Tag: communicatie

  • Over collectieve vergetelheid, en ons onvermogen om te leren van crises

    Over collectieve vergetelheid, en ons onvermogen om te leren van crises

    Zo’n anderhalve maand geleden zuchtte Europa onder extreem langdurige hittegolven, met allerlei directe gevolgen van dien. Op vrijdag 24 juli maakte de fotograaf Maximilien Lamy een foto op het strand van Moutchic, bij het meer van Lacanau in Frankrijk. Het plaatje toont twee badgasten op strandstoelen onder een parasol, die samen kijken naar een grote natuurbrand aan de overkant van het meer. Het is een apocalyptisch beeld, met een gigantische, onheilspellende, goud-zwarte rookwolk van een onbeheersbare bosbrand aan de horizon. Veel mensen die zich druk maken om de klimaatcrisis, zagen het beeld als de ultieme metafoor voor de onverschilligheid ten opzichte van klimaatverandering. Alsof de vakantiegangers ramptoeristen waren, of dachten: “of de wereld nou in brand staat of niet, wij willen gewoon vakantie vieren.” Niet heel vreemd om ze van deze gedachte te verdenken, want in de regio waar dit tafereel zich afspeelde was op dat moment de noodtoestand afgeroepen, en er waren al tienduizenden mensen geëvacueerd.

    Miljoenen mensen zagen die foto. Maar na een week of 4 zijn de branden geblust, is het extreme weer getemperd, is de media-aandacht verschoven naar de volgende actualiteit en zitten de vakantiegangers weer op kantoor. De buitenwereld gaat weer over tot de orde van de dag, en de verhalen en beelden van de gebeurtenissen verdwijnen uit ons collectieve geheugen, of worden geregistreerd als ‘dat ene heftige moment in die ene hete zomer’ (wanneer ook alweer?). Waarom is dat zo?

    Het gegeven dat media onze collectieve aandachtsspanne voor dit soort crises verkorten, heeft een naam. Het heet ‘presentisme’ en ik leerde erover tijdens mijn studie Sustainable Communication. Presentisme kan je ook wel “tijdblindheid” noemen. Omdat media vluchtig is, zeker sociale media, en de news feed op platforms constant ververst met de nieuwste content, worden we gevangen gehouden in een permanent heden. Als scroller reflecteer je niet op wat je net hebt gezien, omdat de volgende prikkel zich alweer aandient. Daardoor zijn we vooral gefixeerd op het directe nu, blijken we ons minder te herinneren van het verleden en zijn we ook niet echt bezig met de mogelijke toekomst.

    Niet alleen social mediaverslaafden vallen hieraan ten prooi. Ook de traditionele media overspoelen ons continu met nieuws en actualiteiten. We weten daardoor alles over wat er nú gebeurt, en je zou verwachten dat die focus op het heden ons hyperbewust, aanwezig en verbonden maakt met de actuale realiteit. De paradox is dat precies het omgekeerde gebeurt. Want we kunnen nog zoveel talrijke alarmerende berichten zien, maar zonder het voor onszelf te duiden, het te linken aan het verleden of een blik op de toekomst te richten, is al die informatie een momentopname, en enkele weken later weer naar de achtergrond verdwenen.

    Gisteravond zag ik op Linkedin een briljante vondst in dit kader: de zin “Een zomer om nooit te vergeten” onder een bewerking van het schilderij Kinderen der zee van Jozef Israëls, waar de iconische foto van Lamy in is verwerkt. Dit is natuurlijk ijzersterk, in het licht van presentisme. Want in plaats van mee te gaan in de vluchtige waan van de dag, nodigt deze slogan de kijker uit om terug én vooruit te denken:

    Ik vind deze advertentie van onder andere Natuur & Milieu ontzettend goed gevonden, want:

