Tag: actie

  • Over collectieve vergetelheid, en ons onvermogen om te leren van crises

    Over collectieve vergetelheid, en ons onvermogen om te leren van crises

    Zo’n anderhalve maand geleden zuchtte Europa onder extreem langdurige hittegolven, met allerlei directe gevolgen van dien. Op vrijdag 24 juli maakte de fotograaf Maximilien Lamy een foto op het strand van Moutchic, bij het meer van Lacanau in Frankrijk. Het plaatje toont twee badgasten op strandstoelen onder een parasol, die samen kijken naar een grote natuurbrand aan de overkant van het meer. Het is een apocalyptisch beeld, met een gigantische, onheilspellende, goud-zwarte rookwolk van een onbeheersbare bosbrand aan de horizon. Veel mensen die zich druk maken om de klimaatcrisis, zagen het beeld als de ultieme metafoor voor de onverschilligheid ten opzichte van klimaatverandering. Alsof de vakantiegangers ramptoeristen waren, of dachten: “of de wereld nou in brand staat of niet, wij willen gewoon vakantie vieren.” Niet heel vreemd om ze van deze gedachte te verdenken, want in de regio waar dit tafereel zich afspeelde was op dat moment de noodtoestand afgeroepen, en er waren al tienduizenden mensen geëvacueerd.

    Miljoenen mensen zagen die foto. Maar na een week of 4 zijn de branden geblust, is het extreme weer getemperd, is de media-aandacht verschoven naar de volgende actualiteit en zitten de vakantiegangers weer op kantoor. De buitenwereld gaat weer over tot de orde van de dag, en de verhalen en beelden van de gebeurtenissen verdwijnen uit ons collectieve geheugen, of worden geregistreerd als ‘dat ene heftige moment in die ene hete zomer’ (wanneer ook alweer?). Waarom is dat zo?

    Het gegeven dat media onze collectieve aandachtsspanne voor dit soort crises verkorten, heeft een naam. Het heet ‘presentisme’ en ik leerde erover tijdens mijn studie Sustainable Communication. Presentisme kan je ook wel “tijdblindheid” noemen. Omdat media vluchtig is, zeker sociale media, en de news feed op platforms constant ververst met de nieuwste content, worden we gevangen gehouden in een permanent heden. Als scroller reflecteer je niet op wat je net hebt gezien, omdat de volgende prikkel zich alweer aandient. Daardoor zijn we vooral gefixeerd op het directe nu, blijken we ons minder te herinneren van het verleden en zijn we ook niet echt bezig met de mogelijke toekomst.

    Niet alleen social mediaverslaafden vallen hieraan ten prooi. Ook de traditionele media overspoelen ons continu met nieuws en actualiteiten. We weten daardoor alles over wat er nú gebeurt, en je zou verwachten dat die focus op het heden ons hyperbewust, aanwezig en verbonden maakt met de actuale realiteit. De paradox is dat precies het omgekeerde gebeurt. Want we kunnen nog zoveel talrijke alarmerende berichten zien, maar zonder het voor onszelf te duiden, het te linken aan het verleden of een blik op de toekomst te richten, is al die informatie een momentopname, en enkele weken later weer naar de achtergrond verdwenen.

    Gisteravond zag ik op Linkedin een briljante vondst in dit kader: de zin “Een zomer om nooit te vergeten” onder een bewerking van het schilderij Kinderen der zee van Jozef Israëls, waar de iconische foto van Lamy in is verwerkt. Dit is natuurlijk ijzersterk, in het licht van presentisme. Want in plaats van mee te gaan in de vluchtige waan van de dag, nodigt deze slogan de kijker uit om terug én vooruit te denken:

    Ik vind deze advertentie van onder andere Natuur & Milieu ontzettend goed gevonden, want:

    • De advertentie activeert het terugdenken aan het (recente) verleden: het herkenbare beeld uit het recente verleden herinnert eenieder die de originele foto zag, aan de situatie van dat moment. De stelling eronder helpt mee, want het kan ook betekenen: die situatie mag niet vergeten worden;
    • de uitdrukking “…om nooit te vergeten” kaapt een nostalgisch cliché over het verleden: zo’n zinnetje gebruikt men normaal voor mooie herinneringen. In de nieuwe context krijgt deze uitdrukking juist een cynische lading met een hint naar ‘het nieuwe normaal’. Want die zojuist afgelopen bloedhete zomer, zou wel eens de koelste zomer van de rest van je leven kunnen zijn geweest;
    • het beeld dwingt je na te denken over de toekomst: de kinderen op het schilderij staan symbolisch voor de volgende generatie. Bij het zien van dit beeld dringt zich de vraag op: hoe onleefbaar worden de zomers voor hen?;
    • en de advertentie is in mijn ogen ook een aanklacht tegen het collectief geheugenverlies: die hittegolven en natuurbranden waren namelijk weliswaar kortstondige situaties, en is nu alweer ‘oud nieuws’. Maar de klimaatverandering die eraan ten grondslag ligt is dat niet. De mondiale temperaturen stijgen door, en dit hetere klimaat gaat niet meer weg. De crisis verdient dus een permanente plek in ons collectieve geheugen.

    Deze advertentie is dus enorm krachtig. Ik hoop dat hij gaat meehelpen aan een grote opkomst bij de klimaatmars die morgen in Nederland plaatsvindt. Voor onze eigen toekomst, en de toekomst van de volgende generaties.

  • Klimaatzorg is geen spelbreker maar een aanjager

    Klimaatzorg is geen spelbreker maar een aanjager

    Ben je de laatste jaren ook zo aan het genieten van het warmere weer? En maak je je tegelijkertijd ook zorgen over klimaatverandering? Je zorgen zijn terecht. Klimaatmodellen voorspellen de extremen, en alle statistieken laten zien dat warmere lentes en langdurige hittegolven nu al veel vaker voorkomen dan vroeger. Zonder klimaatverandering zouden de hoge temperaturen die we nu in Nederland zien, zeer zeldzaam zijn.

    Door de opwarming van de aarde neemt de kans op warme lentes toe. De gemiddelde temperatuur in Nederland is al met zo’n 2°C gestegen sinds het pre-industriële tijdperk. Hierdoor beginnen warme periodes eerder in het jaar, duren ze langer en worden ze intenser. Door de hogere temperaturen verdampt er meer water uit de bodem en vegetatie. En dat er tegelijkertijd minder regen valt is extra problematisch, omdat het een kettingreactie van gevolgen veroorzaakt. Niet alleen ecologisch, maar ook economisch en maatschappelijk.

    Bezorgdheid over klimaatverandering is normaal en legitiem. Het is een rationele en morele reactie op een reëel en urgent probleem, en kan prima bestaan naast de voldoening die het mooie weer je geeft. Sterker nog, het kan ook een motivator zijn.

    Daarom ging ik op 20 juni doen wat ik heerlijk vind: een stuk fietsen op een warmte zomerdag, en gaf ik tegelijkertijd uiting aan mijn bezorgdheid. Ik ging weer deelnemen aan de Climate Classic. Dat is een fietstocht die jaarlijks wordt georganiseerd langs de ’toekomstige’ kustlijn van een door zeespiegelstijging veranderd Nederland. De reden voor mijn deelname: een signaal afgeven (samen met duizenden anderen) dat klimaatverandering serieus is en aandacht verdient.

