zwaard van Damocles boven het Klimaatakkoord. Uiteindelijk is dit oordeel aan de politiek”, zo schreef KEK in haar advies aan de SER. Wanneer het kabinet en de Tweede Kamer zich dit najaar buigen over hoeveel we met z’n allen over hebben voor zaken als gasloze woningen, elektrisch vervoer, wind op zee en reductie van de CO₂-uitstoot door de industrie, hoopt KEK dat er ook heldere principes worden uitgesproken over het verdelingsvraagstuk in de energietransitie: “Maak duidelijk welke budgetten en subsidies beschikbaar zijn, en voor wie; bij de verdeling van budgetten moet kosteneffectiviteit een factor van groot belang zijn. Verbind hier prestatieafspraken aan.”

    We moeten allemaal investeren in onze toekomst. Niet alleen daadkrachtige grote bedrijven, visionaire ondernemers en mkb’ers met lef. En niet alleen de generatie Y die bouwt aan de klimaat- en energietransitie. Wij zullen allemaal, werkende en werkeloze burgers, bedrijven en bewoners, jong en oud, een investering moeten doen om de doelen gesteld in het klimaatakkoord van Parijs te halen. Of dat nu een tijdsinvestering betreft, eentje van hard doorwerken tijdens een zinderende zomer, eentje van noeste handenarbeid om onze energievoorziening een transformatie te laten doorgaan, of een hap uit de schatkist (ja, onze belastingcenten) om de oh zo noodzakelijke verduurzaming te financieren. Want zoals een van onze ambassadeurs deze zomer aan KEK schreef: “hoe langer er gewacht wordt met het verminderen van de CO₂-uitstoot, hoe meer de rekening bij de toekomstige generaties komt te liggen.”

    We zullen met z’n allen nú moeten investeren in mensen, in goeie opleidingen en een aantrekkelijke arbeidsmarkt en in innovatieve technologieën, om te komen tot die schone, duurzame toekomst. Hopelijk zit dat koffertje van minister Hoekstra dus vol met dergelijke ambities die ons daarbij gaan helpen. Daarvoor roep ik graag drie keer “hoera!” op de troonrede!

    Eerder verschenen op de website van Klimaat- en Energiekoepel