    • De advertentie activeert het terugdenken aan het (recente) verleden: het herkenbare beeld uit het recente verleden herinnert eenieder die de originele foto zag, aan de situatie van dat moment. De stelling eronder helpt mee, want het kan ook betekenen: die situatie mag niet vergeten worden;
    • de uitdrukking “…om nooit te vergeten” kaapt een nostalgisch cliché over het verleden: zo’n zinnetje gebruikt men normaal voor mooie herinneringen. In de nieuwe context krijgt deze uitdrukking juist een cynische lading met een hint naar ‘het nieuwe normaal’. Want die zojuist afgelopen bloedhete zomer, zou wel eens de koelste zomer van de rest van je leven kunnen zijn geweest;
    • het beeld dwingt je na te denken over de toekomst: de kinderen op het schilderij staan symbolisch voor de volgende generatie. Bij het zien van dit beeld dringt zich de vraag op: hoe onleefbaar worden de zomers voor hen?;
    • en de advertentie is in mijn ogen ook een aanklacht tegen het collectief geheugenverlies: die hittegolven en natuurbranden waren namelijk weliswaar kortstondige situaties, en is nu alweer ‘oud nieuws’. Maar de klimaatverandering die eraan ten grondslag ligt is dat niet. De mondiale temperaturen stijgen door, en dit hetere klimaat gaat niet meer weg. De crisis verdient dus een permanente plek in ons collectieve geheugen.

    Deze advertentie is dus enorm krachtig. Ik hoop dat hij gaat meehelpen aan een grote opkomst bij de klimaatmars die morgen in Nederland plaatsvindt. Voor onze eigen toekomst, en de toekomst van de volgende generaties.

  • Look who’s talking: over het hypocrisieverwijt

    Look who’s talking: over het hypocrisieverwijt

    “Wat je zegt ben je zelf!” Bij zo’n uitspraak zie ik een verontwaardigd kind op een schoolplein voor me, dat een vergeefse poging doet om een beschimping te pareren. Gek genoeg zijn het regelmatig volwassenen die een dergelijk soort argument gebruiken in discussies over de klimaatcrisis en de energietransitie. En dan natuurlijk net iets anders verwoord. Sterker, in de eerste instantie klinkt zo’n tegenwerping vaak aannemelijk of zelfs gerechtvaardigd. En zo kan het je nog van je à propos brengen ook.

    We hebben het hier over een drogreden (voor een superleuk boekje daarover, zie: drogredenen.nl), een misleidend argument in een discussie. De jij-bak is een persoonlijke aanval waarmee niet inhoudelijk gereageerd wordt op het argument van de ander, die geen weerlegging betreft van het gezegde, maar in plaats daarvan juist afleidt van de inhoud terwijl geprobeerd wordt om iemands geloofwaardigheid aan te tasten. Een aantal voorbeelden:

    Scholieren bij de McDonald’s tijdens een klimaatdemonstratie in Den Haag

    Toen in februari 2019 meer dan 15.000 scholieren op het Malieveld bijeen kwamen om te demonstreren voor steviger maatregelen tegen klimaatverandering, vond een verslaggever van het AD/Haagsche Courant de lunch van de scholieren kennelijk groter nieuws. Hoewel ze hier van een objectief feit verslag doet, is het natuurlijk niet een erg relevant feit. Er stonden geen 15.000 scholieren in de McDonald’s, immers. Bovendien zegt ze impliciet met dit hitserige tweetje: “Kijk! Hypocriet hoor, demonstreren voor het klimaat, maar voor een hamburger schuiven ze massaal hun idealen aan de kant!”

    …en jawel hoor, het krantje van bekrompen Nederland vond deze “ontmaskering” van de klimaatspijbelaars ook meteen het belangrijkste om te vermelden over de demonstratie. “Ze hebben nog veel te leren,” zo verkondigt de schrijver van dit Telegraafartikel zelfgenoegzaam in de inleiding.

    Greta Thunberg zit te eten terwijl ze in de trein zit

    Greta Thunberg kan erover meepraten. Een foto van haar lunch in de internationale trein, op weg naar de VN-klimaatactietop in Parijs, is kennelijk al voldoende voor een sneue poging om haar in diskrediet te brengen: “Moet je zien hoe al dat plastic rond haar ontbijttafel! Ja hoor, zij is hetzelfde meisje dat zich bij de VN mocht uitspreken over klimaatverandering!” Alsof ze niet meer geloofwaardig is omdat haar lunch in plastic verpakt was.

    Een vinnig dialoogje op Twitter tussen mij en een ex-collega.

    Een ex-collega van mij vond het kennelijk alleen redelijk als je de uitspraken van een bestuurslid van een luchtvaartmaatschappij bekritiseert, wanneer je zelf nooit meer in een vliegtuig stapt. Ik refereer in mijn antwoord aan een uitspraak die ze eerder in levende lijve deed, toen we nog collega’s waren. Ze merkte toen droogjes op dat het niet erg “groen” van me was hoe ik elke week tussen werk en mijn balletles in de trein een kant-en-klaarsalade at. Want die maaltijden zijn in plastic verpakt. Ja, Greta, I can relate!