    Helemaal vanzelf gaat dat niet, achter mekaar 120 kilometer fietsen. Althans, een getrainde fietser draait daar zijn hand niet voor om, maar mijn basisconditie is vaak niet om over naar huis te schrijven. Dus van tevoren reed ik vele trainingsritjes (geen straf als je van fietsen houdt, wil afvallen en toevallig ook nog eens stapelverliefd bent op een man die 28 kilometer verderop woont), en via updates op Strava en andere social media probeerde ik mensen te mobiliseren om mee te doen. Wie niet mee wilde of kon fietsen, vroeg ik om mijn deelname te sponsoren en een financiële bijdrage te leveren. De opbrengsten gingen naar Justdiggit, een organisatie die actief is in gortdroge gebieden. Daar, in verdroogde grond waar regenwater normaal gesproken over wegstroomt, graven ze halvemaanvormige kuilen (‘bunds’) die regenwater vasthouden. Daardoor wordt plantengroei ineens weer mogelijk, en dit helpt daadwerkelijk de aarde afkoelen.

    Dus op 20 juni reed ik, samen met duizenden anderen, allen gehuld in de iconische climate stripes, mee in de Climate Classic 2025. In mijn geval een rondje van 100 kilometer, wat voor mij precies de juiste lengte is om een klein beetje af te zien (wat voor mijn gevoel toch moet als je je laat sponsoren) en tegelijk te genieten.* Want wat een heerlijk en gezellig evenement is het elk jaar weer.

    *En dat terwijl ik 10 dagen eerder de domste actie van de eeuw had uitgehaald door tijdens het fietsen op mijn telefoon te gluren en daarom bovenop een remmende auto te klappen. Met als gevolg een kapotte achterlichtkap aan zijn kant, en een gekneusde rib, wat schrammen, blauwe plekken en een gedeukt ego aan mijn kant. Maar dat mocht de pret op 20 juni allemaal niet drukken.

    Na de finish even op de foto met de organisatie

    Nabrander, 2 juli 2025
    Heel veel DANK aan iedereen die mijn deelname aan de Climate Classic sponsorde! Met mijn actiepagina tinyurl.com/supportwen haalde ik maar liefst € 345 op voor Justdiggit!

    Toevallig zag ik onlangs de VPRO Tegenlicht documentaire ‘Groen Goud’ waarin ook te zien is hoe relatief makkelijk het is om uitgeputte, kale grond te vergroenen. Zet er een schep in en hele ecosystemen kunnen herstellen en gebieden kunnen economisch weer floreren. Bekijk die docu hier: https://npo.nl/start/video/groen-goud_5/meer-informatie

  • Hoe iedereen kan bijdragen aan de energietransitie

    Hoe iedereen kan bijdragen aan de energietransitie

    Kan jij net zo blij worden als ik bij het zien van windmolens langs de snelweg, die zwaai na zwaai gigantisch veel groene energie opwekken? Zou jij daar ook wel aan bij willen dragen, de energietransitie willen verder helpen, maar kan je bijvoorbeeld geen energie opwekken op jouw huis? Is een elektrische auto ook niet voor jou weggelegd? Of heb je jouw groene droombaan nog niet kunnen vinden? Overweeg dan eens lid te worden van een energiecoöperatie.

    Een energiecoöperatie is een vereniging van inwoners in een bepaalde regio, die samen duurzame energie willen opwekken. Als lid van zo’n vereniging steun je het opwekken van schone energie, kan je op eenvoudige wijze investeren in duurzaamheid, en vaak kan je als lid meebeslissen in de Algemene Ledenvergadering en zo bijvoorbeeld meebepalen wat er met de opbrengsten gebeurt. Ook kan je met je inleg vaak meer rente krijgen dan de bank over je spaargeld uitbetaalt.

    Ik werd zelf lid bij het Utrechtse Rijne Energie in november 2021, aangemoedigd door twee Utrechtse collega’s. Door mijn enthousiasme heb ik een tijdje met veel plezier wat vrijwilligerswerk voor de vereniging gedaan. Ik ontmoette er ook allerlei leuke, groene doeners. En had lol in mijn betrokkenheid bij zo’n positieve club.

    Via mijn lidmaatschap investeerde ik ook twee keer een bedrag voor de lening die de vereniging nodig heeft om windmolens te realiseren langs de snelweg bij Utrecht. Best spannend, want op het moment van schrijven ben ik al zo’n twee jaar lid en Rijne Energie is al enkele jaren bezig met onderzoeken, ontwerpen, vergunningen aanvragen, overleggen, lobbyen en leden werven… Lang werd er weinig concreet. Tot mei dit jaar, toen het college van B&W; van de gemeente Utrecht besloot om de vergunning te verlenen voor vier windmolens met 50% lokaal eigendom. Dat betekende dat leden nu echt konden gaan investeren.

    In 2021 werd ook € 100.000 opgehaald maar op de één of andere manier stond ik er toen nog niet zo bij stil dat dit projecten kunnen zijn van een héle lange adem. Inmiddels weet ik veel beter hoe moeizaam het kan lopen en hoe langdurig dit soort trajecten zijn. En dan is inleggen ineens een stuk spannender.

    Toch kan ik een lidmaatschap bij een energiecoöperatie iedereen aanraden. Of het nou voor de gezelligheid is, voor de groene energie in jouw dorp, stad of regio, of als interessante financiële optie.

    In Utrecht willen we naast de vier windmolens langs de snelweg ook zonnevelden in een liefst zo natuurlijk mogelijke, groene omgeving. Daar blijft Rijne Energie zich hard voor maken. Wil je hier ook aan meedoen? Word dan lid!

    Ik woon niet in Utrecht maar wil ook bij een energiecoöperatie, wat nu?

    Vind de energiecoöperatie die bij jou past op energiesamen.nu.

  • Look who’s talking: over het hypocrisieverwijt

    Look who’s talking: over het hypocrisieverwijt

    “Wat je zegt ben je zelf!” Bij zo’n uitspraak zie ik een verontwaardigd kind op een schoolplein voor me, dat een vergeefse poging doet om een beschimping te pareren. Gek genoeg zijn het regelmatig volwassenen die een dergelijk soort argument gebruiken in discussies over de klimaatcrisis en de energietransitie. En dan natuurlijk net iets anders verwoord. Sterker, in de eerste instantie klinkt zo’n tegenwerping vaak aannemelijk of zelfs gerechtvaardigd. En zo kan het je nog van je à propos brengen ook.