    CDA Kamerlid vindt dat de directeur van Milieudefensie niet mag barbecueën

    CDA-kamerlid Henri Bontenbal vond het onzuiver dat Donald Pols, op het moment dat uitzonderlijke weersextremen voor overstromingen in de Benelux zorgden, zijn volgers op Twitter herinnerde aan uitspraken die demissionair premier Mark Rutte een jaar geleden ongeveer had gedaan. Prima om daar kritiek op te uiten, maar hij ontkracht zijn eigen argument door zijn afkeuring over het feit dat er geen datum boven het screenshot stond kracht bij te zetten, en Pols er fijntjes op te wijzen dat hij directeur van Milieudefensie is en nota bene ook van barbecueën houdt. Alsof dat ter zake doet?

    Het verwijt van schijnheiligheid of hypocrisie wordt ook wel een jij-bak genoemd, en is een variant van de ad hominem. Het werkt als volgt: degene die zo’n uitspraak doet wijst zijn gesprekspartner erop dat z’n kritiek net zo goed voor hemzelf geldt, omdat hij zelf niet handelt naar zijn uitspraken of overtuigingen. Wat je bekritiseert doe je zelf ook, dus eigenlijk heb jij daardoor dus geen recht van spreken. Deze drogreden wordt regelmatig uit de kast getrokken wanneer mensen het oneens zijn met een standpunt, maar geen inhoudelijk verweer meer hebben. Het enige dat nog kan is de opponent in diskrediet proberen te brengen en zo monddood te maken. Toch redelijk triest.

    En meestal onterecht. Ik schrijf bewust “meestal”, want natuurlijk mag je anderen op inconsequenties wijzen. Zo ga ik ook niet vrijuit. Inderdaad vlieg ik zo nu en dan naar verre oorden, eet ik af en toe vlees, vis en zuivel, en leef ik over het algemeen volgens de luxe levensstandaard die we hier in het rijke Nederland kennen. En toch pleit ik gepassioneerd voor het oplossen van de klimaatcrisis met alle mogelijkheden die we hebben. Maar het feit dat iemand niet altijd naar zijn of haar eigen stelling handelt, doet dan ook niets af aan de waarde van die stelling zelf. Natuurlijk willen we dat mensen staan voor hun idealen en doen waar ze voor staan, maar om heel menselijke redenen kan bepaald gedrag niet in lijn zijn met die overtuigingen. Niemands gedrag is consequent, er is geen idealist die volledig naar zijn idealen leeft.

    Nog een nuancering: ik kan situaties verzinnen waarin de jij-bak meer terecht is. Als iemand zegt: “we moeten echt minder vliegen” terwijl hij zelf 20 keer per jaar in een vliegtuig stapt, dan klinkt dat toch minder geloofwaardig dan wanneer die persoon eens in de drie jaar in het vliegtuig stapt. Het blijft flauw om het als argument in te zetten tegen krimp van luchtvaart, in plaats van juist die inhoud van het argument zelf aan te vallen. Maar het wordt wel begrijpelijker om het aan te voeren als onderdeel van je bezwaar.

    Vast staat dat het een discussie verstoort als je een persoonlijke aanval in een discussie gebruikt. Als we naar elkaar blijven wijzen schiet niemand daar wat mee op.

    De in 2020 overleden antropoloog David Graeber introduceerde in zijn boek ‘Bullshit Jobs’ de term ‘moral envy’, oftewel morele afgunst. In een interview in het NRC vertelde hij hierover: “Ik had een vriend, een activist die zijn leven lang armoede bestreed. Andere activisten namen hem kwalijk dat hij voor zijn ex-vrouw en zijn kind een appartement betaalde. Hoezo gaf hij dat geld niet aan de armen? Terwijl hij al bijna al zijn geld weggaf. Wanneer je goed doet, moet je aan een absurd hoge standaard voldoen. Je moet perfect zijn.”

    Ik heb het zelf vaker dan eens meegemaakt, maar als de anonieme tweep @Piet68 met zo’n verwijt komt laat je het zo van je af glijden. En is het geen Twitter troll maar een (vage) bekende met zo’n kortzichtige mening, dan heb ik er tegenwoordig wel een goed antwoord op. Als het echter een dierbare is die jou in een live gesprek de maat neemt, dan voelt dat heel anders. Zoals die ene keer na een feestelijk etentje. Ik geef toe, de wijnen hadden rijkelijk gevloeid die avond. Terwijl de jongste kinderen op bed lagen was het overgebleven gezelschap in een hartstochtelijke discussie beland over de ernst van de klimaatcrisis en de mogelijkheden om er iets aan te doen. Dat was boeiend, tot het moment dat het ineens persoonlijk werd. Want ineens werd mij vanuit een hoek van de kamer toegebeten dat ik wel wat mocht dimmen vanwege de vliegreis die wij ruim een jaar eerder maakten naar de Verenigde Staten. Dat deed pijn. Je wil jezelf verdedigen: “Ho eens, niemand is perfect” of nog inhoudelijker: “maar die retourvlucht hebben we gecompenseerd!” en het is zelfs verleidelijk om gauw wat dingen op te noemen waarin je je sowieso verantwoordelijker gedraagt dan die ander. Maar… dat alles kwam er niet uit want je voelt je op dat moment inderdaad monddood gemaakt. Bovendien had zo’n verdediging ook totaal geen zin gehad. Het was een überhaupt geen geldend argument in het gesprek en als je erin mee gaat, en je laat uitdagen tot een potje moreel verplassen, ben je eigenlijk net zo stom bezig.

    Niemands gedrag is consequent, er is geen idealist die volledig naar zijn idealen leeft

    Inmiddels ken ik mezelf goed genoeg, en ben ik overtuigd genoeg van de keuzes die ik maak (en waarover ik praat) dat ik me niet meer zo van de wijs laat brengen. Ik ben nu eenmaal niet die meebeweger die als gevolg gemakkelijk in de omgang is. Mijn rechtvaardigheidsgevoel is te sterk, en in veel gevallen sta ik ook echt vierkant voor mijn principes. Ik kan me best voorstellen dat het vooral irritant overkomt als zo iemand als ik vol is van haar eigen gelijk (zeker als je zelf wat onzeker bent over jouw eigen handelen, of als het jou confronteert met je eigen keuzes). Deze karaktereigenschap heeft me al vaak impopulair gemaakt. Op de basisschool ben ik gepest, op de middelbare school viel ik buiten het populaire groepje, tijdens mijn studie werden er grappen gemaakt over mij-en-mijn-stokpaardjes, toen ik ging werken hoorde ik vaker dan eens dat ik “soms wel een wat sterke mening heb” en “hoekig” kan overkomen, op social media werd ik uitgemaakt voor “klimaatdrammer” en dit hypocrisieverwijt hoor ik dus ook al jaren.

    Toch blijf ik trouw aan mijn waarden, ook al kost dat iets van een reputatie bij de mensen die daar niet zo goed mee om kunnen gaan. Het zal een enkeling misschien ook kunnen inspireren. En aan degenen die het vooral stoort zou ik willen zeggen: misschien goed om eens naar jezelf te kijken en je eigen geweten onder de loep te nemen. Als je inhoudelijke argumenten op zijn, zou het namelijk wel eens kunnen zijn dat je ernaast zit.

  • Het effect van taal op klimaatberichtgeving

    Het effect van taal op klimaatberichtgeving

    Er was een tijd dat het woord ‘groen’ een positieve connotatie had. Maakte een bekend merk het logo groen, dan probeerde het daarmee haar imago op te vijzelen. Groen stond voor ecologisch verantwoord, milieuvriendelijk, duurzaam, biologisch, schoon, jong en fris. Op een dag kwam daar de associatie met het klimaat bij. Maar zoals het klimaat veranderde, evolueerde ook de waarde van het woord ‘groen’. Toen er in het kader van klimaatverandering bijvoorbeeld ook werd gesproken over ‘groene maatregelen’, kreeg het woord een negatievere bijklank. Ineens was ‘groen doen’ niet meer louter iets moois en goeds, maar werd het ook in verband gebracht met een voorschrift voor noodzakelijk handelen. En de gevoelswaarde van het woord werd nog negatiever toen Thierry Baudet eind 2018, in debat over het Klimaatakkoord, de woorden ‘groene gekte’ in de mond nam. Tegenstanders van klimaatmaatregelen grepen deze beeldspraak dankbaar aan. De ‘boomknuffelaars’ van weleer werden ‘groene gekkies’. Zo kreeg het woord ‘groen’ ineens een heel andere lading.