    We hebben het hier over een drogreden (voor een superleuk boekje daarover, zie: drogredenen.nl), een misleidend argument in een discussie. De jij-bak is een persoonlijke aanval waarmee niet inhoudelijk gereageerd wordt op het argument van de ander, die geen weerlegging betreft van het gezegde, maar in plaats daarvan juist afleidt van de inhoud terwijl geprobeerd wordt om iemands geloofwaardigheid aan te tasten. Een aantal voorbeelden:

    Scholieren bij de McDonald’s tijdens een klimaatdemonstratie in Den Haag

    Toen in februari 2019 meer dan 15.000 scholieren op het Malieveld bijeen kwamen om te demonstreren voor steviger maatregelen tegen klimaatverandering, vond een verslaggever van het AD/Haagsche Courant de lunch van de scholieren kennelijk groter nieuws. Hoewel ze hier van een objectief feit verslag doet, is het natuurlijk niet een erg relevant feit. Er stonden geen 15.000 scholieren in de McDonald’s, immers. Bovendien zegt ze impliciet met dit hitserige tweetje: “Kijk! Hypocriet hoor, demonstreren voor het klimaat, maar voor een hamburger schuiven ze massaal hun idealen aan de kant!”

    …en jawel hoor, het krantje van bekrompen Nederland vond deze “ontmaskering” van de klimaatspijbelaars ook meteen het belangrijkste om te vermelden over de demonstratie. “Ze hebben nog veel te leren,” zo verkondigt de schrijver van dit Telegraafartikel zelfgenoegzaam in de inleiding.

    Greta Thunberg zit te eten terwijl ze in de trein zit

    Greta Thunberg kan erover meepraten. Een foto van haar lunch in de internationale trein, op weg naar de VN-klimaatactietop in Parijs, is kennelijk al voldoende voor een sneue poging om haar in diskrediet te brengen: “Moet je zien hoe al dat plastic rond haar ontbijttafel! Ja hoor, zij is hetzelfde meisje dat zich bij de VN mocht uitspreken over klimaatverandering!” Alsof ze niet meer geloofwaardig is omdat haar lunch in plastic verpakt was.

    Een vinnig dialoogje op Twitter tussen mij en een ex-collega.

    Een ex-collega van mij vond het kennelijk alleen redelijk als je de uitspraken van een bestuurslid van een luchtvaartmaatschappij bekritiseert, wanneer je zelf nooit meer in een vliegtuig stapt. Ik refereer in mijn antwoord aan een uitspraak die ze eerder in levende lijve deed, toen we nog collega’s waren. Ze merkte toen droogjes op dat het niet erg “groen” van me was hoe ik elke week tussen werk en mijn balletles in de trein een kant-en-klaarsalade at. Want die maaltijden zijn in plastic verpakt. Ja, Greta, I can relate!

    CDA Kamerlid vindt dat de directeur van Milieudefensie niet mag barbecueën

    CDA-kamerlid Henri Bontenbal vond het onzuiver dat Donald Pols, op het moment dat uitzonderlijke weersextremen voor overstromingen in de Benelux zorgden, zijn volgers op Twitter herinnerde aan uitspraken die demissionair premier Mark Rutte een jaar geleden ongeveer had gedaan. Prima om daar kritiek op te uiten, maar hij ontkracht zijn eigen argument door zijn afkeuring over het feit dat er geen datum boven het screenshot stond kracht bij te zetten, en Pols er fijntjes op te wijzen dat hij directeur van Milieudefensie is en nota bene ook van barbecueën houdt. Alsof dat ter zake doet?

    Het verwijt van schijnheiligheid of hypocrisie wordt ook wel een jij-bak genoemd, en is een variant van de ad hominem. Het werkt als volgt: degene die zo’n uitspraak doet wijst zijn gesprekspartner erop dat z’n kritiek net zo goed voor hemzelf geldt, omdat hij zelf niet handelt naar zijn uitspraken of overtuigingen. Wat je bekritiseert doe je zelf ook, dus eigenlijk heb jij daardoor dus geen recht van spreken. Deze drogreden wordt regelmatig uit de kast getrokken wanneer mensen het oneens zijn met een standpunt, maar geen inhoudelijk verweer meer hebben. Het enige dat nog kan is de opponent in diskrediet proberen te brengen en zo monddood te maken. Toch redelijk triest.

    En meestal onterecht. Ik schrijf bewust “meestal”, want natuurlijk mag je anderen op inconsequenties wijzen. Zo ga ik ook niet vrijuit. Inderdaad vlieg ik zo nu en dan naar verre oorden, eet ik af en toe vlees, vis en zuivel, en leef ik over het algemeen volgens de luxe levensstandaard die we hier in het rijke Nederland kennen. En toch pleit ik gepassioneerd voor het oplossen van de klimaatcrisis met alle mogelijkheden die we hebben. Maar het feit dat iemand niet altijd naar zijn of haar eigen stelling handelt, doet dan ook niets af aan de waarde van die stelling zelf. Natuurlijk willen we dat mensen staan voor hun idealen en doen waar ze voor staan, maar om heel menselijke redenen kan bepaald gedrag niet in lijn zijn met die overtuigingen. Niemands gedrag is consequent, er is geen idealist die volledig naar zijn idealen leeft.

    Nog een nuancering: ik kan situaties verzinnen waarin de jij-bak meer terecht is. Als iemand zegt: “we moeten echt minder vliegen” terwijl hij zelf 20 keer per jaar in een vliegtuig stapt, dan klinkt dat toch minder geloofwaardig dan wanneer die persoon eens in de drie jaar in het vliegtuig stapt. Het blijft flauw om het als argument in te zetten tegen krimp van luchtvaart, in plaats van juist die inhoud van het argument zelf aan te vallen. Maar het wordt wel begrijpelijker om het aan te voeren als onderdeel van je bezwaar.

    Vast staat dat het een discussie verstoort als je een persoonlijke aanval in een discussie gebruikt. Als we naar elkaar blijven wijzen schiet niemand daar wat mee op.

    De in 2020 overleden antropoloog David Graeber introduceerde in zijn boek ‘Bullshit Jobs’ de term ‘moral envy’, oftewel morele afgunst. In een interview in het NRC vertelde hij hierover: “Ik had een vriend, een activist die zijn leven lang armoede bestreed. Andere activisten namen hem kwalijk dat hij voor zijn ex-vrouw en zijn kind een appartement betaalde. Hoezo gaf hij dat geld niet aan de armen? Terwijl hij al bijna al zijn geld weggaf. Wanneer je goed doet, moet je aan een absurd hoge standaard voldoen. Je moet perfect zijn.”

    Ik heb het zelf vaker dan eens meegemaakt, maar als de anonieme tweep @Piet68 met zo’n verwijt komt laat je het zo van je af glijden. En is het geen Twitter troll maar een (vage) bekende met zo’n kortzichtige mening, dan heb ik er tegenwoordig wel een goed antwoord op. Als het echter een dierbare is die jou in een live gesprek de maat neemt, dan voelt dat heel anders. Zoals die ene keer na een feestelijk etentje. Ik geef toe, de wijnen hadden rijkelijk gevloeid die avond. Terwijl de jongste kinderen op bed lagen was het overgebleven gezelschap in een hartstochtelijke discussie beland over de ernst van de klimaatcrisis en de mogelijkheden om er iets aan te doen. Dat was boeiend, tot het moment dat het ineens persoonlijk werd. Want ineens werd mij vanuit een hoek van de kamer toegebeten dat ik wel wat mocht dimmen vanwege de vliegreis die wij ruim een jaar eerder maakten naar de Verenigde Staten. Dat deed pijn. Je wil jezelf verdedigen: “Ho eens, niemand is perfect” of nog inhoudelijker: “maar die retourvlucht hebben we gecompenseerd!” en het is zelfs verleidelijk om gauw wat dingen op te noemen waarin je je sowieso verantwoordelijker gedraagt dan die ander. Maar… dat alles kwam er niet uit want je voelt je op dat moment inderdaad monddood gemaakt. Bovendien had zo’n verdediging ook totaal geen zin gehad. Het was een überhaupt geen geldend argument in het gesprek en als je erin mee gaat, en je laat uitdagen tot een potje moreel verplassen, ben je eigenlijk net zo stom bezig.

    Niemands gedrag is consequent, er is geen idealist die volledig naar zijn idealen leeft

    Inmiddels ken ik mezelf goed genoeg, en ben ik overtuigd genoeg van de keuzes die ik maak (en waarover ik praat) dat ik me niet meer zo van de wijs laat brengen. Ik ben nu eenmaal niet die meebeweger die als gevolg gemakkelijk in de omgang is. Mijn rechtvaardigheidsgevoel is te sterk, en in veel gevallen sta ik ook echt vierkant voor mijn principes. Ik kan me best voorstellen dat het vooral irritant overkomt als zo iemand als ik vol is van haar eigen gelijk (zeker als je zelf wat onzeker bent over jouw eigen handelen, of als het jou confronteert met je eigen keuzes). Deze karaktereigenschap heeft me al vaak impopulair gemaakt. Op de basisschool ben ik gepest, op de middelbare school viel ik buiten het populaire groepje, tijdens mijn studie werden er grappen gemaakt over mij-en-mijn-stokpaardjes, toen ik ging werken hoorde ik vaker dan eens dat ik “soms wel een wat sterke mening heb” en “hoekig” kan overkomen, op social media werd ik uitgemaakt voor “klimaatdrammer” en dit hypocrisieverwijt hoor ik dus ook al jaren.

    Toch blijf ik trouw aan mijn waarden, ook al kost dat iets van een reputatie bij de mensen die daar niet zo goed mee om kunnen gaan. Het zal een enkeling misschien ook kunnen inspireren. En aan degenen die het vooral stoort zou ik willen zeggen: misschien goed om eens naar jezelf te kijken en je eigen geweten onder de loep te nemen. Als je inhoudelijke argumenten op zijn, zou het namelijk wel eens kunnen zijn dat je ernaast zit.

  • Carbon committed op de fiets voor het klimaat

    Carbon committed op de fiets voor het klimaat

    Op maandag 20 juni 2022 fietste ik mee in de Climate Classic. Samen met zo’n 1.250 wielrenners en fietsenthousiastelingen vroegen we met deze fietstocht aandacht voor de gevolgen van klimaatverandering, en lieten we zien dat je met samenwerking, snelheid en doorzettingsvermogen heel veel kan bereiken.

    Pauzeplek in Den Bosch

    Dat bleek ook wel onderweg: dankzij mijn collega Robin was de eerste 65 kilometer niet alleen gezellig maar ook prima haalbaar voor mij, omdat hij zijn snelheid aan de mijne aanpaste. Door het juiste tempo te kiezen konden we moeiteloos samen naar de mueslibollen in Den Bosch fietsen.

    Daarna fietste ik een stuk alleen en kreeg ik het zwaarder. De wind waaide loeihard en even wilde ik opgeven. Mijn knieën begonnen te zeuren, ik voelde een klein pijntje in mijn rechterkuit, en ik moet ook nog een balletvoorstelling op spitzen dansen binnenkort… In Zaltbommel nota bene, waar ik bijna was gearriveerd en waar ik het station prima weet te vinden. De verleiding was groot om eenmaal daar de handdoek in de ring te gooien.

    Over de brug bij Hedel

    Doorzettingsvermogen

    Maar toen kwam Henk ineens in mijn gedachten langs. Hij zette zich de afgelopen jaren ondermoeibaar in voor een betere wereld, onder meer als medeoprichter van de energiecoöperatie Duurzaam Beilen en als lid bij burgercoöperatie Land van Ons. Henk was een vastbijter en een doorzetter. Enkele dagen voor de Climate Classic stierf hij totaal onverwacht. Door zijn overlijden en de geplande uitvaart heb ik zelfs even getwijfeld of ik überhaupt wel aan deze fietstocht moest gaan meedoen. Maar de plotselinge gedachte aan hem, en juist aan zijn enorme doorzettingsvermogen, was op dit moment de belangrijkste reden om stug verder te trappen. Nee, ik wilde echt niet opgeven.

    Henk van Santen de Hoog, in memoriam
    Achter de dames van het Waterschap Brabantse Delta

    Samenwerking

    Vlak voor Zaltbommel was daar ineens een team van Waterschap Brabantse Delta dat mij inhaalde. De man op kop riep heel lief: “haak maar aan hoor!” en dat deed ik dankbaar. In dit peloton was echt sprake van samenwerking: de renners hielden elkaar uit de wind, de koppositie werd af en toe gewisseld, iedereen hield elkaar goed in de gaten, en ik werd als verstekeling zomaar opgenomen en meegenomen. De wind was inmiddels meedogenloos hard aan het waaien, maar dankzij hen kon ik ook deel 2 van de route voltooien.

    Met een brok in de keel kwam ik aan in mijn eigen stad Utrecht. Bij de finish ging ik nog even stoer op de foto, hoewel ik redelijk kapot was, om daarna gauw een welverdiend stuk appeltaart te halen. Ik had het volbracht. Voor het klimaat, voor Henk, voor mezelf.

    Carbon Commitment

    Met deze tocht vroegen we aandacht voor klimaatverandering. Maar met aandacht alleen verandert er weinig, we moeten van bewustwording naar actie. Dat is wat Henk deed, wat ikzelf al jaren doe, en wat vele deelnemers aan deze fietstocht ook deden en wel met een zogenaamde carbon commitment, een belofte om ook echt in actie te komen tegen klimaatverandering.

    Mijn carbon commitment? Ik ga nog minder vlees en zuivel eten dan ik nu al doen, en minder nieuwe spullen kopen.

    Heb je zelf niet meegefietst, maar wil je toch nog een bijdrage leveren? Doe dan ook een carbon commitment. Word bijvoorbeeld lid van een energiecoöperatie (Rijne Energie als je in de omgeving Utrecht woont of Duurzaam Beilen als je in de omgeving Beilen woont), koop een stuk grond bij Land van Ons, zet concrete stappen om je huis verder te verduurzamen, plan je eerstvolgende vakantie met de trein of stel op je werk eens aan de orde wat daar duurzamer kan. En vertel hier welke commitment jij hebt gedaan, zodat we de uitgespaarde CO2 kunnen optellen: cycling4climate.nl/commitment.