    Dat politici dag in, dag uit dit soort retoriek gebruiken is vrij algemeen bekend. Ze houden zich veelal bezig met debatteren in de Tweede Kamer en optreden in de media, en weten maar al te goed dat het er niet alleen toe doet wát ze zeggen, maar ook hóe ze iets zeggen. Zo verscheen in januari 2019 een interview met VVD-fractieleider Klaas Dijkhoff over het Klimaatakkoord in de Telegraaf. In dat interview waarschuwde hij voor ‘drammers’ die de burger maatregelen door de strot zouden duwen. In december 2018 was het woord ‘klimaatdrammer’ al eens op Twitter gestaan. Had Dijkhoff dit gelezen en gebruikte hij het woord nu bewust twee keer? Had hij erop gegokt dat allerlei media juist dit citaat uit het interview zouden gebruiken? Want zo geschiedde: verschillende kranten schreven inderdaad over het interview met Dijkhoff en herhaalden juist deze sentiment-oproepende term ‘drammer’. De NOS maakte er zelfs ‘klimaatdrammer’ van en zette dit woord boven een artikel erover, tussen aanhalingstekens waardoor het leek alsof Dijkhoff dat woord zelf had gebruikt. En Rob Jetten nam het vervolgens zelf over, om de beschimping naar zijn hand te zetten en er een geuzennaam van te maken. Hetzelfde jaar nog nam de Dikke Vandale het op in haar woordenboek.

    NOS introduceert het woord 'klimaatdrammer'
    NOS introduceert het woord ‘klimaatdrammer’

    “Het gaat er niet om wat je zegt, maar hoe je het zegt,” kopte The Guardian in het kader van de Amerikaanse verkiezingen waarin Donald Trump werd verkozen. Het artikel haalt cognitief wetenschapper George Lakoff aan die het boek ‘Don’t think of an elephant’ schreef. Daarin gaat hij in op het fenomeen framing: het slim kiezen van woorden (en eventueel beelden) die bepaalde gevoelens oproepen, om je boodschap te kleuren. Zo kan je invloed uitoefenen op de ontvangst van de boodschap. Lakoff zag hoe succesvol Donald Trump was in het framen van Hillary Clinton, door allerlei beweringen over haar te doen en deze woorden eindeloos te herhalen. Zo schold Trump zijn opponent steeds uit voor ‘Crooked Hillary’. Lakoff adviseerde het democratische campagneteam om diezelfde woorden niet te herhalen, in een poging om ze onderuit te halen. Herhaling van Trumps woorden, door te zeggen: “Hillary is helemaal niet Crooked!”, zou dat frame juist alleen maar bekrachtigen.

    Een frame geeft een boodschap lading, het roept beelden en associaties op die tot een bepaalde interpretatie van de boodschap leiden. En het schijnt dat onze redenering daardoor zelfs kan worden beïnvloed. Logisch ook eigenlijk, als je bedenkt dat framing voortdurend wordt toegepast. Niet alleen door politici en populisten, maar ook door marketeers, opiniemakers, activisten en opvoeders. Framing gebeurt actief doordat de boodschapper het zo bedoeld had, of passief doordat communicatiekanalen het eeuwig herhalen, en framing gebeurt zelfs regelmatig onbedoeld.

    Een bekend voorbeeld van onbedoelde framing, is het statement dat oud-minister-president Balkenende in 2006 wilde maken met zijn uitspraken over de ‘VOC-mentaliteit’. Hij zag de VOC als een bedrijf met handelsgeest, daadkracht en durf, en wilde de economische groei en de opbloei van de werkgelegenheid in Nederland prijzen door te zeggen: “Laten wij optimistisch zijn! Laten we zeggen: Nederland kan het weer! Die VOC-mentaliteit, over grenzen heen kijken!” Maar hij sloeg hij de plank nogal mis, omdat zijn toehoorders een heel andere associatie hadden bij de VOC, namelijk die van de slavernij, onderdrukking en uitbuiting. Hierdoor ontstond een onbedoeld frame dat na 15 jaar nóg aan dit citaat kleeft.