    De Utrechtse finish behaald
  • Het effect van taal op klimaatberichtgeving

    Het effect van taal op klimaatberichtgeving

    Er was een tijd dat het woord ‘groen’ een positieve connotatie had. Maakte een bekend merk het logo groen, dan probeerde het daarmee haar imago op te vijzelen. Groen stond voor ecologisch verantwoord, milieuvriendelijk, duurzaam, biologisch, schoon, jong en fris. Op een dag kwam daar de associatie met het klimaat bij. Maar zoals het klimaat veranderde, evolueerde ook de waarde van het woord ‘groen’. Toen er in het kader van klimaatverandering bijvoorbeeld ook werd gesproken over ‘groene maatregelen’, kreeg het woord een negatievere bijklank. Ineens was ‘groen doen’ niet meer louter iets moois en goeds, maar werd het ook in verband gebracht met een voorschrift voor noodzakelijk handelen. En de gevoelswaarde van het woord werd nog negatiever toen Thierry Baudet eind 2018, in debat over het Klimaatakkoord, de woorden ‘groene gekte’ in de mond nam. Tegenstanders van klimaatmaatregelen grepen deze beeldspraak dankbaar aan. De ‘boomknuffelaars’ van weleer werden ‘groene gekkies’. Zo kreeg het woord ‘groen’ ineens een heel andere lading.

    Dat politici dag in, dag uit dit soort retoriek gebruiken is vrij algemeen bekend. Ze houden zich veelal bezig met debatteren in de Tweede Kamer en optreden in de media, en weten maar al te goed dat het er niet alleen toe doet wát ze zeggen, maar ook hóe ze iets zeggen. Zo verscheen in januari 2019 een interview met VVD-fractieleider Klaas Dijkhoff over het Klimaatakkoord in de Telegraaf. In dat interview waarschuwde hij voor ‘drammers’ die de burger maatregelen door de strot zouden duwen. In december 2018 was het woord ‘klimaatdrammer’ al eens op Twitter gestaan. Had Dijkhoff dit gelezen en gebruikte hij het woord nu bewust twee keer? Had hij erop gegokt dat allerlei media juist dit citaat uit het interview zouden gebruiken? Want zo geschiedde: verschillende kranten schreven inderdaad over het interview met Dijkhoff en herhaalden juist deze sentiment-oproepende term ‘drammer’. De NOS maakte er zelfs ‘klimaatdrammer’ van en zette dit woord boven een artikel erover, tussen aanhalingstekens waardoor het leek alsof Dijkhoff dat woord zelf had gebruikt. En Rob Jetten nam het vervolgens zelf over, om de beschimping naar zijn hand te zetten en er een geuzennaam van te maken. Hetzelfde jaar nog nam de Dikke Vandale het op in haar woordenboek.

    NOS introduceert het woord 'klimaatdrammer'
    NOS introduceert het woord ‘klimaatdrammer’

    “Het gaat er niet om wat je zegt, maar hoe je het zegt,” kopte The Guardian in het kader van de Amerikaanse verkiezingen waarin Donald Trump werd verkozen. Het artikel haalt cognitief wetenschapper George Lakoff aan die het boek ‘Don’t think of an elephant’ schreef. Daarin gaat hij in op het fenomeen framing: het slim kiezen van woorden (en eventueel beelden) die bepaalde gevoelens oproepen, om je boodschap te kleuren. Zo kan je invloed uitoefenen op de ontvangst van de boodschap. Lakoff zag hoe succesvol Donald Trump was in het framen van Hillary Clinton, door allerlei beweringen over haar te doen en deze woorden eindeloos te herhalen. Zo schold Trump zijn opponent steeds uit voor ‘Crooked Hillary’. Lakoff adviseerde het democratische campagneteam om diezelfde woorden niet te herhalen, in een poging om ze onderuit te halen. Herhaling van Trumps woorden, door te zeggen: “Hillary is helemaal niet Crooked!”, zou dat frame juist alleen maar bekrachtigen.

    Een frame geeft een boodschap lading, het roept beelden en associaties op die tot een bepaalde interpretatie van de boodschap leiden. En het schijnt dat onze redenering daardoor zelfs kan worden beïnvloed. Logisch ook eigenlijk, als je bedenkt dat framing voortdurend wordt toegepast. Niet alleen door politici en populisten, maar ook door marketeers, opiniemakers, activisten en opvoeders. Framing gebeurt actief doordat de boodschapper het zo bedoeld had, of passief doordat communicatiekanalen het eeuwig herhalen, en framing gebeurt zelfs regelmatig onbedoeld.

    Een bekend voorbeeld van onbedoelde framing, is het statement dat oud-minister-president Balkenende in 2006 wilde maken met zijn uitspraken over de ‘VOC-mentaliteit’. Hij zag de VOC als een bedrijf met handelsgeest, daadkracht en durf, en wilde de economische groei en de opbloei van de werkgelegenheid in Nederland prijzen door te zeggen: “Laten wij optimistisch zijn! Laten we zeggen: Nederland kan het weer! Die VOC-mentaliteit, over grenzen heen kijken!” Maar hij sloeg hij de plank nogal mis, omdat zijn toehoorders een heel andere associatie hadden bij de VOC, namelijk die van de slavernij, onderdrukking en uitbuiting. Hierdoor ontstond een onbedoeld frame dat na 15 jaar nóg aan dit citaat kleeft.

    In 2010 werd George Lakoff geïnterviewd over framing in het kader van klimaatverandering, in All Things Considered, een bekend nieuwsprogramma op de Amerikaanse radio. Volgens Lakoff is het problematisch dat er jarenlang is gesproken met geruststellende woorden over klimaatverandering, in plaats van over de crisissituatie waar daadwerkelijk sprake van is. Een conservatieve Amerikaan ontdekte in 2004 dat het mensen alarmeerde als er gesproken werd over ‘wereldwijde opwarming’, terwijl het een stuk minder heftig overkwam als je het woord ‘klimaatverandering’ gebruikte. Een verandering is immers iets dat regelmatig gewoon gebeurt, dat klinkt heel feitelijk, zonder emotie in zich en zonder dat je daar echt een verantwoordelijke voor kunt aanwijzen. En ‘klimaat’ is ook een mooi woord. Het geeft een soort beeld van lekker warm weer en palmbomen, in tegenstelling tot de orkanen, sneeuwstormen en overstromingen waar eigenlijk sprake van is. En zo kon het gebeuren dat vele mensen, vele jaren lang zich niet vreselijke zorgen gingen maken als ze ergens hoorden of lazen dat het klimaat aan het veranderen is. Onterecht natuurlijk.

    Daarom besloot de Britse krant The Guardian in 2019 voortaan vaker te schrijven in de alarmerende termen die een crisissituatie verdient. “De woorden ‘klimaatverandering’ en ‘opwarming’ worden niet in de ban gedaan, maar als wetenschappers spreken van een catastrofe voor de mensheid zou de media er ook als zodanig over moeten schrijven,” zo lichtte de eindredacteur destijds toe. Dus schreef de krant voortaan in ernstiger bewoording. Wereldwijd waren wetenschappers, lokale overheden en zelfs de paus ook gestart met het uitroepen van de ‘klimaatnoodtoestand’. Het idee hierachter was dat als je zo stevig verklaart dat de opwarming van de aarde tot een kritieke situatie leidt, je ook meer druk kunt zetten op het treffen van maatregelen.

    Helaas duurt het in de Nederlandse media langer voor we hier verandering in zien. Het was nog dit jaar dat diverse Nederlandse kranten en nieuwsuitzendingen beelden toonden van badgasten en mensen die vrolijk in de stadsfontein aan het poedelen waren, bij berichtgeving over een abnormale hittegolf in Noord-Amerika, terwijl deze weersomstandigheden onomstotelijk in verband werden gebracht met klimaatverandering. Na kritiek paste het NRC de afbeelding bij een online artikel hierover aan, maar in de eerste instantie was dus niet voor een plaatje gekozen dat de ramp illustreerde. In tegendeel, het zag er allemaal wel gezellig uit.

    Komt dat door onze cultuur van “doe nou maar normaal”, omdat je het Nederlandse volk zou kunnen classificeren als nuchter en van oudsher calvinistisch star in onze waarden en principes? Zo klonk NRC hoofdredacteur René Moerland in ieder geval wel een beetje toen hij in 2019 reageerde op het besluit van The Guardian. Hij is geen ontkenner van het probleem, maar was wel van mening dat het er niet echt toe deed welke woorden je kiest, “de feiten worden er niet minder ernstig door“. Misschien baseert Moerland zich op onderzoek naar de impact van taal in het klimaatdebat. Daaruit bleek namelijk dat krachtige woorden zoals ‘klimaatcrisis’ en ‘catastrofe’ niet direct aanzetten tot actie noch meer betrokkenheid creëren. Toch kan zulke taal helpen om de nodige bezorgdheid te creëren. En bovendien kan je weldegelijk motiverende frames inzetten. Volgens George Lakoff moet je dan vooral woorden gebruiken die onbewuste emoties oproepen die aansluiten bij waarden die voor de meeste mensen belangrijk zijn. Bijvoorbeeld:

    • Roep niet op tot ‘(klimaat)actie’ maar tot het nemen van ‘(klimaat)verantwoordelijkheid’ (voor jezelf, je familie en de gemeenschap);
    • heb het niet over ‘een duurzame samenleving’ maar over ‘groene welvaart’;
    • niet over ‘klimaatmaatregelen’ maar over ‘klimaatredding’ of ‘klimaathulp’ (bron).

    Hoe je een verhaal verwoordt en illustreert kan dus een groot effect hebben op de betekenis van de boodschap voor de toehoorder. Dat betekent ook dat journalisten, columnisten, opiniemakers, influencers, marketeers… eigenlijk iedereen die naar een publiek communiceert over klimaatverandering, zich bewust moet zijn van de kracht van frames en het risico van framing, en van de verantwoordelijkheid die je draagt wanneer je nieuws over klimaatverandering brengt. Zeker omdat het een crisissituatie betreft.

    Werk je zelf in de energietransitie, ben je actief bij een klimaatbeweging of zet je je op een andere manier in voor dit onderwerp? Neem dit gegeven dan mee als je erover vertelt of schrijft. Want woorden doen ertoe.

  • Vliegschaamte: heeft dat effect op je gedrag?

    Vliegschaamte: heeft dat effect op je gedrag?

    In korte tijd is ‘vliegschaamte’ een bekend begrip geworden. Het begon in Zweden, waar bekende frequente vliegers publiekelijk aan de schandpaal werden genageld onder vermelding van de term ‘flygskam’. Het woord wordt in het Nederlands volgens mij wat anders gebruikt, meer als de schaamte die je zelf ervaart als je gaat vliegen om op reis te gaan, omdat je weet dat je daarmee bijdraagt aan een enorme CO2-uitstoot. Je vertoont immoreel gedrag tegen beter weten in, misschien wel zelfs tegen je eigen idealen in, en dat leidt tot de zelfbewuste emotie schaamte. Vliegschaamte.

    Toen ik begin 2019 eens de uitstoot van mijn eigen vlieggedrag berekende, schrok ik enorm. Ik telde de vliegreizen sinds het moment dat ik met zakgeld of salaris vliegtickets kocht, plus die ene keer met mijn ouders, en kwam uit op een gemiddelde van zo’n 2,5 (enkele) vliegreizen per jaar tot dat moment, met in totaal grofweg 25 ton CO2-uitstoot van toen tot nu tot gevolg. En daar zaten bestemmingen tussen waarvoor minder milieubelastende alternatieven zijn om er te komen binnen acceptabele tijdspanne. Als ik het internet moet geloven is die totale uitstoot vergelijkbaar met die van een dieselauto die 150.000 kilometer rijdt. Om dat te compenseren moeten 1.250 bomen een jaar lang groeien. Deze rekensom leidde bij mij wel tot enige schaamte, dus die emotie herken ik wel. Maar eigenlijk leidde het nog meer tot een wens om de schade te herstellen. Hoe kan ik dit nog goedmaken?

    CO2-uitstoot in gram per reizigerskilometer (bron)

    Uit de jaarlijkse analyse van de carbon footprint van de Nederlandse vakantieganger in 2018, door Breda University of Applied Sciences, bleek dat de CO2-emissies van reislustige landgenoten zo’n tien procent van de totale Nederlandse emissies vormden. Ouch. Een pijnlijke realisatie dat ik hier met mijn eigen toeristische uitspattingen aan heb bijgedragen. Het schijnt bovendien dat twee procent van de wereldwijde CO2-uitstoot komt van de luchtvaart. Dat percentage zal alleen maar toenemen, aangezien de wereldbevolking groeit, de welvaart stijgt en daardoor het vliegverkeer groei. Sterker nog, de verwachting is dat de CO2-uitstoot van de luchtvaart in 2050 hoger is dan de huidige uitstoot (zo berekende het PBL). Het lijkt mij daarom heel goed als er een trend ontstaat die helpt deze zorgelijke ontwikkeling te remmen. Maar of dat zo’n negatief frame van schaamte moet hebben, betwijfel ik.

    Gelukkig zijn er diverse manieren waarmee je de pijn van het vliegen kunt verzachten, die mensen ook steeds meer ontdekken. Want wil je toch heel graag die ene droombestemming bezoeken, dan kan je de bijbehorende CO2-uitstoot van de retourvlucht compenseren. Bijvoorbeeld door te investeren in natuurbeschermingsprojecten, zoals herbebossing of het adopteren van een stuk regenwoud. Of je koopt CO2-rechten die je door Carbonkiller laat vernietigen, om zo de prijs van emissierechten op te drijven en zo het emissiehandelssysteem aan te scherpen. Je kunt er ook voor kiezen om de reis te compenseren door geen vlees meer te eten. Ook al verandert er niets aan de daadwerkelijke hoeveelheid CO2-emissies van je vlucht, in ieder geval draag je op dat soort manieren indirect óók bij aan natuurbeheer, -behoud en -bescherming, of minder CO2-uitstoot in z’n algemeenheid. En door er überhaupt mee bezig te zijn word je vanzelf bewuster van de keuzes die je in de toekomst maakt (of laat).