    In 2010 werd George Lakoff geïnterviewd over framing in het kader van klimaatverandering, in All Things Considered, een bekend nieuwsprogramma op de Amerikaanse radio. Volgens Lakoff is het problematisch dat er jarenlang is gesproken met geruststellende woorden over klimaatverandering, in plaats van over de crisissituatie waar daadwerkelijk sprake van is. Een conservatieve Amerikaan ontdekte in 2004 dat het mensen alarmeerde als er gesproken werd over ‘wereldwijde opwarming’, terwijl het een stuk minder heftig overkwam als je het woord ‘klimaatverandering’ gebruikte. Een verandering is immers iets dat regelmatig gewoon gebeurt, dat klinkt heel feitelijk, zonder emotie in zich en zonder dat je daar echt een verantwoordelijke voor kunt aanwijzen. En ‘klimaat’ is ook een mooi woord. Het geeft een soort beeld van lekker warm weer en palmbomen, in tegenstelling tot de orkanen, sneeuwstormen en overstromingen waar eigenlijk sprake van is. En zo kon het gebeuren dat vele mensen, vele jaren lang zich niet vreselijke zorgen gingen maken als ze ergens hoorden of lazen dat het klimaat aan het veranderen is. Onterecht natuurlijk.

    Daarom besloot de Britse krant The Guardian in 2019 voortaan vaker te schrijven in de alarmerende termen die een crisissituatie verdient. “De woorden ‘klimaatverandering’ en ‘opwarming’ worden niet in de ban gedaan, maar als wetenschappers spreken van een catastrofe voor de mensheid zou de media er ook als zodanig over moeten schrijven,” zo lichtte de eindredacteur destijds toe. Dus schreef de krant voortaan in ernstiger bewoording. Wereldwijd waren wetenschappers, lokale overheden en zelfs de paus ook gestart met het uitroepen van de ‘klimaatnoodtoestand’. Het idee hierachter was dat als je zo stevig verklaart dat de opwarming van de aarde tot een kritieke situatie leidt, je ook meer druk kunt zetten op het treffen van maatregelen.

    Helaas duurt het in de Nederlandse media langer voor we hier verandering in zien. Het was nog dit jaar dat diverse Nederlandse kranten en nieuwsuitzendingen beelden toonden van badgasten en mensen die vrolijk in de stadsfontein aan het poedelen waren, bij berichtgeving over een abnormale hittegolf in Noord-Amerika, terwijl deze weersomstandigheden onomstotelijk in verband werden gebracht met klimaatverandering. Na kritiek paste het NRC de afbeelding bij een online artikel hierover aan, maar in de eerste instantie was dus niet voor een plaatje gekozen dat de ramp illustreerde. In tegendeel, het zag er allemaal wel gezellig uit.

    Komt dat door onze cultuur van “doe nou maar normaal”, omdat je het Nederlandse volk zou kunnen classificeren als nuchter en van oudsher calvinistisch star in onze waarden en principes? Zo klonk NRC hoofdredacteur René Moerland in ieder geval wel een beetje toen hij in 2019 reageerde op het besluit van The Guardian. Hij is geen ontkenner van het probleem, maar was wel van mening dat het er niet echt toe deed welke woorden je kiest, “de feiten worden er niet minder ernstig door“. Misschien baseert Moerland zich op onderzoek naar de impact van taal in het klimaatdebat. Daaruit bleek namelijk dat krachtige woorden zoals ‘klimaatcrisis’ en ‘catastrofe’ niet direct aanzetten tot actie noch meer betrokkenheid creëren. Toch kan zulke taal helpen om de nodige bezorgdheid te creëren. En bovendien kan je weldegelijk motiverende frames inzetten. Volgens George Lakoff moet je dan vooral woorden gebruiken die onbewuste emoties oproepen die aansluiten bij waarden die voor de meeste mensen belangrijk zijn. Bijvoorbeeld:

    • Roep niet op tot ‘(klimaat)actie’ maar tot het nemen van ‘(klimaat)verantwoordelijkheid’ (voor jezelf, je familie en de gemeenschap);
    • heb het niet over ‘een duurzame samenleving’ maar over ‘groene welvaart’;
    • niet over ‘klimaatmaatregelen’ maar over ‘klimaatredding’ of ‘klimaathulp’ (bron).

    Hoe je een verhaal verwoordt en illustreert kan dus een groot effect hebben op de betekenis van de boodschap voor de toehoorder. Dat betekent ook dat journalisten, columnisten, opiniemakers, influencers, marketeers… eigenlijk iedereen die naar een publiek communiceert over klimaatverandering, zich bewust moet zijn van de kracht van frames en het risico van framing, en van de verantwoordelijkheid die je draagt wanneer je nieuws over klimaatverandering brengt. Zeker omdat het een crisissituatie betreft.

    Werk je zelf in de energietransitie, ben je actief bij een klimaatbeweging of zet je je op een andere manier in voor dit onderwerp? Neem dit gegeven dan mee als je erover vertelt of schrijft. Want woorden doen ertoe.