    Certificaat van geadopteerd regenwoud Stichting Work With Nature, Costa Rica

    Via www.adopteerregenwoud.nl kan je een stukje (of stuk) Costa Ricaans regenwoud adopteren. Het betreffende stuk tropisch woud wordt beheerd door stichting Work With Nature, die in het leven is geroepen en gerund wordt door een stel jonge Nederlanders. Zij beheren en beschermen het oerbos en zorgen voor heraanplant, maken zo ook werkgelegenheid voor de lokale bevolking mogelijk, ze laten er Nederlandse studenten stagelopen, organiseren er werkvakanties en donateurs ontvangen ze met open armen voor rondleidingen en een hapje mee-eten. Ik was daar eind 2019 om “mijn” 80m² te bekijken en was onder de indruk van het project. Wil je dus een dergelijk project steunen, dan kan ik de vrienden van Work With Nature van harte aanraden!

    De Zweedse milieupsycholoog Patrik Sörqvist zegt dat compenseren voor het vliegen een averechts effect zou hebben. Door hun schuldgevoel op deze manier af te kopen, zo stelt de psycholoog, kunnen mensen met geld juist blijven doen wat slecht is voor het milieu. Daarmee houd je volgens Sörqvist niet-duurzame beslissingen juist in stand. Ik snap zijn punt, maar ben ik het niet geheel met hem eens. Ik denk dat het niet zo is dat mensen die zoeken naar manieren om hun schadelijke gedrag te compenseren, niet ineens heel vaak in het vliegtuig zullen gaan stappen. Maar inderdaad, wie het klimaat niet wil belasten kan beter helemaal niet het vliegtuig pakken. En toch, aangezien we dit toch massaal doen (de verwachting is zelfs dat de vraag naar luchtverkeer voorlopig alleen maar blijft toenemen): dan kan je toch beter de uitstoot compenseren dan er überhaupt verder niet over nadenken?

    Ik zie wel een ander risico van deze compensatie, namelijk dat dat tientje bovenop de ticketprijs helemaal niets uithaalt. Hoewel dat onderbuikgevoel is, dat geef ik toe. Maar KLM heeft bijvoorbeeld de compensatiedienst CO2ZERO waarmee passagiers tegen een kleine vergoeding hun vlucht “neutraal” zouden maken. Met de bijdragen van hun klanten koopt KLM zogeheten CO2-credits, of carbon credits, van herbebossingsprojecten. Zo’n CO2-credit is een certificaat dat aantoont dat 1.000 kilo uitstoot is opgenomen uit de atmosfeer. Dit alles wordt gecertificeerd door onafhankelijke en erkende bureaus, en de projecten moeten jaarlijks over hun voortgang rapporteren. Maar: werkt dat…?

    Volgens milieuwetenschapper en journalist Bart Crezee, die voor De Correspondent uitgebreid onderzoek deed naar dit onderwerp, wel. Maar om zo’n systeem echt te laten werken moeten natuurlijk wel zoveel mogelijk reizigers hun CO2 compenseren. In 2018 was dat nog een schamele 0,25 procent van alle KLM-klanten. Bovendien zou niet de consument, maar het bedrijf zelf voor haar vervuilende economische activiteiten moeten betalen, ben ik van mening. Maar dat is weer een heel andere discussie.

    Je hoort gelukkig steeds vaker verhalen over mensen die minder vliegen en daar anderen toe willen inspireren, om zo de luchtvaartgroei te beperken. Ik vind het een geruststelling dat steeds meer mensen er bewuster mee om gaan dan, zeg, 10 jaar geleden. Maar of dat nu komt door de emotie schaamte, of samenhangt met een oproep van anderen om je moreel te gedragen… Want vooralsnog lijkt er weinig vliegschaamte af te lezen aan de vakantieplannen van de gemiddelde Nederlander. Van de overheid hoeven we het ook niet te hebben, moet ik helaas constateren. In 2019 werd een kleine nationale belastingheffing op kerosine aangekondigd voor 2021, waarvan is aangetoond dat het uitstoot zou schelen en de economie als geheel niet schaadt. Per passagier die vanaf een Nederlandse luchthaven vertrekt moet de luchtvaartmaatschappij ongeveer €7,85 per persoon per vlucht aan belasting betalen. Het geldt niet voor transferpassagiers. Deze regeling is dus niet van harte. Het kabinet is dan ook van mening dat de burger liever “bewuster wordt van de gevolgen van al zijn luchtreizen voor de planeet.”

    De belangrijkste les die ik leerde over gedragsbeïnvloeding is dat je je in ieder geval niet moet blindstaren op bewustwording. Net als dat de klassieke theorie van ‘kennis, houding, gedrag’ (het opdoen van kennis over een onderwerp zou leiden tot het aanpassen van je houding ten opzichte daarvan, wat weer kan leiden tot gedragsverandering) allang omver is geworpen door de gedragswetenschappers van nu. Erkennen dat je je schaamt lijkt me een vrij bewust proces, het desondanks kopen van een vliegticket ook. En mensen wéten inmiddels allemaal prima dat uitlaatgassen van vervoersmiddelen schadelijk zijn. Dat leidt echter nog niet automatisch tot het mijden van dat vervoer. Nee, bewustwording over de gevolgen van vliegen, noch schaamte voor je eigen aandeel daarin, lijken me daarom niet genoeg voor een verandering van ons massale vlieggedrag.

    Ben je zelf bereid om minder te vliegen, doe je dat dan ook? Met andere woorden, gedraag je je consistent met je voornemens? Durf je dan ook publiekelijk aan dat voornemen te committeren. Niet door alleen te vertellen dat je je schaamt, maar door ook daadwerkelijk voor je eerstvolgende vakantie een treinticket te boeken. En deel dan vooral je positieve ervaringen met anderen. De sociale psychologie wijst namelijk uit dat mensen sneller bereid zijn om hun gedrag aan te passen als anderen het ook doen. Dus heb je een positieve ervaring met een internationale treinreis? Ben je met een groep vrienden gaan road trippen in Europa? Deel het dan vooral met de wereld. Vertel erover op feestjes, schrijf er een blog over, en deel je vrolijke selfies op sociale media. En benadruk de haalbaarheid van zo’n prachtvakantie dichterbij huis, van je avonturen binnen Europa en het feit dat een vlucht daar niet voor nodig was. Bleek de treinrit boeken een fluitje van een cent? Of verrassend goedkoop? Laat zien dat het kan. Ben je met een elektrische auto over de grens gegaan? Deel je route langs de laadstations, en vertel wat een lol het je opleverde.

    Op fietsvakantie naar Oostenrijk, september 2015

    Dus: laten we het vliegtuig mijden in een positief frame zetten. En laat het een trend worden, zodat steeds meer mensen de vliegloze reis als de norm gaan zien en we het juist ongewoon gaan vinden als mensen niet-duurzaam op vakantie gaan, of voor een zakelijke afspraak de wereld over vliegen. Het alternatief is namelijk haalbaar, betaalbaar, eenvoudig te regelen en ontzettend leuk. Let’s go!

    Eerder verschenen op de website Duurzaamnieuws.nl

    Relevant danwel interessant
    Jelmer Mommers, journalist en schrijver over democratie & klimaat bij De Correspondent schreef een geweldig goed stuk getiteld ‘Duurzaam vliegen bestaat niet. Tijd om ermee te stoppen’.
    Lees of beluister het op De Correspondent

    Aanvulling 19 augustus 2021
    Ik schreef hierboven over milieupsycholoog Sörqvist, die zegt dat compenseren averechts kan werken en niet-duurzame beslissingen juist in stand kan werken. Vanochtend op Linkedin kwam ik een soortgelijke theorie tegen, die is gebaseerd op een recente studie naar (groen) consumentengedrag. Gedragswetenschapper Reint Jan Renes schrijft erover op Linkedin:

    Een klein beetje ‘groen’ is voor veel consumenten groen genoeg.

    Een studie naar consumentengedrag, onlangs verschenen in PLOS ONE , stelt dat veel consumenten – vaak onbewust – aan greenwashing doen. Ze gebruiken één enkel ethisch aspect van een product (‘gemaakt van puur biologisch katoen’) als excuus voor minder moreel gedrag met betrekking tot andere aspecten van hetzelfde product (‘slechte werkomstandigheden’).

    Een van de auteurs van de studie legt het als volgt uit: “Mensen die in één opzicht bewust winkelen, beschouwen dit vaak als een blanco cheque om andere waarden te negeren. Een beetje goed blijkt goed genoeg te zijn. Een voorbeeld om dit te illustreren is de consument die boodschappen doet bij de biologische supermarkt en vervolgens naar huis rijdt in zijn of haar SUV. Dit gebeurt waarschijnlijk geheel zonder een slecht geweten.”

    Één enkel ethisch correct aspect wordt aldus gebruikt als een morele vrijbrief (‘moral licensing’) om een ​​tweede ethisch aspect niet meer in overweging te nemen. Of zoals de onderzoekers stellen: “Een enkele, kleine verbetering van het product is voldoende om een ​​hoog moreel zelfbeeld te ontwikkelen en zichzelf als een ethisch handelend persoon te beschouwen.”

  • Prinsjesdag: hopelijk een koffertje vol klimaatambitie

    Prinsjesdag: hopelijk een koffertje vol klimaatambitie

    De zomer van 2018 leek er een van relatieve rust en stilte. Waar in het voorjaar nog keihard was gewerkt en onderhandeld aan de klimaattafels om op 10 juli 2018 de resultaten aan het kabinet te presenteren, volgde er ineens die zinderende hittegolf waarin alles stil leek te liggen. Drie weken lang stond de zon aan een strakblauwe lucht boven Nederland, en even was het zo heet dat we klimaatverandering aan den lijve dachten te ondervinden.

    Ondanks deze hittestress zaten de young profs van de Klimaat- en Energiekoepel niet stil. Zo organiseerden we verschillende ‘KEK On Tour’ bijeenkomsten, waarbij geïnteresseerden werden bijgepraat over wat er aan de KEK Sectortafels was besproken en tot welk advies over de hoofdlijnen van het klimaatakkoord we waren gezamenlijk waren gekomen. Ook werkte KEK zich in het zweet om in augustus een bundeling van deze adviezen aan de SER te kunnen opleveren. Vele ambassadeurs van KEK gaven, al dan niet vanuit hun vakantieadres, input voor dat stuk middels een vragenlijst die we per mail rondstuurden. En KEK werkte intussen ook nog aan een strategie om ervoor te zorgen dat de millennial ook in de toekomst over het klimaat en de energietransitie kan meepraten.

    KEK was niet de enige die hard doorwerkte deze zomer. Het Planbureau voor de Leefomgeving startte met het doorrekenen van de effecten van de maatregelen uit het voorstel voor hoofdlijnen van het klimaatakkoord (een hele mond vol, maar zo noemde men het nu eenmaal). De minister van Economische Zaken en Klimaat, Eric Wiebes, verscheen in Zomergasten en vertelde daar onder meer over zijn voorliefde voor vooruitgang, over de Tesla, over de gaswinning in Groningen, over warmtepompen en robotisering. En de ministeries van Financiën en Algemene Zaken werkten intussen aan de voorbereidingen voor Prinsjesdag. Net als de minister-president trouwens, die de belangrijkste plannen van de regering voor het komende jaar beschreef in de troonrede die Koning Willem-Alexander op de derde dinsdag van september voordraagt.

    Minister Eric Wiebes in VPRO Zomergasten, seizoen 2018

    En daar zijn we nu, halverwege september. Morgen is het Prinsjesdag, de dag van het beroemde koffertje met de Miljoenennota en de rijksbegroting, en de dag van de hoedjes en de troonrede. Ik hoop dat de Koning dit jaar wat meer zal stilstaan bij het klimaat en de energietransitie. In 2017 noemde hij in de troonrede alleen kort de reductie van CO₂-uitstoot als een internationale opgave. Daar mag dit jaar wel wat meer tekst en uitleg over volgen, wat meer urgentiebesef graag, of misschien wat meer bezieling en optimisme? Het zal mij benieuwen. Belangrijker nog: in dat koffertje van de minister Wopke Hoekstra van Financiën mag ook wel een serieuze paragraaf over het klimaat en de energietransitie zijn opgenomen.

    De vraag ‘wie betaalt wat’ hangt als een zwaard van Damocles boven het Klimaatakkoord. Uiteindelijk is dit oordeel aan de politiek”, zo schreef KEK in haar advies aan de SER. Wanneer het kabinet en de Tweede Kamer zich dit najaar buigen over hoeveel we met z’n allen over hebben voor zaken als gasloze woningen, elektrisch vervoer, wind op zee en reductie van de CO₂-uitstoot door de industrie, hoopt KEK dat er ook heldere principes worden uitgesproken over het verdelingsvraagstuk in de energietransitie: “Maak duidelijk welke budgetten en subsidies beschikbaar zijn, en voor wie; bij de verdeling van budgetten moet kosteneffectiviteit een factor van groot belang zijn. Verbind hier prestatieafspraken aan.”

    We moeten allemaal investeren in onze toekomst. Niet alleen daadkrachtige grote bedrijven, visionaire ondernemers en mkb’ers met lef. En niet alleen de generatie Y die bouwt aan de klimaat- en energietransitie. Wij zullen allemaal, werkende en werkeloze burgers, bedrijven en bewoners, jong en oud, een investering moeten doen om de doelen gesteld in het klimaatakkoord van Parijs te halen. Of dat nu een tijdsinvestering betreft, eentje van hard doorwerken tijdens een zinderende zomer, eentje van noeste handenarbeid om onze energievoorziening een transformatie te laten doorgaan, of een hap uit de schatkist (ja, onze belastingcenten) om de oh zo noodzakelijke verduurzaming te financieren. Want zoals een van onze ambassadeurs deze zomer aan KEK schreef: “hoe langer er gewacht wordt met het verminderen van de CO₂-uitstoot, hoe meer de rekening bij de toekomstige generaties komt te liggen.”

    We zullen met z’n allen nú moeten investeren in mensen, in goeie opleidingen en een aantrekkelijke arbeidsmarkt en in innovatieve technologieën, om te komen tot die schone, duurzame toekomst. Hopelijk zit dat koffertje van minister Hoekstra dus vol met dergelijke ambities die ons daarbij gaan helpen. Daarvoor roep ik graag drie keer “hoera!” op de troonrede!

    Eerder verschenen op de website van Klimaat- en Energiekoepel